BESTEMD
VOOR DE
TROON
EEN OPMERKELIJK PERSPECTIEF OP DE EEUWIGE BESTEMMING VAN CHRISTUS’ GEMEENTE.
Inleiding
De hierna volgende hoofdstukken bevatten wat men een
volkomen nieuwe, unieke kosmologie – leer over de kosmos – zou kunnen noemen.
Het enige doel van het universum van
alle eeuwen her is: het werven en voorbereiden van een eeuwige partner voor de
Zoon, de Bruid, de vrouw van het Lam van God. Omdat zij met haar Goddelijke
geliefde en Heer, als rechtens Zijn gelijke, de troon van het universum zal
delen, moet zij getraind, opgevoed en voorbereid worden voor har koninklijke
taak.
Omdat de kroon alleen gegeven wordt aan overwinnaars (Openbaring 3:21: “Wie overwint, hem zal Ik geven met Mij te zitten op mijn
troon, gelijk ook Ik heb overwonnen en gezeten ben met mijn Vader op zijn
troon”), moet de Gemeente (die later de Bruid zal worden) de kunst van
de geestelijke oorlogsvoering leren door het overwinnen van boze machten.
Alleen zo kan ze zich voorbereiden om na het bruiloftsmaal van het Lam op de
troon plaats te kunnen nemen. Om haar in staat te stellen de techniek van het
overwinnen te leren heeft God het oneindige wijze leerplan van het gelovige
gebed ontworpen. Hij heeft niet in de eerste plaats gebed voorgeschreven als
een manier om bepaalde dingen gedaan te krijgen. Het is Zijn manier om de
Gemeente daarmee te oefenen in het overwinnen van de aan God vijandige machten.
Deze wereld is een werkplaats, waarin zij die bestemd zijn voor de troon, in de
werkelijke praktijk leren, hoe zij satan en zijn heerschappij kunnen
overwinnen.
De gebedskamer is de plaats, waar de overwinnaars gevormd worden.
Dit betekent dat de verloste mens een hogere positie bekleedt dan alle
andere schepselen in het universum. Engelen zijn geschapen, niet verwekt. De
verloste mens is zowel geschapen als verwekt, geboren uit God. Zijn erfelijke
eigenschappen dragend. Door de wedergeboorte wordt iemand die verlost is, een
werkelijk lid van de oorspronkelijke kosmische familie “nauw verwant” aan de
Drie-eenheid.
Omdat de Gemeente met Christus is opgestaan en ten hemel is opgevaren, heeft
zij haar wettige plaats op de troon nu reeds ingenomen. Door het gebruik van
haar wapens van gebed en geloof houdt zij in deze onrustige, verwarde tijd de
machten in de wereld in evenwicht. Ondanks al haar jammerlijke zwakheid, haar
ontstellende gebreken en haar niet te verontschuldigen tekortkomingen, is de
Gemeente de sterkste kracht ten behoeve van de beschaving en het verlicht
sociaal bewustzijn in de wereld van vandaag. De enige kracht, die strijdt tegen
de totale overheersing van satan in de menselijke samenleving is de Gemeente
van de levende God. Als er geen tegenstand aan satan geboden werd, als hij niet
in bedwang gehouden werd door de door de Heilige Geest geïnspireerde gebeden en
de geheiligde levens van Gods volk, dan “zou de ellende zich hemelhoog
opstapelen en de aarde niet meer dan een onvruchtbaar stoppelveld zijn”.
“Gij zijt het zout der aarde…gij zijt het licht der
wereld” (Mattheüs 5:13-14). Als de Gemeente niet haar reinigende en
behoudende invloed op aarde zou uitoefenen, zou het hele bouwsel dat wij
“beschaving” noemen, volkomen uiteenvallen, vermolmen en verdwijnen. Het feit,
dat de sociale orde bewaard gebleven is voor een volkomen ineenstorting, ook al
gaat satan op zijn ergst tekeer, bewijst, dat tenminste een overblijfsel van de
Gemeente effectief functioneert en reeds begonnen is met het uitoefenen van
haar heerschappij, in eenheid met haar levende Heer. Daarom is zij zelfs nu al
dank zij de wapens van gebed en geloof, bezig geoefend te worden voor de taak
die zij zal krijgen om, na de uiteindelijke vernietiging van satan, met
Christus over het gehele universum te heersen.
Dankzij het gelovig gebruik van het gebed houdt de Gemeente de machten in
evenwicht, niet alleen in de aangelegenheden van de wereld, maar ook bij de
redding van enkelingen. Zonder dat we inbreuk maken op de eigen morele
verantwoordelijkheid van een persoon kan de Gemeente door volhardende, gelovige
voorbede de Geest van God zó de ruimte geven in het hart van iemand, dat die
gemakkelijker zwicht voor de tere aandrang van de Geest en redding ontvangt dan
dat hij volhardt in zijn verzet daartegen.
