BESTEMD
VOOR DE
TROON
EEN OPMERKELIJK PERSPECTIEF OP DE EEUWIGE BESTEMMING VAN CHRISTUS’ GEMEENTE.
Inleiding
De hierna volgende hoofdstukken bevatten wat men een
volkomen nieuwe, unieke kosmologie – leer over de kosmos – zou kunnen noemen.
Het enige doel van het universum van
alle eeuwen her is: het werven en voorbereiden van een eeuwige partner voor de
Zoon, de Bruid, de vrouw van het Lam van God. Omdat zij met haar Goddelijke
geliefde en Heer, als rechtens Zijn gelijke, de troon van het universum zal
delen, moet zij getraind, opgevoed en voorbereid worden voor har koninklijke
taak.
Omdat de kroon alleen gegeven wordt aan overwinnaars (Openbaring 3:21: “Wie overwint, hem zal Ik geven met Mij te zitten op mijn
troon, gelijk ook Ik heb overwonnen en gezeten ben met mijn Vader op zijn
troon”), moet de Gemeente (die later de Bruid zal worden) de kunst van
de geestelijke oorlogsvoering leren door het overwinnen van boze machten.
Alleen zo kan ze zich voorbereiden om na het bruiloftsmaal van het Lam op de
troon plaats te kunnen nemen. Om haar in staat te stellen de techniek van het
overwinnen te leren heeft God het oneindige wijze leerplan van het gelovige
gebed ontworpen. Hij heeft niet in de eerste plaats gebed voorgeschreven als
een manier om bepaalde dingen gedaan te krijgen. Het is Zijn manier om de
Gemeente daarmee te oefenen in het overwinnen van de aan God vijandige machten.
Deze wereld is een werkplaats, waarin zij die bestemd zijn voor de troon, in de
werkelijke praktijk leren, hoe zij satan en zijn heerschappij kunnen
overwinnen.
De gebedskamer is de plaats, waar de overwinnaars gevormd worden.
Dit betekent dat de verloste mens een hogere positie bekleedt dan alle
andere schepselen in het universum. Engelen zijn geschapen, niet verwekt. De
verloste mens is zowel geschapen als verwekt, geboren uit God. Zijn erfelijke
eigenschappen dragend. Door de wedergeboorte wordt iemand die verlost is, een
werkelijk lid van de oorspronkelijke kosmische familie “nauw verwant” aan de
Drie-eenheid.
Omdat de Gemeente met Christus is opgestaan en ten hemel is opgevaren, heeft
zij haar wettige plaats op de troon nu reeds ingenomen. Door het gebruik van
haar wapens van gebed en geloof houdt zij in deze onrustige, verwarde tijd de
machten in de wereld in evenwicht. Ondanks al haar jammerlijke zwakheid, haar
ontstellende gebreken en haar niet te verontschuldigen tekortkomingen, is de
Gemeente de sterkste kracht ten behoeve van de beschaving en het verlicht
sociaal bewustzijn in de wereld van vandaag. De enige kracht, die strijdt tegen
de totale overheersing van satan in de menselijke samenleving is de Gemeente
van de levende God. Als er geen tegenstand aan satan geboden werd, als hij niet
in bedwang gehouden werd door de door de Heilige Geest geïnspireerde gebeden en
de geheiligde levens van Gods volk, dan “zou de ellende zich hemelhoog
opstapelen en de aarde niet meer dan een onvruchtbaar stoppelveld zijn”.
“Gij zijt het zout der aarde…gij zijt het licht der
wereld” (Mattheüs 5:13-14). Als de Gemeente niet haar reinigende en
behoudende invloed op aarde zou uitoefenen, zou het hele bouwsel dat wij
“beschaving” noemen, volkomen uiteenvallen, vermolmen en verdwijnen. Het feit,
dat de sociale orde bewaard gebleven is voor een volkomen ineenstorting, ook al
gaat satan op zijn ergst tekeer, bewijst, dat tenminste een overblijfsel van de
Gemeente effectief functioneert en reeds begonnen is met het uitoefenen van
haar heerschappij, in eenheid met haar levende Heer. Daarom is zij zelfs nu al
dank zij de wapens van gebed en geloof, bezig geoefend te worden voor de taak
die zij zal krijgen om, na de uiteindelijke vernietiging van satan, met
Christus over het gehele universum te heersen.
Dankzij het gelovig gebruik van het gebed houdt de Gemeente de machten in
evenwicht, niet alleen in de aangelegenheden van de wereld, maar ook bij de
redding van enkelingen. Zonder dat we inbreuk maken op de eigen morele
verantwoordelijkheid van een persoon kan de Gemeente door volhardende, gelovige
voorbede de Geest van God zó de ruimte geven in het hart van iemand, dat die
gemakkelijker zwicht voor de tere aandrang van de Geest en redding ontvangt dan
dat hij volhardt in zijn verzet daartegen.
God zal niet buiten de Gemeente om handelen, omdat Zijn plan dan niet ten volle
tot ontplooiing zou komen, namelijk haar tot volle wasdom te brengen, zodat zij
met de Zoon zal kunnen heersen. Daarom zal Hij zonder haar niets doen. John
Wesley zegt dit zo: “God doet niets tenzij in antwoord op gebed”.
