BESTEMD
VOOR DE
TROON

EEN OPMERKELIJK PERSPECTIEF OP DE EEUWIGE BESTEMMING VAN CHRISTUS’ GEMEENTE.

Inleiding

De hierna volgende hoofdstukken bevatten wat men een volkomen nieuwe, unieke kosmologie – leer over de kosmos – zou kunnen noemen. Het enige doel van het universum  van alle eeuwen her is: het werven en voorbereiden van een eeuwige partner voor de Zoon, de Bruid, de vrouw van het Lam van God. Omdat zij met haar Goddelijke geliefde en Heer, als rechtens Zijn gelijke, de troon van het universum zal delen, moet zij getraind, opgevoed en voorbereid worden voor har koninklijke taak.
Omdat de kroon alleen gegeven wordt aan overwinnaars (Openbaring 3:21: “Wie overwint, hem zal Ik geven met Mij te zitten op mijn troon, gelijk ook Ik heb overwonnen en gezeten ben met mijn Vader op zijn troon”), moet de Gemeente (die later de Bruid zal worden) de kunst van de geestelijke oorlogsvoering leren door het overwinnen van boze machten. Alleen zo kan ze zich voorbereiden om na het bruiloftsmaal van het Lam op de troon plaats te kunnen nemen. Om haar in staat te stellen de techniek van het overwinnen te leren heeft God het oneindige wijze leerplan van het gelovige gebed ontworpen. Hij heeft niet in de eerste plaats gebed voorgeschreven als een manier om bepaalde dingen gedaan te krijgen. Het is Zijn manier om de Gemeente daarmee te oefenen in het overwinnen van de aan God vijandige machten.
Deze wereld is een werkplaats, waarin zij die bestemd zijn voor de troon, in de werkelijke praktijk leren, hoe zij satan en zijn heerschappij kunnen overwinnen.
De gebedskamer is de plaats, waar de overwinnaars gevormd worden.
Dit betekent dat de verloste mens een hogere positie bekleedt dan alle andere schepselen in het universum. Engelen zijn geschapen, niet verwekt. De verloste mens is zowel geschapen als verwekt, geboren uit God. Zijn erfelijke eigenschappen dragend. Door de wedergeboorte wordt iemand die verlost is, een werkelijk lid van de oorspronkelijke kosmische familie “nauw verwant” aan de Drie-eenheid.
Omdat de Gemeente met Christus is opgestaan en ten hemel is opgevaren, heeft zij haar wettige plaats op de troon nu reeds ingenomen. Door het gebruik van haar wapens van gebed en geloof houdt zij in deze onrustige, verwarde tijd de machten in de wereld in evenwicht. Ondanks al haar jammerlijke zwakheid, haar ontstellende gebreken en haar niet te verontschuldigen tekortkomingen, is de Gemeente de sterkste kracht ten behoeve van de beschaving en het verlicht sociaal bewustzijn in de wereld van vandaag. De enige kracht, die strijdt tegen de totale overheersing van satan in de menselijke samenleving is de Gemeente van de levende God. Als er geen tegenstand aan satan geboden werd, als hij niet in bedwang gehouden werd door de door de Heilige Geest geïnspireerde gebeden en de geheiligde levens van Gods volk, dan “zou de ellende zich hemelhoog opstapelen en de aarde niet meer dan een onvruchtbaar stoppelveld zijn”.
“Gij zijt het zout der aarde…gij zijt het licht der wereld” (Mattheüs 5:13-14). Als de Gemeente niet haar reinigende en behoudende invloed op aarde zou uitoefenen, zou het hele bouwsel dat wij “beschaving” noemen, volkomen uiteenvallen, vermolmen en verdwijnen. Het feit, dat de sociale orde bewaard gebleven is voor een volkomen ineenstorting, ook al gaat satan op zijn ergst tekeer, bewijst, dat tenminste een overblijfsel van de Gemeente effectief functioneert en reeds begonnen is met het uitoefenen van haar heerschappij, in eenheid met haar levende Heer. Daarom is zij zelfs nu al dank zij de wapens van gebed en geloof, bezig geoefend te worden voor de taak die zij zal krijgen om, na de uiteindelijke vernietiging van satan, met Christus over het gehele universum te heersen.
Dankzij het gelovig gebruik van het gebed houdt de Gemeente de machten in evenwicht, niet alleen in de aangelegenheden van de wereld, maar ook bij de redding van enkelingen. Zonder dat we inbreuk maken op de eigen morele verantwoordelijkheid van een persoon kan de Gemeente door volhardende, gelovige voorbede de Geest van God zó de ruimte geven in het hart van iemand, dat die gemakkelijker zwicht voor de tere aandrang van de Geest en redding ontvangt dan dat hij volhardt in zijn verzet daartegen.
God zal niet buiten de Gemeente om handelen, omdat Zijn plan dan niet ten volle tot ontplooiing zou komen, namelijk haar tot volle wasdom te brengen, zodat zij met de Zoon zal kunnen heersen. Daarom zal Hij zonder haar niets doen. John Wesley zegt dit zo: “God doet niets tenzij in antwoord op gebed”.
Met de bedoeling de Gemeente in staat te stellen satan te overwinnen, kwam God in de loop van de geschiedenis van de mensheid binnen door de vleeswording. Als niet gevallen Mens heeft Hij satan zowel wettelijk als krachtdadig overwonnen en buiten spel gezet. Zijn gehele verlossingswerk heeft Hij ter wille van de Gemeente verricht. Hij is als “hoofd boven al wat is, gegeven aan de Gemeente” (Efeziërs 1:22). Door Zijn overwinning over satan is de Gemeente Zijn gevolmachtigde geworden. Ofschoon Christus een volledige, volkomen triomf over satan behaald heeft, geeft God hem nog ruimte om een guerrilla-oorlog te voeren. God zou volkomen met satan kunnen afrekenen, maar Hij heft besloten hem te gebruiken om de Gemeente in het overwinnen te oefenen. Gebed is niet God smeken iets te doen, wat Hij liever niet doen wil. Het is niet God vermurwen, maar de kracht van Christus over satan kracht bijzetten. Het is het op aarde uitvoeren van de beslissingen, die in de hemel betreffende de menselijke aangelegenheden genomen zijn.
Op Golgotha werd satan wettelijk teniet gedaan en werden al zijn aanspraken vervallen verklaard. God heeft de handhaving van de overwinning op Golgotha in handen van de Gemeente gelegd (Mattheüs 18:18; Lucas 10:17-19). Hij heeft haar volmacht gegeven. Zij is Zijn vertegenwoordigster. Maar dit afgeleide gezag kan niet functioneren zonder de gebeden van een gelovige Gemeente. Dus vinden we daar altijd gebed waar echt iets gebeurt. Elke Gemeente zonder een goed georganiseerd, systematisch opgezet gebedsplan houdt slechts een godsdienstige tredmolen aan het draaien.  
Een gebedsplan zonder geloof is krachteloos. Het ontbrekende element dat noodzakelijk is om aan zegevierend gebed kracht te verlenen, waardoor satan gebonden en uitgeworpen wordt, is overwinnend geloof. En het ontbrekende element dat noodzakelijk is om aan overwinnend geloof kracht te verlenen, is lofprijzing, voortdurende doelgerichte, strijdlustige lofprijzing.
Lofprijzing is de hoogste vorm van gebed, omdat zij geloof verbindt aan de smeekbede. Lofprijzing is de ontstekingsvonk van het geloof. Zij is het enige wat nodig is om het geloof los te maken van de aarde, waardoor het opstijgt boven de dodelijke luchtvervuiling van de twijfel. Lofprijzing is het zuiveringsmiddel, waardoor het geloof gereinigd wordt en de twijfel uit ons hart verdwijnt. Het geheim van verhoord gebed is geloof zonder twijfel (Marcus 11:23). En het geheim van geloof-zonder-twijfel is lofprijzing, triomferende lofprijzing, ononderbroken lofprijzing, de lofprijzing als een manier van leven. Dit is de oplossing van een dood geloof en onvruchtbaar gebed.
Het geheim van succes in het overwinnen van satan en zich bekwamen voor de troon is een geconcentreerd plan van vruchtbaar gebed. En het geheim van vruchtbaar gebed is een geconcentreerd plan van lofprijzing.

 

1
HET UITEINDELIJKE DOEL VAN HET UNIVERSUM: DE GEMEENTE

God is de Heer van de geschiedenis

Er zijn weinig historici die enig begrip hebben van de betekenis en het doel van de geschiedenis. Zij zijn misschien wel in staat de personen en gebeurtenissen, die naar men zegt het ruwe materiaal vormen, te beschrijven en in een systeem vast te leggen, maar zij hebben eigenlijk geen sleutel om de betekenis ervan te verklaren. De wordt door enkele bekende historici zelf toegegeven. G.N. Clark, bijvoorbeeld, zei in zijn inaugurele rede in Cambridge: “Er valt geen geheim en geen plan in de geschiedenis te ontdekken”.
André Maurois, Frans biograaf, criticus en romanschrijver beweert: “Het universum is zinloos. Wie heeft het geschapen? Waarom zijn wij hier op deze nietige klomp klei, rondtollend in een oneindige ruimte? Ik heb er niet het flauwste idee van en ben er absoluut van overtuigd, dat niemand dat heeft…”. Andere gezaghebbende personen, die misschien minder cru zijn in hun oordeel, tasten evenzeer in het duister over het doel en de motieven van de gebeurtenissen en personen, die zij vermelden en beschrijven.