God zal niet buiten de Gemeente om handelen, omdat Zijn plan dan niet ten volle
tot ontplooiing zou komen, namelijk haar tot volle wasdom te brengen, zodat zij
met de Zoon zal kunnen heersen. Daarom zal Hij zonder haar niets doen. John
Wesley zegt dit zo: “God doet niets tenzij in antwoord op gebed”.
Met de bedoeling de Gemeente in staat te stellen satan te overwinnen, kwam God
in de loop van de geschiedenis van de mensheid binnen door de vleeswording. Als
niet gevallen Mens heeft Hij satan zowel wettelijk als krachtdadig overwonnen
en buiten spel gezet. Zijn gehele verlossingswerk heeft Hij ter wille van de
Gemeente verricht. Hij is als “hoofd boven al wat
is, gegeven aan de Gemeente” (Efeziërs 1:22). Door Zijn overwinning over
satan is de Gemeente Zijn gevolmachtigde geworden. Ofschoon Christus een
volledige, volkomen triomf over satan behaald heeft, geeft God hem nog ruimte
om een guerrilla-oorlog te voeren. God zou volkomen met satan kunnen afrekenen,
maar Hij heft besloten hem te gebruiken om de Gemeente in het overwinnen te
oefenen. Gebed is niet God smeken iets te doen, wat Hij liever niet doen wil.
Het is niet God vermurwen, maar de kracht van Christus over satan kracht
bijzetten. Het is het op aarde uitvoeren van de beslissingen, die in de hemel
betreffende de menselijke aangelegenheden genomen zijn.
Op Golgotha werd satan wettelijk teniet gedaan en werden al zijn aanspraken
vervallen verklaard. God heeft de handhaving van de overwinning op Golgotha in
handen van de Gemeente gelegd (Mattheüs 18:18; Lucas 10:17-19). Hij heeft haar
volmacht gegeven. Zij is Zijn vertegenwoordigster. Maar dit afgeleide gezag kan
niet functioneren zonder de gebeden van een gelovige Gemeente. Dus vinden we
daar altijd gebed waar echt iets gebeurt. Elke Gemeente zonder een goed
georganiseerd, systematisch opgezet gebedsplan houdt slechts een godsdienstige
tredmolen aan het draaien.
Een gebedsplan zonder geloof is krachteloos. Het ontbrekende element dat
noodzakelijk is om aan zegevierend gebed kracht te verlenen, waardoor satan
gebonden en uitgeworpen wordt, is overwinnend geloof. En het ontbrekende
element dat noodzakelijk is om aan overwinnend geloof kracht te verlenen, is
lofprijzing, voortdurende doelgerichte, strijdlustige lofprijzing.
Lofprijzing is de hoogste vorm van gebed, omdat zij geloof verbindt aan de
smeekbede. Lofprijzing is de ontstekingsvonk van het geloof. Zij is het enige
wat nodig is om het geloof los te maken van de aarde, waardoor het opstijgt
boven de dodelijke luchtvervuiling van de twijfel. Lofprijzing is het
zuiveringsmiddel, waardoor het geloof gereinigd wordt en de twijfel uit ons
hart verdwijnt. Het geheim van verhoord gebed is geloof zonder twijfel (Marcus
11:23). En het geheim van geloof-zonder-twijfel is lofprijzing, triomferende
lofprijzing, ononderbroken lofprijzing, de lofprijzing als een manier van
leven. Dit is de oplossing van een dood geloof en onvruchtbaar gebed.
Het geheim van succes in het overwinnen van satan en zich bekwamen voor de
troon is een geconcentreerd plan van vruchtbaar gebed. En het geheim van
vruchtbaar gebed is een geconcentreerd plan van lofprijzing.
1
HET UITEINDELIJKE DOEL VAN HET UNIVERSUM: DE GEMEENTE
God is de Heer van de geschiedenis
Er zijn weinig historici die enig begrip hebben van de
betekenis en het doel van de geschiedenis. Zij zijn misschien wel in staat de
personen en gebeurtenissen, die naar men zegt het ruwe materiaal vormen, te
beschrijven en in een systeem vast te leggen, maar zij hebben eigenlijk geen
sleutel om de betekenis ervan te verklaren. De wordt door enkele bekende
historici zelf toegegeven. G.N. Clark, bijvoorbeeld, zei in zijn inaugurele
rede in Cambridge: “Er valt geen geheim en geen plan in de geschiedenis te ontdekken”.
André Maurois, Frans biograaf, criticus en romanschrijver beweert: “Het
universum is zinloos. Wie heeft het geschapen? Waarom zijn wij hier op deze
nietige klomp klei, rondtollend in een oneindige ruimte? Ik heb er niet het
flauwste idee van en ben er absoluut van overtuigd, dat niemand dat heeft…”.