‘Het bestaan’ – een ondoorgrondelijk mysterie voor het antieke denken

 De oude Grieken beschouwden de geschiedenis als een cirkel of een cyclus, die zichzelf voortdurend herhaalt en zich daarom niet in een bepaalde richting beweegt. Zij komt dus nooit tot een zichtbare bestemming en heeft ook geen herkenbaar doel. Voor hen was het bestaan een ondoorgrondelijk mysterie. En dit is de filosofie die door de meeste moderne wereldse geschiedschrijvers wordt aangehangen en uiteengezet. Zij weten niet wat ze met het bestaan aan moeten. Voor hen en voor velen in de wereld in het algemeen, bestaat de geschiedenis alleen maar uit de ene zinloze crisis na de andere, en heeft zij geen doelen geen redelijk oogmerk. Ze zien geen zin voor het bestaan van een redelijk denkende mensheid. Zij weten niet waar we vandaan komen of waar we heen gaan. Het hele bestaan is een onmetelijk, groot, onbegrijpelijk raadsel. Hun beschouwing van de geschiedenis is een filosofie van onwetendheid, frustratie en wanhoop.

Het universum - voor de moderne mens doelloos

In de moderne tijd werd deze filosofie populair door Jean-Paul Sartre. Hij leerde, dat ieder mens in een waterdichte ruimte leeft als een geïsoleerd individu in een doelloos universum. Omdat we niet kunnen weten, wie we zijn, waar we vandaan komen, of waar we heengaan, en omdat we het verleden niet begrijpen en geen hoop voor de toekomst hebben, is het enige wat belangrijk is, het leven nú in al zijn hevigheid te beleven. Alleen datgene wat we op dit moment kunnen verwerkelijken is van belang en heeft betekenis. Een hoge bestemming in 't verschiet heeft geen zin. Daarom is het opgeven van het heden te wille van de toekomst onzinnig en dwaas. Uit deze filosofie stamt het denken van de "Nu-generatie", de generatie die niet kan wachten. Het genot van het ogenblik is het enig redelijke doel van het bestaan. "Laten we eten en drinken, want morgen sterven wij" (I Korintiërs 15:32).

Een hele generatie studenten werd doordrenkt met deze bestaansfilosofie van onbelemmerde vrijheid, doelloosheid en wanhoop. Ze moest wel komen tot uitbarstingen van revolutionair geweld, brandstichting en plundering, en zo dood en verderf zaaien in steden, op universiteiten in het hele land en over de hele wereld. Zomaar ineens kwam er in de samenleving een explosie van wetteloosheid en misdaad, rellen en doodslag, en de waanzin van de drug-cultuur. Dit was het resultaat van de filosofie van de zinloosheid van het verleden en de hopeloosheid van de toekomst. (1)

De Bijbel - de enig betrouwbare bron

De doorsnee-historicus heeft geen sleutel tot de verklaring van de geschiedenis, omdat hij de enig onfeilbare bron, de Bijbel, negeert. Voor de meeste mensen, geschiedschrijvers incluis, eist, in welke eeuw of periode dan ook, die politieke eenheid of staat de meeste aandacht op, die het grootste aantal inwoners heeft, de grootste oppervlakte beslaat, de beste materiële hulpbronnen bezit en op de grootste en sterkste militaire macht kan bogen. Voor de meesten van ons bestaat geschiedkunde uit de beschrijving van de rol, die de leiders der grootmachten in het verleden gespeeld hebben. Daarom lijkt het erop, dat mannen als de Farao's, Nebukadnezar, Alexander de Grote, Caesar, Karel de Grote en Napoleon in werkelijkheid de geschiedenis hebben gemaakt. Deze stichters van keizerrijken en hun volgelingen beschouwden zichzelf als de bouwmeesters van de geschiedenis en de beeldhouwers van het lot der mensheid. Zij geloofden de makers van de geschiedenis te zijn en de loop van de gebeurtenissen te kunnen bepalen.

Golgotha - het werkelijke middelpunt van de geschiedenis

Maar de wereld in het algemeen en de geschiedkundigen in het bijzonder, hebben de plank volkomen misgeslagen. Er is namelijk maar één zinvolle opvatting van de geschiedenis en dat is die van de Bijbel. (2)

Het middelpunt van de geschiedenis wordt niet vastgesteld door grote keizerrijken zoals Egypte, Babylonië, Griekenland of Rome, noch door hun moderne tegenhangers zoals Rusland, China, de Verenigde Staten van Amerika of welke andere toekomstige macht ook. Om de kern van de geschiedenis te vinden, moet men aan al deze wereldrijken en klinkende namen voorbijgaan en zijn weg zoeken naar een nietig landje (Israël), dat de navel van de aarde genoemd wordt; geografisch middelpunt van de aarde. En in dat kleine land ligt een kleine heuvel, die Golgotha heet, waar 2000 jaar geleden een mens, Jezus genaamd, aan een kruis werd geslagen om te sterven. Ik wil in alle bescheidenheid opmerken, dat die kleine heuvel in dat kleine land, het middelpunt is van de hele geschiedenis, niet alleen van deze wereld, maar ook van de ontelbare melkwegstelsels in de oneindige kosmos, van eeuwigheid tot eeuwigheid.

De Gemeente - het centrale onderwerp en doel van de geschiedenis

De Man, Die bloedend aan het kruis hing, beschimpt en bespot door de voorbijgangers, was "voor alle dingen" (Colossenzen 1:17), dat wil zeggen  vóórdat de geschiedenis zelf begon. Met Hem begint de wereldgeschiedenis, want "alle dingen zijn door Hem geworden, en zonder Hem is geen ding geworden, dat geworden is" (Johannes 1:3). En de geschiedenis, die met Hem begon, werd en wordt door Hem gevormd en beheerst. "Hij beheerst het heelal met Zijn machtig Woord" (Hebreeën 1:3 - HLW). En zij werd en wordt door Hem gevormd en beheerst met slechts één doel voor ogen. Dat speciale doel en plan blijkt altijd de centrale en beheersende factor van de geschiedenis te zijn, onverschillig hoe ver zij daarvan schijnt verwijderd te zijn. Iedere gebeurtenis in de geschiedenis vindt plaats om dit ene doel te dienen. Niets, hoe onbetekenend ook, valt daarbuiten. Het universum, onze planeet incluis, werd voor dit éne doel geschapen: om als geschikte woonplaats te dienen voor het menselijk geslacht. (3) De mens werd geschapen naar het beeld en de gelijkenis van God voor dit ene doel: om de Zoon van God een eeuwige partner te kunnen geven. Na de zondeval en de belofte van de verlossing door middel van de komende Messias, werd het Messiaanse geslacht geboren en opgevoed teneinde  de Messias voort te brengen. En de Messias kwam met slechts één bedoeling: de Gemeente in het leven te roepen, en zo Zijn Bruid te verwerven. De Gemeente, bestaande uit die mensen, die geroepen en verlost zijn, blijkt het centrale onderwerp, het doel te zijn, niet alleen van de wereldgeschiedenis, maar ook van alles wat God gedan heeft in alle rijken in alle eeuwigheden.

Als dat waar is, dan is alle geschiedenis geheiligd. Dan bestaat er niet zoiets als algemene, wereldse geschiedenis. Dan is geschiedenis eenvoudig "Zijn verhaal" (history = HIS STORY). Het ganse universum in zijn totaliteit werkt met God mee om Zijn doel te bereiken, namelijk Zijn Gemeente als Zijn eeuwige partner uit te kiezen en toe te rusten. Het ganse universum is voor dit doel geschapen, want alle dingen behoren aan de Gemeente en zijn er voor haar welzijn (I Korintiërs 3:21-23). Als Heer van de geschiedenis houdt God elk gebeuren onder Zijn heerschappij, niet alleen op deze aarde, maar overal ten einde Zijn doel te bereiken, namelijk Zijn Gemeente tot volle rijpheid te brengen en haar, Zijn uitverkoren Bruid - dus niet de engelen of aartsengelen - maar háár een plaats te geven op de troon met Zijn Zoon. (4) Deze heerlijke waarheid werd aan Paulus geopenbaard en hij schreef daarover: "Wij weten, dat alle dingen (de gehele kosmos) medewerken ten goede voor hen die God liefhebben (de Gemeente), die naar Zijn voornemen geroepenen zijn (de Bruid)" (Romeinen 8:28).

Een liefdesgeschiedenis in het hart van het universum

Uit dit alles wordt duidelijk, dat het hart van het universum een romantische liefde is die de sleutel is tot alle bestaan. Van alle eeuwigheid heeft God bedoeld, dat eens in de toekomst Zijn Zoon een eeuwige partner zou hebben, zoals Johannes haar in zijn Openbaring beschreef als "de Bruid, de Vrouw van het Lam" (Openbaring 21:9). Johannes onthulde verder, dat deze eeuwige partner naar Gods eeuwige bedoeling bestemd is om na het bruiloftsmaal van het Lam de troon met de Bruidegom te delen (Openbaring 3:21). Hier zien wij het uiteindelijke doel, de hoogste bestemming van de geschiedenis. Volgens Romeinen 8:28 is uitsluitend dit het motief van al God scheppend handelen. Dit Bijbelgedeelte leert ons duidelijk, dat alles wat God van 't begin af aan gedaan heeft, geconcentreerd was op de Gemeente. Slechts dit en niets anders onthult en verklaart het geheim van de geschiedenis volkomen. (5) Men kan van geen enkele wereldse geschiedschrijver verwachten dit te begrijpen. Maar als wij Romeinen 8:28 goed begrijpen, dan is deze schepping er voor de Gemeente (Psalm 75:7-8, Psalm 105). Dus niet dankzij hun eigen waardigheid kwamen Farao, Nebukadnezar, Darius, Sanherib en anderen aan de macht. Dit is wat Jesaja zegt in hoofdstuk 10:5-14. De betekenis van deze koningen was volkomen afhankelijk van Gods bedoeling met het Messiaanse volk, waaruit de Messias zou voortkomen. Eens komt de dag, dat we zullen begrijpen, dat niet alleen deze voorbeelden, die in de Bijbel staan, maar alle gebeurtenissen in alle eeuwigheden, beschikt en toegeleid werden naar dit éne doel: het uiteindelijke werven en voorbereiden van de Bruid.
In zijn Bijbelshandboek toont Henry Halley aan, dat "...het Oude Testament verslag geeft van een volk, maar het Nieuwe Testament van een MENS. Het volk werd in het leven geroepen door God om deze MENS voort te brengen".

Beperkte aanvaarding van een onbeperkte verzoening

Maar wat was het doel van de komst van deze MENS? Hij kwam om te sterven - om te sterven én uit de dood op te staan (Johannes 12:27). En wat was dáárvan dan de bedoeling? Het antwoord luidt gewoonlijk, dat Hij stierf en uit de dood verrees om de wereld te verlossen. U verbaast zich misschien als ik beweer, dat naar mijn mening bovenstaand antwoord te eenvoudig is, omdat het ten enenmale niet alles omvat. Het is wáár, dat Zijn dood en opstanding de mogelijkheid tot verlossing van de gehele mensheid gaven. Geen enkel mens uit Adams geslacht werd buitengesloten. "En Hij is een verzoening voor onze zonden en niet alleen voor de onze, maar ook voor die der gehele wereld
(I Johannes 2:2).
Allen die geboren zijn of nog zullen worden, vanaf de dageraad der menselijke geschiedenis tot aan het aanbreken van de eeuwigheid, zijn besloten in Gods alomvattende verlossende liefde. Maar God wist vanaf het begin, dat slechts een uitverkoren deel dit wereldwijde aanbod zou accepteren. Dit wordt duidelijk uit de woorden van Jezus Zelf in Mattheüs 7:13-14: "Wijd is de poort en breed de weg die tot het verderf leidt, en velen zijn er, die daardoor ingaan; want eng is de poort en smalle weg, die ten leven leidt, en weinigen zijn er, die hem vinden".

Als God reeds van eeuw en her wist, dat het "netto" resultaat van heel Zijn scheppend handelen, Zijn verlossingsplan inbegrepen, slechts deze naar verhouding kleine minderheid zou zijn, dan zouden we kunnen zeggen dat deze kleine groep het doel was van al Gods eerdere plannen, doelstellingen en scheppingshandelingen. (6) Daaruit volgt dan dat om deze kleine rest het universum werd voortgebracht. Om hén werden de bewoners van de ruimte, de onzienlijke wereld, in het leven geroepen (Hebreeën 1:14). Om hén werd de aarde gemaakt. Met het oog op hen werd Abrahams geslacht geboren. Om hen te bezitten, trad God Zelf de geschiedenis binnen in de Vleeswording. En deze kleine groep heet de Gemeente, de Bruid, de Vrouw van het Lam (Mattheüs 16:18, Openbaring 21:9). (7)

De Bruid – het eindproduct van alle eeuwen

Deze opvatting wordt bekrachtigd door wat men zou kunnen noemen: “het bewijs van het eindproduct”. (8) Als iemand wil weten, wat de betekenis en het doel van de geschiedenis is, dan moet hij naar het resultaat, de “netto”-winst kijken. Omdat profetie “vooraf geschreven geschiedenis” is, vinden we het laatste hoofdstuk van de geschiedenis in het boek Openbaring. Wat zien we, als we de laatste bladzijden hiervan opslaan, als eindproduct tevoorschijn komen? Dit ene slechts: de Eeuwige partner van de Zoon van God.
Het uiteindelijke resultaat en doel van alles wat er is gebeurd van eeuwigheid tot eeuwigheid, het eindproduct van alle eeuwen is de smetteloze Bruid van Christus, die met Hem verenigd in huwelijksgeluk het bruiloftsmaal van het Lam viert en met haar hemelse Bruidegom gezeten is op de troon van het universum: zij zal met Hem heersen over een steeds groeiend en zich uitbreidend Koninkrijk. Hij kwam de geschiedenis der mensen slechts hierom binnen: Zich Zijn Geliefde te verwerven (Openbaring 19:6, 21:7,9, 10).
Dus is de Gemeente, de sleutel voor de verklaring van de geschiedenis. De Gemeente, gewassen in het Bloed van het Lam en zonder vlek of rimpel, is het middelpunt, de reden en het doel van Gods geweldige schepping. Daarom is de geschiedenis alleen maar dienares van de Gemeente en de volkeren der wereld zijn slechts marionetten, die door God gehanteerd worden ten dienst van de Gemeente (Handelingen 17:26).
De schepping dient geen ander oogmerk, de geschiedenis geen ander doel.
Vanaf de grondlegging der wereld tot aan het begin der eeuwigheid werkt God naar deze éne grote gebeurtenis toe, dit éne verheven einddoel: de glorieuze bruiloft van Zijn Zoon, het bruiloftsmaal van het Lam.

De hemelse bruiloft en de aanvang van Gods handelen in de eeuwigheid

Net als bij Adam zag God, dat het niet goed was voor zijn Zoon om alleen te zijn. Vanaf het begin was het naar Gods plan, dat uit de doorstoken zijde van Zijn Zoon, de eeuwige partner zou voortkomen. Zij zou naast Hem zitten op de troon van het universum als een betrouwbare deelgenote. “Vrees niet, klein kuddeke, want het heeft uw Vader behaagd u het Koninkrijk te geven” (Lucas 12:32). “Wie overwint, hem zal Ik geven met Mij te zitten op mijn troon, gelijk ook Ik heb overwonnen en gezeten ben met mijn Vader op Zijn troon” (Openbaring 3:21).
Het aanvaarden van een koningschap houdt meer in dan alleen van de principes en het karakter van een koninkrijk kennis te nemen; dat is slechts een onderdeel ervan. Een koningschap aanvaarden, houdt in tot koning verheven worden en te worden bekleed met gezag over een koninkrijk. Dat dit Gods heerlijke doel is met de Gemeente, wordt bekrachtigd en bevestigd door Paulus in I Korintiërs 6:2-3: “Weet gij niet dat wij over engelen zullen oordelen”? Toen Jezus zei: “De heerlijkheid, die Gij Mij gegeven hebt, heb Ik hun gegeven”. (Johannes 17:22), bedoelde Hij dit als een handgeld voor de Gemeente.
Dit koningschap en deze heerschappij is geen holle frase, iets, wat symbolisch of zinnebeeldig bedoeld is. Het is geen vrucht van de verbeelding. De Gemeente, de Bruid, de eeuwige metgezellin zál met Hem op Zijn troon zitten. Als Zijn troon voor Hem een werkelijkheid is, dan is háár troon net zomin fantasie. Zij zal aan de heerlijkheid van Christus deel hebben (Romeinen 8:17). We weten niet waarom het de Vader behaagt om het Koninkrijk aan de kleine kudde te geven. We weten niet waarom Christus verkozen heeft Zijn troon en heerlijkheid te delen met de verlosten. Maar we weten dat Hij verkozen heeft dit te doen en dat het Hem tot vreugde is.
Daarom is alles wat van eeuwigheid aan dit bruiloftsmaal van het Lam vooraf gegaan is, een inleiding en een voorbereiding. Pas daarna zal Gods programma voor de eeuwigheid zich beginnen te ontvouwen. God, zal bij wijze van spreken, niet beginnen Zijn uiteindelijke plannen voor de eeuwen uit te werken, voordat de Bruid op de troon zit met haar Goddelijke Geliefde en Heer. Tot dan wordt het ganse universum onder het ganse bestuur en de heerschappij van de Zoon van God geleid met maar één doel: de voorbereiding en toerusting van de Bruid.

Aantekeningen

(1) Deze filosofie van onwetendheid wat het verleden betreft en van hopeloosheid ten aanzien van de toekomst wordt beaamd en bevestigd door de zienswijze van sommige moderne biologen en psychologen. In zijn boek “Chance and Necessity” beweert Jacques Monod, de Frans kerngeleerde, dat het bestaan van de mens te danken is aan een toevallige botsing van minuscule deeltjes kernzuur en eiwitstoffen in de onmetelijke “oer-soep”. Volgens een aanhaling van dr. Francis Schaeffer in zijn boek “Back to Freedom and Dignity” uit een artikel in Newsweek Magazine, is Monod van oordeel, dat “alle leven voortkomt uit een onderlinge wisselwerking van toeval en noodzaak”. Monod komt tot de conclusie, dat de mens (voor zover het een Opperwezen aangaat) alleen staat in de wrede onmetelijkheid van het heelal, waaruit hij als bij toeval ontstaan is. Er is nergens vastgelegd wat zijn bestemming is, noch waaruit zijn verplichtingen bestaan. Zoals dr. Schaeffer in zijn boek verklaart, is Monod ervan overtuigd, dat “de mens het product is van het ‘onpersoonlijk’ plus tijd plus toeval”.
Als dit waar is, dan heeft de mens geen persoonlijkheid en dan kan hij ook niet op een hogere waarde ingeschat worden dan elk andere onderdeel van het universum ook. Daarom is er, moreel gezien, geen onderscheid tussen het omhakken van een boom en het vernietigen van een menselijk wezen. Als een menselijk persoon in wezen niet verschilt van een boom, dan is ook zijn toekomst niet anders. Het bestaan van een mens heeft dan even weinig betekenis als dat van een boom, en zo wordt de waarde van de mens tot nul gereduceerd. Dit denken leidt uiteindelijk tot zinloosheid en wanhoop. Volgens dr. Schaeffer is het dit, wat de studenten van Berkely tot opstand bracht en zoals men kan concluderen ook op vele andere universiteiten in ons land en over de hele wereld. Wanneer de mens God uitrangeert, vernietigt hij zichzelf. ATHEISME BERGT ZELFMOORD IN ZICH!

(2) Dit gezichtspunt wordt knap uitgedrukt door Erich Sauer: “Als Schepper van de loop van de geschiedenis en Bestuurder van hemel en aarde, voert Hij (God) de heerschappij over de gang van zaken in het heelal. Daarom kan Hij, als Heer van de geschiedenis, en Hij alleen een verklaring geven van de geschiedenis… daarom is de Bijbel het “boek der mensheid”, dat wil zeggen de sleutel tot het wereldgebeuren. Elk begrip van de gang van zaken in de wereld der mensen hangt af van de houding tegenover dit Boek” (Eternity to Eternity, blz.  97).
“Zonder Christus is de hele geschiedenis volkomen onbegrijpelijk” (Ernest Renan).