Andere gezaghebbende personen, die misschien minder cru zijn in hun oordeel,
tasten evenzeer in het duister over het doel en de motieven van de
gebeurtenissen en personen, die zij vermelden en beschrijven.
‘Het bestaan’ – een ondoorgrondelijk mysterie voor het
antieke denken
De oude Grieken
beschouwden de geschiedenis als een cirkel of een cyclus, die zichzelf
voortdurend herhaalt en zich daarom niet in een bepaalde richting beweegt. Zij
komt dus nooit tot een zichtbare bestemming en heeft ook geen herkenbaar doel.
Voor hen was het bestaan een ondoorgrondelijk mysterie. En dit is de filosofie
die door de meeste moderne wereldse geschiedschrijvers wordt aangehangen en
uiteengezet. Zij weten niet wat ze met het bestaan aan moeten. Voor hen en voor
velen in de wereld in het algemeen, bestaat de geschiedenis alleen maar uit de
ene zinloze crisis na de andere, en heeft zij geen doelen geen redelijk
oogmerk. Ze zien geen zin voor het bestaan van een redelijk denkende mensheid.
Zij weten niet waar we vandaan komen of waar we heen gaan. Het hele bestaan is
een onmetelijk, groot, onbegrijpelijk raadsel. Hun beschouwing van de
geschiedenis is een filosofie van onwetendheid, frustratie en wanhoop.
Het universum - voor de moderne mens doelloos
In de moderne tijd werd deze filosofie populair door
Jean-Paul Sartre. Hij leerde, dat ieder mens in een waterdichte ruimte leeft
als een geïsoleerd individu in een doelloos universum. Omdat we niet kunnen
weten, wie we zijn, waar we vandaan komen, of waar we heengaan, en omdat we het
verleden niet begrijpen en geen hoop voor de toekomst hebben, is het enige wat
belangrijk is, het leven nú in al zijn hevigheid te beleven. Alleen datgene wat
we op dit moment kunnen verwerkelijken is van belang en heeft betekenis. Een
hoge bestemming in 't verschiet heeft geen zin. Daarom is het opgeven van het
heden te wille van de toekomst onzinnig en dwaas. Uit deze filosofie stamt het
denken van de "Nu-generatie", de generatie die niet kan wachten. Het
genot van het ogenblik is het enig redelijke doel van het bestaan. "Laten we eten en drinken, want morgen sterven
wij" (I Korintiërs 15:32).
Een hele generatie studenten werd doordrenkt met deze
bestaansfilosofie van onbelemmerde vrijheid, doelloosheid en wanhoop. Ze moest
wel komen tot uitbarstingen van revolutionair geweld, brandstichting en
plundering, en zo dood en verderf zaaien in steden, op universiteiten in het
hele land en over de hele wereld. Zomaar ineens kwam er in de samenleving een
explosie van wetteloosheid en misdaad, rellen en doodslag, en de waanzin van de
drug-cultuur. Dit was het resultaat van de filosofie van de zinloosheid van het
verleden en de hopeloosheid van de toekomst. (1)
De Bijbel - de enig betrouwbare bron
De doorsnee-historicus heeft geen sleutel tot de
verklaring van de geschiedenis, omdat hij de enig onfeilbare bron, de Bijbel,
negeert. Voor de meeste mensen, geschiedschrijvers incluis, eist, in welke eeuw
of periode dan ook, die politieke eenheid of staat de meeste aandacht op, die
het grootste aantal inwoners heeft, de grootste oppervlakte beslaat, de beste
materiële hulpbronnen bezit en op de grootste en sterkste militaire macht kan
bogen. Voor de meesten van ons bestaat geschiedkunde uit de beschrijving van de
rol, die de leiders der grootmachten in het verleden gespeeld hebben. Daarom
lijkt het erop, dat mannen als de Farao's, Nebukadnezar, Alexander de Grote,
Caesar, Karel de Grote en Napoleon in werkelijkheid de geschiedenis hebben
gemaakt. Deze stichters van keizerrijken en hun volgelingen beschouwden
zichzelf als de bouwmeesters van de geschiedenis en de beeldhouwers van het lot
der mensheid. Zij geloofden de makers van de geschiedenis te zijn en de loop
van de gebeurtenissen te kunnen bepalen.