(3) Alle conservatieve verklaringen zijn het erover eens, dat het Schriftuurlijke verhaal van de schepping er de nadruk op legt, dat de mens het doel en de kroon van het scheppingsproces is. Zelfs Nietzsche heeft gezegd; “De mens is de reden waarom de wereld bestaat” (Erich Sauer in The King of the Earth, blz. 49).
Over het scheppingsverhaal uit Genesis zegt Leonard Verduin: “Het is een eenvoudige vanzelfsprekende zaak, dat het God er vanaf het allereerste begin om te doen was het hoogtepunt van de schepping te bereiken in de mens. Alles wat daaraan vooraf gaat, is een voorbereiding en inleiding op de schepping van de mens, aan wie de heerschappij werd toevertrouwd. De mens wordt getekend als de kroon en het sluitstuk van het hele scheppende handelen van de Almachtige God. De mens is het doel, waarop zich dat hele handelen richtte. Waarlijk, de Bijbel spreekt niet gering over de mens (Somewhat less than God, blz. 9).

4) Watchman Nee wijst erop, dat de Gemeente nú het Lichaam van Christus is, maar dat zij ná het bruiloftsmaal van het Lam Zijn Bruid zal zijn (The Glorious Church, hoofdst. 3, blz 46, uitgave 1968).

(5) De stelling van dit gedeelte is aangevallen op grond daarvan “dat teveel gebaseerd is op één tekst, los van de context”.
De schrijver erkent de juistheid van deze kritiek, omdat het woord dat met “alle dingen” in Romeinen 8:28 wordt vertaald, daar niet in verband staat met het woord “kosmos” zoals op andere plaatsen.
De bewering dat als sommige dingen medewerken ten goede voor de Gemeente, dan ook alle dingen in het gehele universum ten goede moeten medewerken, is een noodzakelijk, onbetwistbaar gevolg van de leer van het monotheïsme (één godendom).
Indien er één God is en Hij soeverein is, dan zijn al Zijn bedoelingen en handelingen op één en hetzelfde doel gericht. Slechts als er een gelijkwaardige tegenkracht is, of verdeeld gezag, zouden andere stromingen of doeleinden Gods doel kunnen doorkruisen. Hierdoor zou een chaos ontstaan. Daarom, als er één soevereine God is in het heelal, dan is het universum een kosmos. Als het universum een kosmos is, een harmonieus en geordend geheel, dan werken alle omstandigheden en gebeurtenissen naar één en hetzelfde doel toe.
Dat het universum een kosmos is, onder de heerschappij van één soeverein gezag, wordt ons geleerd o.a. in Psalm 103:19. “De Here heeft Zijn troon in de hemel gevestigd, Zijn Koningschap heerst over alles”. Deze waarheid is het onderwerp van vele psalmen en uitspraken van profeten en klinkt door in heel de Schrift vanaf Genesis tot Openbaring. Dit wijst erop, dat het universum een geordend geheel is, een harmonieuze eenheid, een kosmos.
In zo’n universum, onder de heerschappij van een centraal absoluut gezag, zullen ook, indien één gebeurtenis of een reeks gebeurtenissen ten goede medewerken voor de Gemeente, alle andere dingen hetzelfde doel dienen.
Een duidelijk voorbeeld hoe de kosmos medewerkt om het Messiaanse doel van God, en daarmee ook Zijn bedoeling met de Gemeente te dienen, vindt men in Richteren 5:20. “Van de hemel streden de sterren, vanuit haar banen streden zij tegen Sisera”. Vele andere Schriftgedeelten illustreren ditzelfde punt.
Daarom behelst de uitdrukking “alle dingen” uit Romeinen 8:28 niet slechts bepaalde bijzondere gebeurtenissen, maar de totaliteit van alles wat in het heelal plaatsvindt.

(6) De schrijver gelooft, dat het aantal verloste mensen niet te tellen is (Openbaring 7:9). De uitdrukkingen “kleine groep” en “heel kleine minderheid” worden gebruikt met betrekking tot hen, die in de genadetijd gebruik gemaakt hebben of nóg zullen maken van de vrijheid om te kiezen. Als we echter de talloze miljoenen, die in de kinderjaren of vóór de geboorte streven, meerekenen, zoals wij geloven, dan is het waar als men zegt, dat “uiteindelijk het aantal van hen, die verloren gaan tegenover dat van hen, die gered worden in geen groter verhouding staat dan het getal gedetineerden in de gevangenis tegenover dat van de mensen in de vrije maatschappij”.

(7) De schrijver gelooft dat de Gemeente alle verlosten omvat vanaf de schepping tot aan de voleinding.

(8) De auto-industrie geeft ons een heldere kijk op wat men noemt “het bewijs van het eindproduct”. De auto was eerst slechts een ontwerp, een idee, een droom in de geest van een mens. Maar dat idee gaf de stoot tot een grootse onderneming. Om de auto te kunnen fabriceren zijn geweldige gebouwencomplexen verrezen, die duizenden vierkante meters in beslag nemen en enorme sommen geld hebben gekost. In deze fabrieken worden ingenieuze machines en werktuigen geïnstalleerd, een uitrusting die enorme kapitalen vergden. De fabricage zelf vereist onmetelijke hoeveelheden ruw materiaal van velerlei soort vanuit de hele wereld aangevoerd, in aantallen die onze verbeelding verre te boven gaan. In deze bedrijven werken miljoenen mannen en vrouwen, van ingenieurs tot arbeiders aan de productielijn. En dat alles dient slechts dit éne doel: de vervaardiging van een kleine auto. Wanneer dan het eerste wagentje van de montageband rolt, wordt het doel van deze enorme industrie duidelijk zichtbaar. Alles wat eraan vooraf gegaan is, de enorme plannen, de verwerking van het ruwe materiaal met de daaraan verbonden reusachtige hoeveelheden afval, alles vanaf de tekentafel tot de laatste bout toe, wordt belicht en verklaard door uitsluitend dit ene: het tot stand komen van een auto. Die kleine wagen is de sleutel waarmee het geheim van alles wat eraan vooraf gegaan is, ontsluierd wordt.

(9) De hier bedoelde gelijkheid is een overgedragen gelijkheid. Ofschoon dat het geval is, wordt deze gelijkheid volledig erkend en geëerbiedigd alsof het de oorspronkelijke was. De uitdrukking “mede-erfgenaam” (Romeinen 8:17) draagt onmiskenbaar deze betekenis. Volgens de wet kan een mede-erfgenaam niets alleen doen, niets zonder de ander.

2
GODS DOEL VOOR DE GEMEENTE:
DE HOOGSTE POSITIE

De hoogste positie – de verloste mens

Het zal uit het eerste hoofdstuk duidelijk geworden zijn, dat de verloste mens een volstrekt unieke plaats inneemt in de rangorde van het universum. Ik probeer hiermee niet de plaats van de engelen te kleineren of iets af te doen aan hun stralende heerlijkheid. Zij zijn onbeschrijfelijk schoon en bezitten een ontegenzeglijke majesteit, een onuitsprekelijke macht en een bovennatuurlijke intelligentie. Zij heersen over hemelse gewesten van ongekende uitgestrektheid en onvoorstelbare luister. Hun buitengewone positie blijkt verder uit het feit, dat zij rondom de troon van de Almachtige (God) staan en de hofhouding vormen van de Koning der koningen. Maar hoe verheven zij ook zijn, toch worden de engelen, die de hoogste positie bekleden en rondom de troon van de Allerhoogste zweven, overtroffen – wonder boven wonder – door het meest onbetekenende mensenkind, dat wedergeboren en verlost is door het Bloed van het Lam.

God “liet zich kennen” in de Vleeswording

Oorspronkelijk geschapen naar Gods beeld werd de verloste mens, door een geboorteproces, zoals God dat alleen heeft kunnen uitdenken en dat we wedergeboorte noemen, verheven tot de hoogste van alle schepselen. “Want over de engelen ontfermt Hij Zich niet, maar Hij ontfermt Zich over het nageslacht van Abraham” (Hebreeën 2:16). Hoe Hij zich ook verder in de natuur manifesteert, God kon geen engelengestalte aannemen, omdat zij niet zijn geschapen naar Zijn beeld en gelijkenis (1). Geen ander schepsel heeft bij benadering het vermogen zoals de mens, om “God in zich te hebben en Zijn beeld te vertonen”. Slechts in de menselijke natuur kon God vlees worden. God “liet Zichzelf kennen” in de menswording. Hierdoor gaf Hij eer aan het menselijke geslacht en verhief Hij de verloste mens boven de hoogst geplaatste engel in het stralende gewelf van het firmament.

De engelen zijn geschapen, niet verwekt

Omdat engelen niet naar het beeld Gods geschapen zijn en God daarom in hen niet vlees kan worden, kunnen de gevallen engelen ook niet worden verlost. Geen engel kan ooit (een geboren) lid worden van het huisgein van God. Zij zijn geschapen wezens, niet verwekt; daarom kan een engel nooit een “bloed”-eigen zoon van God worden. Zij kunnen nooit de erfelijke aanleg, het “zaad” van God ontvangen. Zij kunnen nooit deel hebben aan de Goddelijke natuur.
Geen engel kan ooit behoren tot de Bruidsgemeente. Dit voorrecht geldt alleen de verloste mens.
Wie van de engelen kent het voorrecht, te kunnen zeggen: “Ziet, welk een liefde ons de Vader gegeven heeft, dat wij kinderen Gods genoemd worden”? Of “Wanneer Hij al verschijnen, zullen wij Hem gelijk wezen” (I Johannes 3:1-2)? In Hebreeën 2:11 staat: “Want Hij Die heiligt en zij die geheiligd worden, zijn alleen uit één; daarom schaamt Hij Zich niet hen broeders te noemen”. Tot wie van de engelen heeft Hij ooit gezegd: “Ziedaar, mijn broeder en zuster en moeder,” d.w.z. “Wij zijn van dezelfde oorsprong, we zijn uit dezelfde Vader geboren” (Mattheüs 12:48-50).
Heeft Hij ooit over de engelen gesproken, zoals Hij over Zijn discipelen sprak: “Dat zij allen één zijn, gelijk Gij Vader in Mij en Ik in U, dat zij ook in Ons zijn, opdat zij één zijn, gelijk Wij één zijn: Ik in hen en Gij in Mij, dat zij volmaakt zijn tot één…” (Johannes 17:21-23). Heeft Paulus ooit van de engelen gezegd, zoals hij deed van de Gemeente, dat zij Zijn Lichaam vormen, waarvan Hij het Hoofd is “vervuld met Hem, Die alles in allen volmaakt” (Efeziërs 1:23)? Heeft Paulus tot de engelen gezegd: “Gij zijt leden van Zijn Lichaam, vlees van Zijn vlees en been van zijn gebeente” (Efeziërs 5:30 S.V.)?