Golgotha - het werkelijke middelpunt van de geschiedenis
Maar de wereld in het algemeen en de geschiedkundigen in
het bijzonder, hebben de plank volkomen misgeslagen. Er is namelijk maar één
zinvolle opvatting van de geschiedenis en dat is die van de Bijbel. (2)
Het middelpunt van de geschiedenis wordt niet vastgesteld
door grote keizerrijken zoals Egypte, Babylonië, Griekenland of Rome, noch door
hun moderne tegenhangers zoals Rusland, China, de Verenigde Staten van Amerika
of welke andere toekomstige macht ook. Om de kern van de geschiedenis te
vinden, moet men aan al deze wereldrijken en klinkende namen voorbijgaan en
zijn weg zoeken naar een nietig landje (Israël), dat de navel van de aarde
genoemd wordt; geografisch middelpunt van de aarde. En in dat kleine land ligt
een kleine heuvel, die Golgotha heet, waar 2000 jaar geleden een mens, Jezus
genaamd, aan een kruis werd geslagen om te sterven. Ik wil in alle
bescheidenheid opmerken, dat die kleine heuvel in dat kleine land, het
middelpunt is van de hele geschiedenis, niet alleen van deze wereld, maar ook
van de ontelbare melkwegstelsels in de oneindige kosmos, van eeuwigheid tot
eeuwigheid.
De Gemeente - het centrale onderwerp en doel van de
geschiedenis
De Man, Die bloedend aan het kruis hing, beschimpt en
bespot door de voorbijgangers, was "voor alle
dingen" (Colossenzen 1:17), dat wil zeggen vóórdat de geschiedenis zelf begon. Met Hem
begint de wereldgeschiedenis, want "alle
dingen zijn door Hem geworden, en zonder Hem is geen ding geworden, dat
geworden is" (Johannes 1:3). En de geschiedenis, die met Hem begon,
werd en wordt door Hem gevormd en beheerst. "Hij
beheerst het heelal met Zijn machtig Woord" (Hebreeën 1:3 - HLW).
En zij werd en wordt door Hem gevormd en beheerst met slechts één doel voor
ogen. Dat speciale doel en plan blijkt altijd de centrale en beheersende factor
van de geschiedenis te zijn, onverschillig hoe ver zij daarvan schijnt
verwijderd te zijn. Iedere gebeurtenis in de geschiedenis vindt plaats om dit
ene doel te dienen. Niets, hoe onbetekenend ook, valt daarbuiten. Het
universum, onze planeet incluis, werd voor dit éne doel geschapen: om als
geschikte woonplaats te dienen voor het menselijk geslacht. (3) De mens werd
geschapen naar het beeld en de gelijkenis van God voor dit ene doel: om de Zoon
van God een eeuwige partner te kunnen geven. Na de zondeval en de belofte van
de verlossing door middel van de komende Messias, werd het Messiaanse geslacht
geboren en opgevoed teneinde de Messias
voort te brengen. En de Messias kwam met slechts één bedoeling: de Gemeente in
het leven te roepen, en zo Zijn Bruid te verwerven. De Gemeente, bestaande uit
die mensen, die geroepen en verlost zijn, blijkt het centrale onderwerp, het
doel te zijn, niet alleen van de wereldgeschiedenis, maar ook van alles wat God
gedan heeft in alle rijken in alle eeuwigheden.
Als dat waar is, dan is alle geschiedenis geheiligd. Dan
bestaat er niet zoiets als algemene, wereldse geschiedenis. Dan is geschiedenis
eenvoudig "Zijn verhaal" (history = HIS STORY). Het ganse universum
in zijn totaliteit werkt met God mee om Zijn doel te bereiken, namelijk Zijn
Gemeente als Zijn eeuwige partner uit te kiezen en toe te rusten. Het ganse
universum is voor dit doel geschapen, want alle dingen behoren aan de Gemeente
en zijn er voor haar welzijn (I Korintiërs 3:21-23). Als Heer van de geschiedenis
houdt God elk gebeuren onder Zijn heerschappij, niet alleen op deze aarde, maar
overal ten einde Zijn doel te bereiken, namelijk Zijn Gemeente tot volle
rijpheid te brengen en haar, Zijn uitverkoren Bruid - dus niet de engelen of
aartsengelen - maar háár een plaats te geven op de troon met Zijn Zoon. (4)
Deze heerlijke waarheid werd aan Paulus geopenbaard en hij schreef daarover: "Wij weten, dat alle dingen (de gehele kosmos)
medewerken ten goede voor hen die God liefhebben (de Gemeente), die naar Zijn
voornemen geroepenen zijn (de Bruid)" (Romeinen 8:28).
Een liefdesgeschiedenis in het hart van het universum
Uit dit alles wordt duidelijk, dat het hart van het
universum een romantische liefde is die de sleutel is tot alle bestaan. Van
alle eeuwigheid heeft God bedoeld, dat eens in de toekomst Zijn Zoon een
eeuwige partner zou hebben, zoals Johannes haar in zijn Openbaring beschreef
als "de Bruid, de Vrouw van het Lam" (Openbaring
21:9). Johannes onthulde verder, dat deze eeuwige partner naar Gods eeuwige
bedoeling bestemd is om na het bruiloftsmaal van het Lam de troon met de
Bruidegom te delen (Openbaring 3:21). Hier zien wij het uiteindelijke doel, de
hoogste bestemming van de geschiedenis. Volgens Romeinen 8:28 is uitsluitend
dit het motief van al God scheppend handelen. Dit Bijbelgedeelte leert ons
duidelijk, dat alles wat God van 't begin af aan gedaan heeft, geconcentreerd
was op de Gemeente. Slechts dit en niets anders onthult en verklaart het geheim
van de geschiedenis volkomen. (5) Men kan van geen enkele wereldse
geschiedschrijver verwachten dit te begrijpen. Maar als wij Romeinen 8:28 goed
begrijpen, dan is deze schepping er voor de Gemeente (Psalm 75:7-8, Psalm 105).
Dus niet dankzij hun eigen waardigheid kwamen Farao, Nebukadnezar, Darius,
Sanherib en anderen aan de macht. Dit is wat Jesaja zegt in hoofdstuk 10:5-14.
De betekenis van deze koningen was volkomen afhankelijk van Gods bedoeling met
het Messiaanse volk, waaruit de Messias zou voortkomen. Eens komt de dag, dat
we zullen begrijpen, dat niet alleen deze voorbeelden, die in de Bijbel staan,
maar alle gebeurtenissen in alle eeuwigheden, beschikt en toegeleid werden naar
dit éne doel: het uiteindelijke werven en voorbereiden van de Bruid.
In zijn Bijbelshandboek toont Henry Halley aan, dat "...het Oude Testament
verslag geeft van een volk, maar het Nieuwe Testament van een MENS. Het volk
werd in het leven geroepen door God om deze MENS voort te brengen".
Beperkte aanvaarding van een onbeperkte verzoening
Maar wat was het doel van de komst van deze MENS? Hij
kwam om te sterven - om te sterven én uit de dood op te staan (Johannes 12:27).
En wat was dáárvan dan de bedoeling? Het antwoord luidt gewoonlijk, dat Hij
stierf en uit de dood verrees om de wereld te verlossen. U verbaast zich
misschien als ik beweer, dat naar mijn mening bovenstaand antwoord te eenvoudig
is, omdat het ten enenmale niet alles omvat. Het is wáár, dat Zijn dood en
opstanding de mogelijkheid tot verlossing van de gehele mensheid gaven. Geen
enkel mens uit Adams geslacht werd buitengesloten. "En
Hij is een verzoening voor onze zonden en niet alleen voor de onze, maar ook
voor die der gehele wereld
(I Johannes 2:2). Allen die geboren zijn of nog zullen worden, vanaf de
dageraad der menselijke geschiedenis tot aan het aanbreken van de eeuwigheid,
zijn besloten in Gods alomvattende verlossende liefde. Maar God wist vanaf het
begin, dat slechts een uitverkoren deel dit wereldwijde aanbod zou accepteren.
Dit wordt duidelijk uit de woorden van Jezus Zelf in Mattheüs 7:13-14: "Wijd is de poort en breed de weg die tot het
verderf leidt, en velen zijn er, die daardoor ingaan; want eng is de poort en
smalle weg, die ten leven leidt, en weinigen zijn er, die hem vinden".
Als God reeds van eeuw en her wist, dat het
"netto" resultaat van heel Zijn scheppend handelen, Zijn
verlossingsplan inbegrepen, slechts deze naar verhouding kleine minderheid zou
zijn, dan zouden we kunnen zeggen dat deze kleine groep het doel was van al
Gods eerdere plannen, doelstellingen en scheppingshandelingen. (6) Daaruit
volgt dan dat om deze kleine rest het universum werd voortgebracht. Om hén
werden de bewoners van de ruimte, de onzienlijke wereld, in het leven geroepen
(Hebreeën 1:14). Om hén werd de aarde gemaakt. Met het oog op hen werd Abrahams
geslacht geboren. Om hen te bezitten, trad God Zelf de geschiedenis binnen in
de Vleeswording. En deze kleine groep heet de Gemeente, de Bruid, de Vrouw van
het Lam (Mattheüs 16:18, Openbaring 21:9). (7)
De Bruid – het eindproduct van alle eeuwen
Deze opvatting wordt bekrachtigd door wat men zou kunnen
noemen: “het bewijs van het eindproduct”. (8) Als iemand wil weten, wat de
betekenis en het doel van de geschiedenis is, dan moet hij naar het resultaat,
de “netto”-winst kijken. Omdat profetie “vooraf geschreven geschiedenis” is,
vinden we het laatste hoofdstuk van de geschiedenis in het boek Openbaring. Wat
zien we, als we de laatste bladzijden hiervan opslaan, als eindproduct
tevoorschijn komen? Dit ene slechts: de Eeuwige partner van de Zoon van God.