De verlosten zijn toegevoegd aan de Triniteit
Maar dit is niet alles. We gaan verder en lezen met ingehouden adem in I Korintiërs 6:17 “Hij die zich aan de Here hecht is één geest met Hem”. Deze eenheid is meer dan alleen een formele, zakelijke of ideële harmonie of gevoelsband. Het is een organische eenheid, een “organische relatie tussen personen”. Door wedergeboorte worden we waarachtige leden van de oorspronkelijke kosmische familie (Efeziërs 3:15), daadwerkelijke zonen van God (I Johannes 3:2), “deelgenoten van de Goddelijke natuur” (II Petrus 1:4), door hem verwekt en bevrucht door het Woord, dat het zaad wordt genoemd (I Johannes 3:9; 5:1, 18, I Petrus 1:3, 23) en dat zijn erfelijke eigenschappen draagt. Zo worden wij door wedergeboorte – ik spreek met eerbied – de naaste bloedverwanten van de Drie-eenheid. Dat deze groep wedergeboren mensen boven alle andere schepselen staat, wordt door Paulus bevestigd door de indringende vragen, die hij stelt in I Korintiërs 6:2-3: “Of weten jullie niet dat de Christenen straks over de wereld zullen rechtspreken?...Weten jullie niet, dat wij straks over engelen zullen oordelen”? (HLW).

Het nieuwe geslacht

Het gaat hier dus over een volkomen nieuw, uniek en bijzonder soort schepselen, dat men een “nieuw geslacht” zou kunnen noemen. Niets in alle koninkrijken der oneindigheid is daarmee te vergelijken. Dit is wat God voor ogen had, toen Hij de wereld tot aanzijn riep. Dit is wat door Paulus de “nieuwe mens” wordt genoemd (Efeziërs 2:15), de “nieuwe mensheid”, die door wedergeboorte bestemd is de elite van het universum te zijn. Zij vormt een nieuwe koninklijke familie, een nieuwe heersende klasse, die tevens de Bruid, de Vrouw van het Lam is. Dit geslacht is ertoe bestemd om mede te regeren, mede te heersen en mede te besturen. Op grond van de verlossing en de wettelijke verbintenis met de Koning der koningen (zie hoofdstuk 1, aantekening 9) de gelijkwaardige partner op de troon.

Een familie door geboorte

Niets kan ooit het feit verdoezelen, dat de Schepper door oneindigheid gescheiden is van Zijn schepping. Christus is de eeuwige unieke en eniggeboren Zoon, “de afstraling va Gods heerlijkheid” (Hebreeën 1:3). Maar van vóór alle eeuwigheid heeft God Zich voorgenomen een eigen familiekring te scheppen, van mensen, die niet alleen geschapen zouden worden, maar ook voort zouden komen uit Zijn eigen leven. “Al voordat Hij de wereld maakte, heeft God ons uitgekozen (in erfelijke zin), ons die één met Christus zijn” (Efeziërs 1:4, 5:25-27 – HLW). Om deze persoonlijke familieband te verkrijgen ontwierp God het grote en oneindig wijze plan van de schepping plus de verlossing door de wedergeboorte, teneinde “vele zonen tot heerlijkheid te brengen” (Hebreeën 2:10). En Hij besloot dat ze Zijn Zoon gelijk zouden zijn…opdat Hij de eerste  en belangrijkste van vele broers zou worden (Romeinen 8:29 – HLW). Met andere woorden Christus is het voorbeeld, waarnaar alle andere zonen gevormd worden. Uit Johannes 1:12-13 leren we, dat het verlossingsplan werd ontworpen als een effectieve en originele methode om “vele zonen” voort te brengen, die als discipelen een heiligingsproces zouden ondergaan, teneinde hen tot heerlijkheid te brengen. “Doch allen, die Hem aangenomen hebben, hun heeft Hij macht gegeven om kinderen Gods te worden, hun die in Zijn Naam geloven; die niet uit bloed, noch uit de wil des vlezes noch uit de wil eens man, doch uit God geboren zijn” (Johannes 1:12-13). Hieruit blijkt duidelijk dat er twee manieren bestaan waarop men geboren kan worden: een menselijk en een Goddelijke. In en door Christus alleen realiseert en vervult God zijn vaderlijk verlangen naar een door geboorte ontstane familierelatie. Zonder dit plan zou Gods familie voor altijd beperkt zijn gebleven tot Drie.

Prinsen van het Koninkrijk

Degenen, die het werk aan een lopende band kennen, weten dat een model eerst getekend wordt en met de hand vervaardigd en getest, voordat het aan de montageband gefabriceerd wordt. Zij weten ook, dat lopende-band-werk exacte duplicaten, volmaakte kopieën van het origineel maakt. Dit nu is ook Gods doel met het verlossingsplan: om door wedergeboorte een geheel nieuw, uniek soort mensen te scheppen, nauwkeurige evenbeelden van Zijn Zoon, met Wie Hij Zijn glorie en heerschappij wil delen, en die een koninklijk geslacht zullen zijn dat de regerende en besturende functie in Zijn eeuwig Koninkrijk zal bekleden.
Hoewel we aan de ene kant het oneindig grote onderscheid tussen de eeuwige Zoon en de “vele zonen”, die in de familie van God geboren zijn, onderkennen, is aan de andere kant hun erfenis als gevolg van de wedergeboorte zodanig, dat Hij hen als waarachtige broeders beschouwt. En volgens I Johannes 3:2 is dat precies wat zij zijn: echte uit God geboren kinderen, en daardoor “bloedeigen” broeders van de Zoon. Christus is het Goddelijke model waarnaar de nieuwe mens gevormd wordt. Zij zullen een kopie zijn van Hem, ware genotypen, volkomen aan Hem gelijk voor zover dat mogelijk is, als begrensden t.o.v. de Onbegrensde. Als door Hem verwekte zonen Gods, die in hun wezen en aard de erfelijke eigenschappen van God dragen, staan zij in rang hoger dan alle andere schepselen en zijn zij verheven tot de hoogste plaats die maar mogelijk is, zonder tot de Drie-eenheid zelf te behoren.
Ofschoon Christus de unieke, eniggeboren, eeuwige Zoon is, behoudt Hij toch Zijn heerlijkheid niet voor Zich, want Hij heeft gezegd: “De heerlijkheid, die Gij Mij gegeven hebt, heb Ik hun gegeven” (Johannes 17:22). Daarom zullen de verlosten deelhebben aan Zijn heerlijkheid, Zijn regering en Zijn heerschappij als waarachtige, verantwoordelijke prinsen van Zijn Koninkrijk.

“Bijna goddelijk” (Psalm 8:6)

Op deze manier heeft God de verloste mens tot zo’n positie verheven, dat Hij onmogelijk verder gaan kon zonder hem in de cirkel van de Godheid Zelf binnen te laten. In de Geliefde zijn we aan de boezem van de Vader toegelaten (Johannes 1:18) en krachtens onze eenheid met Christus zijn wij op dezelfde voorwaarden aanvaard als Hij (Efeziërs 1:6, Johannes 17:23). Als waarachtige zonen, verwekt door God Zelf, als echt “bloedeigen” broeders van de eeuwige Zoon, als leden van Zijn Lichaam, waarvan Hij het Hoofd is, en als geest van Zijn Geest, is ’t onmogelijk nóg nader te komen! Dit geheimenis werd door rees Howells zo blij tot uitdrukking gebracht:

“Ik kan niet nader zijn bij God,
zó dicht, zó héél dichtbij,
want in Zijn eigen eeuwige Zoon
ben ik Hem na als Hij.”

Dit stemt overeen met de verheven uitroep in Psalm 8:5-6 “Wat is de mens, dat Gij zijner gedenkt? En het mensenkind, dat Gij naar hem omziet (in de vleeswording)? Toch hebt Gij hem bijna goddelijk gemaakt”. Dit is volgens erkende bronnen de juiste vertaling, daar het woord Elohim in het oorspronkelijk Hebreeuws de eerste naam is, die aan de Godheid gegeven wordt (Genesis 1:1).

Geen grootheidswaan

Deze gedachte voert ons tot zulke duizelingwekkende hoogten, dat men ons zou kunnen beschuldigen, niet alleen van grootheidswaan en overdrijving, maar zelfs van godslastering, als deze uitspraken niet waar zouden zijn.
God heeft de mogelijkheden van de menselijke taal uitgeput om ons de ogen te openen voor de oneindige grootheid van Zijn plan voor de verloste mens. Wanneer Zijn woorden geen betekenis zouden hebben, dan zijn de voorafgaande uitspraken inderdaad overdreven. “Want wat geen oog heeft gezien en geen oor heeft gehoord, en wat in geen mensenhart is opgekomen, dat heeft God bereid voor degenen die Hem liefhebben” (I Korintiërs 2:9). Halleluja!
Zó onbeschrijfelijk en verwonderlijk is de grootheid van Gods plan, dat het Paulus dringt tot de ernstige voorbede voor ons: “Ik bid dat jullie innerlijk vol van licht zullen zijn, zodat je iets zult zien van de heerlijke toekomst waarvoor jullie geroepen zijn” (Efeziërs 1:18 – HLW).

Geen fantasie

Ofschoon de geïnspireerde woorden van de Bijbel duidelijk en ondubbelzinnig zijn, kan ons verstand ze vaak nauwelijks begrijpen en is men geneigd hun betekenis te miniseren door ze te beschouwen als fantasie, symbolen of beeldspraak. Op deze manier berooft het ongeloof het Woord van God maar al te vaak van Zijn kracht. Bij de uitleg van de Bijbel geldt als regel, dat het Woord letterlijk opgevat moet worden, tenzij er duidelijk van beelden of symbolen sprake is. Zonder twijfel gaat de werkelijkheid achter de Bijbelse uitspraken de menselijke verbeelding verre te boven; toch worden deze uitspraken toegankelijk gemaakt voor ons verstand. Wanneer we ze niet aanvaarden als een volkomen getrouwe weergave van de hemelse realiteit, beroven we hen van hun kracht. Ze staan in de Bijbel om te worden aangenomen, niet als symbool, maar letterlijk. Daarom is de positie van de verloste mens, volgens Gods eeuwig Woord, letterlijk en waarachtig, “bijna goddelijk”.

Positie in verhouding tot gebed

Misschien vragen sommigen zich af hoe dan de verhouding is van de verloste mens tot het gebed en de voorbede. Men kan zeggen, dat het gebed niet in de eerste plaats bedoeld is om dingen van God gedaan te krijgen. Het is Gods manier om de Gemeente door oefening te leren, hóe zij de legermacht van Gods vijanden kan overwinnen. Deze wereld is de werkplaats, waar zij, die voor de troon bestemd zijn, door gericht gebed in de binnenkamer leren, hoe zij satan en zijn handlangers kunnen overwinnen. God heeft een leerplan van gebed ontworpen als “stage” voor de eeuwige heerschappij met Christus. Hier leren wij de “kunst van het vak”: hoe wij de wapens van gebed en geloof moeten hanteren om te kunnen overwinnen en de duur gekochte zege van Christus met kracht te kunnen verwerkelijken. Of er vijanden zullen overblijven in de eeuwigheid weten we niet. Maar het is duidelijk, dat het karakter van de overwinning, hier gevormd, nodig zal zijn, wanneer wij naast de Bruidegom op de troon zullen zitten. “Wie overwint, hem zal Ik geven met Mij te zitten op Mijn troon” (Openbaring3:21). “De kroon is alleen voor de overwinnaar”. En de overwinnaar behaalt de overwinning binnen het kader van Gods leerplan van gebed en geloof. De gebedskamer is de arena, waaruit overwinnaars tevoorschijn komen.

Aantekeningen

(1) Er ligt een duidelijk, overtuigend aspect besloten in Genesis 1:27, dat seks in zijn geestelijke dimensie een element van het beeld Gods vormt. In dien seks in zijn geestelijke dimensie een onderdeel is van het beeld, waar naar de mens geschapen is, dan volgt daaruit dat de engelen niet naar Gods beeld geschapen zijn, wat zij dan ook verder met de mens gemeen mogen hebben, zoals een geestelijke natuur, verstandelijke, emotionele en morele eigenschappen en een heiligheid, die zij vanuit hun bestaan bezitten.


3
HET GEHEIMENIS VAN HET GEBED

“En Ik heb onder hen gezocht naar iemand die een muur zou kunnen optrekken en voor mijn aangezicht op de bres zou kunnen staan ten behoeve van het land, zodat Ik het niet zou verwoesten, maar Ik heb hem niet gevonden. Daarom heb Ik mijn gramschap over hen uitgestort; met het vuur van Mijn verbolgenheid heb Ik hen verteerd; hun wandel heb Ik op hun hoofd doen neerkomen, luidt het Woord van den Here HERE” (Ezechiël 22:30-31).

Gebed – een Goddelijke geheimenis

Is het ooit tot u doorgedrongen, dat het principe van gebed een raadselachtig mysterie is? Waarom bestaat er eigenlijk een systeem of plan van gebed? Is God niet almachtig? Kan Hij niet soeverein handelen? Zou Hij hulp van buitenaf nodig hebben? Eén van de eigenschappen, die men God toeschrijft, is juist, dat Hij geen hulp nodig heeft. Behoeft Hij dan iets waarin de mens of enig ander schepsel zou kunnen voorzien? Zou niet Hij, Die door Zijn Woord de werelden tot aanzijn riep en Die hen door datzelfde Woord in stand houdt, Zijn voornemens tot uitvoer kunnen brengen zonder de hulp van een nietig mens? Zo ja; waarom heeft Hij dan het gebed gewild?

God doet niets zonder de mens

Het geheimenis van het gebed wordt duidelijk in Ezechiël 22:30-31, wat we bij het begin van hoofdstuk 3 hebben aangehaald.
Hier zien we hoe God een rechtvaardig en verdiend oordeel zoekt te voorkomen. Hijzelf verlangt ernaar het volk te sparen. Maar, vreemd genoeg, kan Hij het niet zonder een mens doen, zonder een voorbidder. Als niemand voorbede doet, kan God het oordeel niet tegenhouden. Waarom zou Hij “afhankelijk” zijn van de gebeden van een mens om het volk te kunnen sparen voor de oordelen, die Hijzelf wil tegenhouden? God is immers de Almachtige, de Allerhoogste Heerser van het universum. Hij is Zelf de opperste Rechter, de Jury en de uitvoerende macht. Of niet soms? Als het Zijn verlangen zou zijn geweest om het gericht over Zijn volk tegen te houden, als Hij Zijn volk genadig had willen zijn, waarom heeft Hij Zijn hoogste gezag dan niet uitgeoefend en Zijn volk gesppaard, los van welke voorbede dan ook? Gods wil is toch superieur? Waarom heeft Hij Zichzelf dan “afhankelijk” van mensen gemaakt? Is dit niet een raadselachtig mysterie?

God dringt er op aan te bidden

Dat God gebed en voorbede zo belangrijk vindt, blijkt uit Zijn Woord door Zijn vele aandringen op gebed. Hij nodigt niet alleen uit, Hij dringt erop aan, Hij drukt het ons op het hart, Hij achtervolgt ons ermee, ja, Hij smeekt ons om van dit voorrecht gebruik te maken. Eén vertaler heeft Mattheüs 7:7 op de volgende manier weergegeven: “Vraag, Ik vraag je om te vragen; zoek, Ik dring er bij je op aan te zoeken; klop, Ik bind je op het hart te kloppen”. Niet alleen nodigt Hij ons uit tot bidden en spoort Hij ons ertoe aan. Hij gebiedt het ons ook: “Bidt daarom de Heer van de oogst dat Hij arbeiders uitzende in Zijn oogst” (Mattheüs 9:38). Maar Hij is Zelf de Heer van de oogst! De arbeiders behoren Hem toe. Waarom zou Hij dan mensen zo dringend aansporen te bidden om arbeiders? Waarom zendt Hij alleen arbeiders uit als antwoord op de gebeden van hen, die verlost zijn?

God geeft “onvoorwaardelijke” beloften van gebedsverhoring

De fundamentele betekenis van het gebed blijkt ook hieruit, dat God Zich verplicht gebeden te verhoren. De beloften, dat God gebeden beantwoorden wil, zijn zó rijk en zó stellig en bestrijken een zó breed gebied, dat het erop neerkomt dat ons carte blanche gegeven wordt d.w.z. een blanco cheque met het gezag van Zijn handtekening erop. Het is alsof God ons Zijn scepter in handen geeft en ons vraagt daar gebruik van te maken. Hier zijn enkele voorbeelden: “…en wat gij ook vraagt in Mijn Naam, Ik zal het doen” (Johannes 14:13-14). Indien gij in Mij blijft en Mijn woorden in u blijven, vraagt wat gij maar wilt en het zal u gegeven worden” (Johannes 15:7). “Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, als gij de Vader om iets bidt in Mijn Naam, zal Hij het u geven. Tot nu toe hebt gij niet om iets gebeden in Mijn Naam, bidt en gij zult ontvangen, opdat uw blijdschap vervuld zij” (Johannes 16:23-24).

Zijn gebedsplan is waterdicht

Ik noem dit “onvoorwaardelijke” beloften, omdat ik van mening ben, dat er geen voorwaarden aan gesteld worden. En wanneer ik deze term gebruik, bedoel ik, dat er van Gods kant geen voorwaarden aan verbonden zijn, die een belemmering zouden kunnen vormen. Anders gezegd: Er zijn geen voorwaarden, die onmogelijk zijn voor een werkelijk toegewijd kind van God. Het is voor iedere gewone, serieuze en oprecht wedergeboren gelovige mogelijk aan deze voorwaarde te voldoen in Hem te blijven en Zijn woorden te bewaren. Als dat voor zulke Christenen niet mogelijk zou zijn, zou dat betekenen, dat God het risico, dat gelegen is, in het geven van zulke geweldige beloften probeert te ontlopen; en dat is bij Hem onmogelijk! Maar als God dus geen voorwaarden stelt, dan ligt de hele verantwoordelijkheid voor onze gebedsarmoede en vruchteloze gebeden bij onszelf. En als vragen in de Naam van de Here Jezus niet iets is wat iedere volkomen toegewijde gelovige normaal kan doen, dan zou God ook hier voorwaarden stellen. Maar God doet dat niet. Hij is eerlijk in Zijn manier van handelen. Daarom moet de verantwoordelijkheid voor gebrek aan gebed of voor onbeantwoorde gebeden bij ons gezocht worden. Het principe van het gebed is, wat God betreft “waterdicht”. Van Zijn kant is alles gedaan. Hoewel Zijn beloften van gebedsverhoring niet losstaan van Zijn Wil, is er in geen enkel opzicht sprake van beperkingen, omdat elk gelovig kind van God alleen maar begeert Gods wil te doen. Met andere woorden: Er staan geen “kleine lettertjes” in Gods gebedscontract.