Het uiteindelijke resultaat en doel van alles wat er is gebeurd van eeuwigheid
tot eeuwigheid, het eindproduct van alle eeuwen is de smetteloze Bruid van
Christus, die met Hem verenigd in huwelijksgeluk het bruiloftsmaal van het Lam
viert en met haar hemelse Bruidegom gezeten is op de troon van het universum:
zij zal met Hem heersen over een steeds groeiend en zich uitbreidend
Koninkrijk. Hij kwam de geschiedenis der mensen slechts hierom binnen: Zich
Zijn Geliefde te verwerven (Openbaring 19:6, 21:7,9, 10).
Dus is de Gemeente, de sleutel voor de verklaring van de geschiedenis. De
Gemeente, gewassen in het Bloed van het Lam en zonder vlek of rimpel, is het
middelpunt, de reden en het doel van Gods geweldige schepping. Daarom is de
geschiedenis alleen maar dienares van de Gemeente en de volkeren der wereld
zijn slechts marionetten, die door God gehanteerd worden ten dienst van de
Gemeente (Handelingen 17:26).
De schepping dient geen ander oogmerk, de geschiedenis geen ander doel.
Vanaf de grondlegging der wereld tot aan het begin der eeuwigheid werkt God
naar deze éne grote gebeurtenis toe, dit éne verheven einddoel: de glorieuze
bruiloft van Zijn Zoon, het bruiloftsmaal van het Lam.
De hemelse bruiloft en de aanvang van Gods handelen in de
eeuwigheid
Net als bij Adam zag God, dat het niet goed was voor zijn
Zoon om alleen te zijn. Vanaf het begin was het naar Gods plan, dat uit de
doorstoken zijde van Zijn Zoon, de eeuwige partner zou voortkomen. Zij zou
naast Hem zitten op de troon van het universum als een betrouwbare deelgenote. “Vrees niet, klein kuddeke, want het heeft uw Vader
behaagd u het Koninkrijk te geven” (Lucas 12:32). “Wie overwint, hem zal Ik geven met Mij te zitten op mijn
troon, gelijk ook Ik heb overwonnen en gezeten ben met mijn Vader op Zijn
troon” (Openbaring 3:21).
Het aanvaarden van een koningschap houdt meer in dan alleen van de principes en
het karakter van een koninkrijk kennis te nemen; dat is slechts een onderdeel
ervan. Een koningschap aanvaarden, houdt in tot koning verheven worden en te
worden bekleed met gezag over een koninkrijk. Dat dit Gods heerlijke doel is
met de Gemeente, wordt bekrachtigd en bevestigd door Paulus in I Korintiërs
6:2-3: “Weet gij niet dat wij over engelen zullen
oordelen”? Toen Jezus zei: “De heerlijkheid,
die Gij Mij gegeven hebt, heb Ik hun gegeven”. (Johannes 17:22),
bedoelde Hij dit als een handgeld voor de Gemeente.
Dit koningschap en deze heerschappij is geen holle frase, iets, wat symbolisch
of zinnebeeldig bedoeld is. Het is geen vrucht van de verbeelding. De Gemeente,
de Bruid, de eeuwige metgezellin zál met Hem op Zijn troon zitten. Als
Zijn troon voor Hem een werkelijkheid is, dan is háár troon net zomin fantasie.
Zij zal aan de heerlijkheid van Christus deel hebben (Romeinen 8:17). We weten
niet waarom het de Vader behaagt om het Koninkrijk aan de kleine kudde te
geven. We weten niet waarom Christus verkozen heeft Zijn troon en heerlijkheid
te delen met de verlosten. Maar we weten dat Hij verkozen heeft dit te doen en
dat het Hem tot vreugde is.
Daarom is alles wat van eeuwigheid aan dit bruiloftsmaal van het Lam vooraf
gegaan is, een inleiding en een voorbereiding. Pas daarna zal Gods programma
voor de eeuwigheid zich beginnen te ontvouwen. God, zal bij wijze van spreken,
niet beginnen Zijn uiteindelijke plannen voor de eeuwen uit te werken, voordat
de Bruid op de troon zit met haar Goddelijke Geliefde en Heer. Tot dan wordt
het ganse universum onder het ganse bestuur en de heerschappij van de Zoon van
God geleid met maar één doel: de voorbereiding en toerusting van de Bruid.