De Gemeente als uitvoerend orgaan van Gods Wil

Als God Zijn scepter aan de verloste mens overhandigt, is dat daarom een betrouwbaar aanbod. Het is een aanbod in goed vertrouwen. Door middel van het gebed nodigt God de verloste mens eigenlijk uit tot een volledige samenwerking met Hem, niet om de Goddelijke besluiten te nemen, maar om die besluiten in de menselijke samenleving uit te voeren. God is het Die besluiten neemt, soeverein en naar Zijn Wil, over de gang van zaken op aarde. De verantwoordelijkheid voor de uitvoering van deze besluiten heeft Hij op de schouders van Zijn Gemeente gelegd. “Ik zeg u, dat gij Petrus zijt, en op deze petra zal Ik Mijn Gemeente bouwen en de poorten der hel zullen haar niet overweldigen. (1) Ik zal u de sleutels geven van het Koninkrijk der hemelen, en wat gij op aarde binden zult, zal gebonden zijn in de hemelen, en wat gij op aarde ontbinden zult, zal ontbonden zijn in de hemelen” (Mattheüs 16:18-19). Deze belofte wordt voor de Gemeente in het algemeen nog eens herhaald in Mattheüs 18:18.
“Voorwaar, Ik zeg u, al wat gij op aarde bindt, zal gebonden zijn in de hemel, en al wat gij op aarde ontbindt, zal ontbonden zijn in de hemel”. “Zie, Ik heb u volmacht gegeven om op slangen en schorpioenen te treden en tegen de gehele legermacht van de vijand; en niets zal u enig kwaad doen” (Lucas 10:19). “Gelijk de Vader Mij gezonden heeft, zend Ik ook u…Wien gij hun zonden kwijtscheldt, dien zijn ze kwijtgescholden” (Johannes 20:21, 23).

De Gemeente heeft de volmacht van God

Dr. Wilbur T. Dayton zegt in zijn commentaar op Johannes 20:21, 23, als onderdeel van de Paasdienst op 14 april 1968: “Nadat Hij lichamelijk uit hun midden was weggegaan, moesten Zijn volgelingen Zijn vertegenwoordigers worden, Zijn plaats innemen. Dit is de opdracht voor de apostelen en evenzeer voor ons. Wij zijn Zijn procuratiehouders met de autoriteit van een gevolmachtigde om Zijn opdrachten uit te voeren. “Zoals de Vader Mij gezonden heeft, zo zend Ik ook u” kan niets anders betekenen dan dat wij Zijn afgevaardigden zijn in volle autoriteit om Zijn Goddelijke wil en plannen met kracht uit te voeren. De afgevaardigde is bekleed met de volmacht van Zijn Chef en heeft het volle gezag ontvangen om in Zijn plaats op te treden.

Waarom?
Nu is de vraag: waarom verkoos God te handelen binnen het kader van het gebed? Waarom legde Hij de volle verantwoordelijkheid voor de handhaving en de uitvoering van Zijn Goddelijke heerschappij op aarde en de behartiging van Zijn zaken op de schouders van gevallen, maar verloste mensen? Waarom wil Hij in de samenleving hier op aarde niets doen zonder de medewerking van Zijn Gemeente? Wij hebben terecht de Roomse opvatting verworpen, dat de paus de plaatsvervanger van God is op aarde, maar hebben wij dan niet verzuimd te handelen naar het overweldigende gezag, dat God aan Zijn gehele Lichaam in deze wereld toevertrouwd heeft? Maar dit gezag om de Wil en de besluiten van God betreffende de gang van zaken op aarde uit te voeren, kan uitsluitend in werking treden binnen het kader van het gebed dat God heeft ingesteld. Naar Gods eigen besluit werkt dit enorme overgedragen gezag volstrekt niet zonder de gebeden van mensen (Ezechiël 22:20-31). Hoe kan men dit besluit verklaren? Waarom heeft God dit gedaan?

Gebed is een voorrecht, het kenmerk van de Gemeente

God had iets oneindig groots in gedachten, toen Hij dit principe van gebed ontwierp. Gods eeuwig doel met de schepping van het universum en de mensheid was om een eeuwige partner voor Zijn Zoon te verwerven. Dit feit is een deel van het geheimenis, dat in de brief aan de Efeziërs geopenbaard is en dat in het vijfde hoofdstuk het duidelijkst naar voren komt. Hierin wordt de van Godswege geopenbaarde parallel tussen het menselijk en Goddelijke huwelijk getrokken. Vers 32 maakt het geheimenis duidelijk, waar Paulus ondubbelzinnig verklaart, dat Christus en Zijn Gemeente huwelijkspartners zijn (2). Het ligt in Gods bedoeling, dat de Gemeente, als eeuwige metgezellin van Christus, de hoogste positie in het universum zal innemen, onderworpen aan de Godheid Zelf. Als Bruid van de eeuwige Zoon, zal zij met Hem de heerschappij over het heelal delen. “Of weten jullie niet dat de Christenen straks over wereld zullen rechtspreken?...Weten jullie niet dat wij straks over engelen zullen oordelen”? (I Korintiërs 6:2a, 3a – HLW). “Indien wij volharden, zullen wij ook met Hem als koningen heersen” (II Timotheüs 2:12). “En wie overwint, en mijn werken tot het einde toe bewaart, hem zal Ik macht (volmacht) geven over de heidenen” (Openbaring 2:26). “Wie overwint, hem zal Ik geven met Mij te zitten op Mijn troon, gelijk ook Ik heb overwonnen en gezeten ben met Mijn Vader op Zijn troon” (Openbaring 3:21). “En zij zongen een nieuw gezang, zeggende: Gij zijt waardig de boekrol te nemen en haar zegels te openen; want Gij zijt geslacht en Gij hebt ons voor onze God gekocht met Uw bloed, uit elke stam en taal en volk en natie; en Gij hebt ons voor onze God gemaakt tot een koninkrijk van priesters en wij zullen als koningen heersen op aarde” (Openbaring 5:9-10 – NBG en SV). Verloste leden van het menselijk geslacht, het enige geslacht in de hele schepping dat naar Gods beeld gemaakt werd, zullen de eeuwige metgezellin vormen. Omdat zij de troon delen met hun Geliefde en Heer, moeten zij geoefend, opgevoed en voorbereid worden voor hun koninklijke rol.

Gebed – de oefenschool voor het dragen van gezag

Door Zijn gezag te delegeren aan de Gemeente zodat zij op aarde Zijn besluiten uit kan voeren en Zijn wil met kracht verwerkelijken, heeft God haar in een leerschool geplaatst om de eeuwige heerschappij met Christus te leren uitoefenen. Door te bidden in de binnenkamer worden de beslissingen van God betreffende de gang van zaken in de wereld met kracht uitgevoerd en loopt de Gemeente “stage” voor haar mede-heerschappij met Christus over Zijn kosmisch Koninkrijk. Zij moet leren, hoe zij geestelijk strijd moet voeren, hoe zij de boze machten overwinnen kan als voorbereiding op de troonsbestijging na de Bruiloft van het Lam. Om haar in staat te stellen de tactiek van het overwinnen te leren, heeft God het principe van het gebed ingesteld. Om haar daarin te oefenen, heeft God aan haar het gezag overgedragen om Zijn Wil hier op aarde met kracht uit te voeren. Om haar in staat te stellen zich de rol en de “voorschriften” eigen te maken, hetgeen zij nodig heeft als mede-heerseres, heeft Hij haar de verantwoordelijkheid gegeven om Gods Wil met kracht te verwerkelijken en Zijn besluiten in aardse aangelegenheden uit te voeren.
Let eens op, hoe vaak de nadruk wordt gelegd op “aarde” als plaats van handeling: “Wat gij op aarde binden zult…”; “Wat gij op aarde ontbinden zult…”; “Als twee van u op de aarde iets eenparig begeren…” (Mattheüs 16:19, 18:18-19). Deze overdracht van gezag en bestuurlijke verantwoordelijkheid voor aardse zaken, betekent voor de Gemeente de hoogste eer en geeft Haar de hoogste positie van alle schepselen. Geen engel of aartsengel zal ooit deze plaats kunnen innemen, omdat niet de engelen, maar de verloste mensen alleen van de aanvang af als het beeld en de gelijkenis van God gerechtigd zijn de Bruid te worden en de troon met de Bruidegom te delen.

Gods oorspronkelijke bedoeling – de hoogste positie voor de mens

Het mag misschien oneerbiedig klinken, maar het is niettemin waar, dat God de verloste mensheid in Zijn Goddelijk bestel geen hogere positie kan geven zonder inbreuk te maken op de Drie-eenheid. Terwijl we wel moeten inzien, dat de Schepper door de oneindigheid gescheiden is van Zijn schepping, heeft God toch vanaf het begin het plan in gedachten gehad om deze kloof in Jezus Christus zó volkomen te overbruggen, dat de verlosten door geboorte als “bloed”-eigen leden van de familie van God, met Christus op de troon van het universum terechtkomen, als Zijn Bruid en metgezel. “Wie overwint, hem al Ik geven met Mij te zitten op Mijn troon” (Openbaring 3:21). Dit is geen later opgekomen gedachte; het was Gods plan van alle eeuwigheid. “Hij heeft ons immers in Hem uitverkoren vóór de grondlegging der wereld” (Efeziërs 1:4).

Dit was Gods oorspronkelijke doel met de schepping van het universum en het menselijk geslacht. En door het gebed wordt de Bruid op haar toekomstige koninklijke taak voorbereid.

Gebed – de voornaamste taak van de Gemeente

Daarom zei John Wesley: “God zal alleen handelen in antwoord op gebed”. Daarom zei S.D. Gordon: “Het allervoornaamste wat iemand voor God en voor mensen kan doen, is bidden”. En verder zei hij: “Je kunt méér doen dan bidden, nadat je gebeden hebt, maar je kunt niet méér doen dan bidden voordat je gebeden hebt”. Dit verklaart ook zijn uitspraak: “Gebed is: de winnende slag toebrengen…Dienen is: de resultaten ervan oogsten”. Eveneens verklaart dit de opmerking van E.M. Bounds over het gebed: “God regelt de gang van zaken in de wereld door gebed. Hoe meer er op aarde gebeden wordt, des te beter zal het er in de wereld aan toegaan, des te krachtiger zal de strijd zijn tegen de machten der duisternis…De gebeden van Gods heiligen vormen het aandelenkapitaal van de hemel, waarmee God Zijn grote plannen op aarde volvoert. God stelt zelfs het bestaan en de oorsprong van Zijn zaak afhankelijk van gebed”. Als deze dingen inderdaad wáár zijn, dan behoort gebed onze voornaamste taak te zijn.