Aantekeningen
(1) Deze filosofie van onwetendheid wat het verleden
betreft en van hopeloosheid ten aanzien van de toekomst wordt beaamd en
bevestigd door de zienswijze van sommige moderne biologen en psychologen. In zijn boek “Chance and Necessity”
beweert Jacques Monod, de Frans kerngeleerde, dat het bestaan van de mens te
danken is aan een toevallige botsing van minuscule deeltjes kernzuur en
eiwitstoffen in de onmetelijke “oer-soep”. Volgens een aanhaling van dr. Francis
Schaeffer in zijn boek “Back to Freedom and Dignity” uit een artikel in
Newsweek Magazine, is Monod van oordeel, dat “alle leven voortkomt uit een
onderlinge wisselwerking van toeval en noodzaak”. Monod komt tot de conclusie,
dat de mens (voor zover het een Opperwezen aangaat) alleen staat in de wrede
onmetelijkheid van het heelal, waaruit hij als bij toeval ontstaan is. Er is
nergens vastgelegd wat zijn bestemming is, noch waaruit zijn verplichtingen
bestaan. Zoals dr. Schaeffer in zijn boek verklaart, is Monod ervan overtuigd,
dat “de mens het product is van het ‘onpersoonlijk’ plus tijd plus toeval”.
Als dit waar is, dan heeft de mens geen persoonlijkheid en dan kan hij ook niet
op een hogere waarde ingeschat worden dan elk andere onderdeel van het
universum ook. Daarom is er, moreel gezien, geen onderscheid tussen het
omhakken van een boom en het vernietigen van een menselijk wezen. Als een
menselijk persoon in wezen niet verschilt van een boom, dan is ook zijn
toekomst niet anders. Het bestaan van een mens heeft dan even weinig betekenis
als dat van een boom, en zo wordt de waarde van de mens tot nul gereduceerd.
Dit denken leidt uiteindelijk tot zinloosheid en wanhoop. Volgens dr. Schaeffer
is het dit, wat de studenten van Berkely tot opstand bracht en zoals men kan
concluderen ook op vele andere universiteiten in ons land en over de hele
wereld. Wanneer de mens God uitrangeert, vernietigt hij zichzelf. ATHEISME
BERGT ZELFMOORD IN ZICH!
(2) Dit
gezichtspunt wordt knap uitgedrukt door Erich Sauer: “Als Schepper van de loop
van de geschiedenis en Bestuurder van hemel en aarde, voert Hij (God) de
heerschappij over de gang van zaken in het heelal. Daarom kan Hij, als Heer van
de geschiedenis, en Hij alleen een verklaring geven van de geschiedenis… daarom
is de Bijbel het “boek der mensheid”, dat wil zeggen de sleutel tot het
wereldgebeuren. Elk begrip van de gang van zaken in de wereld der mensen hangt
af van de houding tegenover dit Boek” (Eternity to Eternity, blz. 97).
“Zonder Christus is de hele geschiedenis volkomen onbegrijpelijk” (Ernest
Renan).
(3) Alle
conservatieve verklaringen zijn het erover eens, dat het Schriftuurlijke
verhaal van de schepping er de nadruk op legt, dat de mens het doel en de kroon
van het scheppingsproces is. Zelfs Nietzsche heeft gezegd; “De mens is de reden
waarom de wereld bestaat” (Erich Sauer in The King of the Earth, blz. 49).
Over het scheppingsverhaal uit Genesis zegt Leonard Verduin: “Het is een
eenvoudige vanzelfsprekende zaak, dat het God er vanaf het allereerste begin om
te doen was het hoogtepunt van de schepping te bereiken in de mens. Alles wat
daaraan vooraf gaat, is een voorbereiding en inleiding op de schepping van de
mens, aan wie de heerschappij werd toevertrouwd. De mens wordt getekend als de
kroon en het sluitstuk van het hele scheppende handelen van de Almachtige God. De
mens is het doel, waarop zich dat hele handelen richtte. Waarlijk, de Bijbel
spreekt niet gering over de mens (Somewhat less than God, blz. 9).
4) Watchman
Nee wijst erop, dat de Gemeente nú het Lichaam van Christus is, maar dat zij ná
het bruiloftsmaal van het Lam Zijn Bruid zal zijn (The Glorious Church, hoofdst.
3, blz 46, uitgave 1968).
(5) De
stelling van dit gedeelte is aangevallen op grond daarvan “dat teveel gebaseerd
is op één tekst, los van de context”.
De schrijver erkent de juistheid van deze kritiek, omdat het woord dat met “alle
dingen” in Romeinen 8:28 wordt vertaald, daar niet in verband staat met het
woord “kosmos” zoals op andere plaatsen.
De bewering dat als sommige dingen medewerken ten goede voor de
Gemeente, dan ook alle dingen in het gehele universum ten goede moeten
medewerken, is een noodzakelijk, onbetwistbaar gevolg van de leer van het
monotheïsme (één godendom).
Indien er één God is en Hij soeverein is, dan zijn al Zijn bedoelingen en
handelingen op één en hetzelfde doel gericht. Slechts als er een gelijkwaardige
tegenkracht is, of verdeeld gezag, zouden andere stromingen of doeleinden Gods
doel kunnen doorkruisen. Hierdoor zou een chaos ontstaan. Daarom, als er één
soevereine God is in het heelal, dan is het universum een kosmos. Als het
universum een kosmos is, een harmonieus en geordend geheel, dan werken alle
omstandigheden en gebeurtenissen naar één en hetzelfde doel toe.
Dat het universum een kosmos is, onder de heerschappij van één soeverein gezag,
wordt ons geleerd o.a. in Psalm 103:19. “De Here
heeft Zijn troon in de hemel gevestigd, Zijn Koningschap heerst over alles”. Deze
waarheid is het onderwerp van vele psalmen en uitspraken van profeten en klinkt
door in heel de Schrift vanaf Genesis tot Openbaring. Dit wijst erop, dat het
universum een geordend geheel is, een harmonieuze eenheid, een kosmos.
In zo’n universum, onder de heerschappij van een centraal absoluut gezag,
zullen ook, indien één gebeurtenis of een reeks gebeurtenissen ten goede medewerken
voor de Gemeente, alle andere dingen hetzelfde doel dienen.
Een duidelijk voorbeeld hoe de kosmos medewerkt om het Messiaanse doel van God,
en daarmee ook Zijn bedoeling met de Gemeente te dienen, vindt men in Richteren
5:20. “Van de hemel streden de sterren, vanuit haar
banen streden zij tegen Sisera”. Vele andere Schriftgedeelten
illustreren ditzelfde punt.
Daarom behelst de uitdrukking “alle dingen” uit Romeinen 8:28 niet slechts bepaalde
bijzondere gebeurtenissen, maar de totaliteit van alles wat in het heelal
plaatsvindt.
(6) De
schrijver gelooft, dat het aantal verloste mensen niet te tellen is (Openbaring
7:9). De uitdrukkingen “kleine groep” en “heel kleine minderheid” worden
gebruikt met betrekking tot hen, die in de genadetijd gebruik gemaakt hebben of
nóg zullen maken van de vrijheid om te kiezen. Als we echter de talloze
miljoenen, die in de kinderjaren of vóór de geboorte streven, meerekenen, zoals
wij geloven, dan is het waar als men zegt, dat “uiteindelijk het aantal van
hen, die verloren gaan tegenover dat van hen, die gered worden in geen groter
verhouding staat dan het getal gedetineerden in de gevangenis tegenover dat van
de mensen in de vrije maatschappij”.
(7) De
schrijver gelooft dat de Gemeente alle verlosten omvat vanaf de schepping tot
aan de voleinding.
(8) De
auto-industrie geeft ons een heldere kijk op wat men noemt “het bewijs van het
eindproduct”. De auto was eerst slechts een ontwerp, een idee, een droom in de
geest van een mens. Maar dat idee gaf de stoot tot een grootse onderneming. Om
de auto te kunnen fabriceren zijn geweldige gebouwencomplexen verrezen, die
duizenden vierkante meters in beslag nemen en enorme sommen geld hebben gekost.
In deze fabrieken worden ingenieuze machines en werktuigen geïnstalleerd, een
uitrusting die enorme kapitalen vergden. De fabricage zelf vereist onmetelijke
hoeveelheden ruw materiaal van velerlei soort vanuit de hele wereld aangevoerd,
in aantallen die onze verbeelding verre te boven gaan. In deze bedrijven werken
miljoenen mannen en vrouwen, van ingenieurs tot arbeiders aan de productielijn.
En dat alles dient slechts dit éne doel: de vervaardiging van een kleine auto.
Wanneer dan het eerste wagentje van de montageband rolt, wordt het doel van
deze enorme industrie duidelijk zichtbaar. Alles wat eraan vooraf gegaan is, de
enorme plannen, de verwerking van het ruwe materiaal met de daaraan verbonden
reusachtige hoeveelheden afval, alles vanaf de tekentafel tot de laatste bout
toe, wordt belicht en verklaard door uitsluitend dit ene: het tot stand komen
van een auto. Die kleine wagen is de sleutel waarmee het geheim van alles wat
eraan vooraf gegaan is, ontsluierd wordt.
(9) De hier bedoelde gelijkheid is een overgedragen gelijkheid. Ofschoon dat het geval is, wordt deze gelijkheid volledig erkend en geëerbiedigd alsof het de oorspronkelijke was. De uitdrukking “mede-erfgenaam” (Romeinen 8:17) draagt onmiskenbaar deze betekenis. Volgens de wet kan een mede-erfgenaam niets alleen doen, niets zonder de ander.
Bron: Bestemd voor de Troon, Paul E.Billheimer.
Wordt vervolgd
Reacties
Een reactie posten