De Gemeente heeft de sleutel in handen

Sommige bedrijven stellen als eis, dat twee mensen hun handtekening moeten zetten op hun cheques om deze geldig te maken; één ondertekening is niet voldoende. Beide partijen moeten tekenen. Dit geeft een beeld van Gods manier van handelen via de gebeden en het geloof van Zijn kinderen. Zijn cheques zijn Zijn beloften, ondertekend met Zijn eigen bloed. Zijn aandeel werd op Golgotha volkomen voldaan. Maar geen belofte wordt geldig tenzij een gelovige de troonzaal van het universum binnentreedt en in gebed en geloof zijn naam schrijft naast die van God. Dán, en eerst dán wordt het bedrag van de cheque uitbetaald. Het is net als bij een safeloket in de kluis van de bank. De bewaarder heeft een sleutel en u hebt een sleutel. Geen van de beide sleutels kan alleen de safe openen. Maar als u de bewaarder uw sleutel geeft, steekt hij beide sleutels in het slot en de deur vliegt open, zodat u over de schat, die daarin bewaard wordt, kunt beschikken. De sleutel, waarmee de beslissingen over de gang van zaken op aarde worden genomen, ligt in de hemel, maar de sleutel, waarmee deze besluiten ten uitvoer gebracht worden, ligt in onze handen. In dit licht krijgt het gebed een totaal andere dimensie dat men in ’t algemeen denkt. Gebed is niet het overwinnen van weerstanden bij God. Het is niet Hem trachten te overtuigen van dingen die Hij niet doen wil. Het is het “binden op aarde”, wat in de hemel al gebonden is (Mattheüs 16:19). Het is het uitvoeren van Zijn besluiten. Het is het met kracht volbrengen van Zijn Wil. De inhoud van ieder echt gebed vindt zijn oorsprong in het hart van God. Hij is het immers, die het gebed in het menselijk hart legt en de verhoring van ieder door God ingegeven gebed ligt al klaar, voordat het wordt uitgesproken. Wanneer we hiervan overtuigd zijn, dan is geloof in gebedsverhoring véél gemakkelijker dan het anders zou kunnen zijn.

Te druk om te bidden

Geen engel werd ooit genodigd in dit bijzondere voorrecht te delen. Geen aartsengel werd ooit uitgenodigd om daartoe de troonzaal van het universum binnen te treden. Dit is alleen de verlosten voorbehouden. En velen van ons hebben het te druk, met kijken naar de T.V., met sport bedrijven, jagen, vissen, zwemmen en zeilen, werken op de boerderij, zaken doen, enzovoort. We zijn zo druk bezig met de zorgen en genoegens van het leven, we zijn er zo op uit om gelijke tred te houden met de wereld in haar begeerte naar nieuwe auto’s, nieuwe huizen, nieuwe apparaten, nieuwe meubelen, enzovoort, dat we geen tijd hebben om te bidden.
Iemand heeft een moderne Amerikaan eens beschreven als iemand, die in een door de bank gefinancierde auto over een met een lening gefinancierde autoweg rijdt, op benzine die met een kredietkaart gekocht is, om een rekening in een warenhuis te gaan openen, zodat hij zijn met hypotheek gekochte huis kan vullen met op afbetaling gekochte meubelen. Is dat niet ook een beschrijving van velen, die zich Christenen noemen? En zou dat niet één van de redenen zijn, waarom moderne Christenen zo weinig tijd hebben om te bidden? Misschien denken sommige mensen: “Zouden we dan helemaal niets voor onszelf mogen hebben”? Het antwoord is: Neen! Christus moet alles in allen zijn. U behoort uzelf niet toe. U bent duur gekocht (I Korintiërs 6:19b-20). “Of gij dus eet of drinkt, of wat gij ook doet, doet het alles te ere Gods” (I Korintiërs 10:31). Als u die nieuwe auto, dat nieuwe huis, nieuwe meubelen en apparaten wilt kopen, een bijbaantje wilt aanhouden, alles ter ere van God, uitstekend! Maar als we niet persé zo’n hoge levensstandaard zouden willen hebben, hielden wij dan niet meer tijd voor gebed over? Als we niet zo “bezeten” waren van reizen, plezier, vakanties en recreatie, zouden we dan niet meer tijd voor gebed overhouden? We hebben meer vrije tijd dan ooit tevoren, maar minder tijd om te bidden. We houden niet alleen God en de wereld voor de gek, maar ook onszelf. Door ons gebrek aan gebed, werken we Gods doel tegen. We beroven de wereld van het beste wat God voor haar uitgedacht heeft en beperken daardoor onze positie in de eeuwigheid.
“En Ik heb onder hen gezocht naar iemand, maar Ik heb hem niet gevonden” (Ezechiël 22:30).

Aantekeningen

(1) Twee gelijke, maar toch verschillende Griekse woorden worden in dit tekstgedeelte gebruikt, namelijk petros, een mannelijk zelfstandig naamwoord, dat vertaald wordt met “Petrus”, en petra, een vrouwelijk zelfstandig naamwoord, vertaald met “rots”. Volgens Thayers Griekse woordenboek betekent petra “een massieve, levende, niet uitgegraven rots”, zoals Gibraltar, terwijl petros betekent een “losgeraakt, maar groot stuk rotssteen”. Hier bedoelt Jezus, dat Hij Zijn Gemeente niet op het kleinere losse stuk rotssteen (petros) wil bouwen, maar op de kolossale rots (petra), die natuurlijk Jezus zelf is. Daarna stelt Hij vast, dat de poorten der hel haar niet zullen overweldigen.
In het Oosten was in die dagen de stadpoort de zetel van het stadsbestuur, waar rechtszittingen werden gehouden en besluiten werden genomen. Hier werd overleg gepleegd, de strategie uitgestippeld en de planning vastgelegd. Vandaar dar Jezus zegt, dat al de strategie en offensieve plannen, die de hel beramen zal, niets tegen de Gemeente zullen kunnen uitrichten.
Voor een oppervlakkige waarnemer lijkt dit vergeefs, omdat het schijnt, dat satan eigenlijk met succes bezig is het Koninkrijk Gods te ondermijnen. Als de strijd tussen God en satan dan ook ging om de loyaliteit van het grootste deel van het menselijk geslacht, dan is satan duidelijk de overwinnaar. Maar als het Gods eigenlijke bedoeling is om een uitgelezen groep mensen te roepen, die de Gemeente genoemd wordt, en die voorbereid en bekwaam gemaakt wordt om te heersen in Zijn eeuwig kosmisch Koninkrijk, dan zullen, als Christus met succes Zijn Gemeente verwerft en traint, de poorten van de hel haar niet kunnen overweldigen. Als satan erin zou kunnen slagen de roeping der Gemeente te verhinderen dan zouden de poorten der hel Haar dus overweldigen. Maar vanaf de geboorte der Gemeente tot aan deze hevig bewogen tijd toe, is satan nooit bij machte geweest de roeping van de Gemeente tegen te houden. Door tegenstand, vervolging en martelaarschap heen, heeft de Gemeente steeds haar weg vervolgd. Noch lijden, noch droefenis, noch verdrukking, noch rampen, noch smart, vervolging of honger, noch gebrek, gevaar, noch het vuur of het zwaard, niets van dit alles heeft de voortgang van de gemeente kunnen verhinderen. Dáárom hebben de poorten van de hel de Gemeente dus niet kunnen overweldigen.

(2) Het geheimenis van Gods hemels huwelijk wordt nog verdiept door het begrip “Bruidsgemeente”: “samengestelde bruid”. Voor velen lijkt dit ongepast, omdat we bij een aards huwelijk aan een bruid in het enkelvoud denken. Deze moeilijkheid verdwijnt, wanneer we ons Paulus’ opvatting van de Gemeente als een organisch lichaam eigen maken.
“Want gelijk het lichaam één is en vele leden heeft, en al de leden van het lichaam, hoe vele ook, één lichaam vormen, zo ook Christus…Want het lichaam bestaat ook niet uit één lid, maar uit vele leden” (I Korintiërs 12:12, 14).
We beschouwen het menselijk lichaam als één geheel, omdat het één wordt gemaakt door één bewustzijn. Toch legt Paulus er de nadruk op, dat er niet één lid, maar vele leden zijn. Zo ook wordt in het visioen van Johannes de Heilige stad, die de hemelse Bruid vormt, niet door één enkeling maar door een reusachtige menigte bewoond. Toch zal het, omdat zij één zal zijn in denken en één enkel harmonieus geheel zal vormen, te vergelijken zijn met de eenheid van het menselijk lichaam. Dit is der eenheid, waarheen de Gemeente in de loop der tijden op weg is, en die tot een absolute volmaaktheid verwerkelijkt zal worden door de Bruidsgemeente in de hemelse stad, het Nieuwe Jeruzalem; dat Johannes uit de hemel van God zag neerdalen. Die stad zal bewoond worden door een ontelbare menigte, die door een heilige liefde voor de hemelse Bruidegom zo volmaakt tot één denken zal zijn samengevoegd, dat zij een enkelvoudig organisme zal vormen. Zou dit de reden zijn, waarom God zozeer verlangt naar de eenheid onder Zijn volk en waarom satan zich daar zo wanhopig tegen verzet?

(3) Ook Nestle en Marshall’s Interlinear Greek-English New testament geeft deze vertaling. 

 

Bron: Bestemd voor de Troon, Paul E.Billheimer.

Wordt vervolgd                                                                                                                            

Reacties

Populaire posts van deze blog

Inleiding