Met de bedoeling de Gemeente in staat te stellen satan te overwinnen, kwam God
in de loop van de geschiedenis van de mensheid binnen door de vleeswording. Als
niet gevallen Mens heeft Hij satan zowel wettelijk als krachtdadig overwonnen
en buiten spel gezet. Zijn gehele verlossingswerk heeft Hij ter wille van de
Gemeente verricht. Hij is als “hoofd boven al wat
is, gegeven aan de Gemeente” (Efeziërs 1:22). Door Zijn overwinning over
satan is de Gemeente Zijn gevolmachtigde geworden. Ofschoon Christus een
volledige, volkomen triomf over satan behaald heeft, geeft God hem nog ruimte
om een guerrilla-oorlog te voeren. God zou volkomen met satan kunnen afrekenen,
maar Hij heft besloten hem te gebruiken om de Gemeente in het overwinnen te
oefenen. Gebed is niet God smeken iets te doen, wat Hij liever niet doen wil.
Het is niet God vermurwen, maar de kracht van Christus over satan kracht
bijzetten. Het is het op aarde uitvoeren van de beslissingen, die in de hemel
betreffende de menselijke aangelegenheden genomen zijn.
Op Golgotha werd satan wettelijk teniet gedaan en werden al zijn aanspraken
vervallen verklaard. God heeft de handhaving van de overwinning op Golgotha in
handen van de Gemeente gelegd (Mattheüs 18:18; Lucas 10:17-19). Hij heeft haar
volmacht gegeven. Zij is Zijn vertegenwoordigster. Maar dit afgeleide gezag kan
niet functioneren zonder de gebeden van een gelovige Gemeente. Dus vinden we
daar altijd gebed waar echt iets gebeurt. Elke Gemeente zonder een goed
georganiseerd, systematisch opgezet gebedsplan houdt slechts een godsdienstige
tredmolen aan het draaien.
Een gebedsplan zonder geloof is krachteloos. Het ontbrekende element dat
noodzakelijk is om aan zegevierend gebed kracht te verlenen, waardoor satan
gebonden en uitgeworpen wordt, is overwinnend geloof. En het ontbrekende
element dat noodzakelijk is om aan overwinnend geloof kracht te verlenen, is
lofprijzing, voortdurende doelgerichte, strijdlustige lofprijzing.
Lofprijzing is de hoogste vorm van gebed, omdat zij geloof verbindt aan de
smeekbede. Lofprijzing is de ontstekingsvonk van het geloof. Zij is het enige
wat nodig is om het geloof los te maken van de aarde, waardoor het opstijgt
boven de dodelijke luchtvervuiling van de twijfel. Lofprijzing is het
zuiveringsmiddel, waardoor het geloof gereinigd wordt en de twijfel uit ons
hart verdwijnt. Het geheim van verhoord gebed is geloof zonder twijfel (Marcus
11:23). En het geheim van geloof-zonder-twijfel is lofprijzing, triomferende
lofprijzing, ononderbroken lofprijzing, de lofprijzing als een manier van
leven. Dit is de oplossing van een dood geloof en onvruchtbaar gebed.
Het geheim van succes in het overwinnen van satan en zich bekwamen voor de
troon is een geconcentreerd plan van vruchtbaar gebed. En het geheim van
vruchtbaar gebed is een geconcentreerd plan van lofprijzing.
1
HET UITEINDELIJKE DOEL VAN HET UNIVERSUM: DE GEMEENTE
God is de Heer van de geschiedenis
Er zijn weinig historici die enig begrip hebben van de
betekenis en het doel van de geschiedenis. Zij zijn misschien wel in staat de
personen en gebeurtenissen, die naar men zegt het ruwe materiaal vormen, te
beschrijven en in een systeem vast te leggen, maar zij hebben eigenlijk geen
sleutel om de betekenis ervan te verklaren. De wordt door enkele bekende
historici zelf toegegeven. G.N. Clark, bijvoorbeeld, zei in zijn inaugurele
rede in Cambridge: “Er valt geen geheim en geen plan in de geschiedenis te ontdekken”.
André Maurois, Frans biograaf, criticus en romanschrijver beweert: “Het
universum is zinloos. Wie heeft het geschapen? Waarom zijn wij hier op deze
nietige klomp klei, rondtollend in een oneindige ruimte? Ik heb er niet het
flauwste idee van en ben er absoluut van overtuigd, dat niemand dat heeft…”.
Andere gezaghebbende personen, die misschien minder cru zijn in hun oordeel,
tasten evenzeer in het duister over het doel en de motieven van de
gebeurtenissen en personen, die zij vermelden en beschrijven.
‘Het bestaan’ – een ondoorgrondelijk mysterie voor het
antieke denken
De oude Grieken
beschouwden de geschiedenis als een cirkel of een cyclus, die zichzelf
voortdurend herhaalt en zich daarom niet in een bepaalde richting beweegt. Zij
komt dus nooit tot een zichtbare bestemming en heeft ook geen herkenbaar doel.
Voor hen was het bestaan een ondoorgrondelijk mysterie. En dit is de filosofie
die door de meeste moderne wereldse geschiedschrijvers wordt aangehangen en
uiteengezet. Zij weten niet wat ze met het bestaan aan moeten. Voor hen en voor
velen in de wereld in het algemeen, bestaat de geschiedenis alleen maar uit de
ene zinloze crisis na de andere, en heeft zij geen doelen geen redelijk
oogmerk. Ze zien geen zin voor het bestaan van een redelijk denkende mensheid.
Zij weten niet waar we vandaan komen of waar we heen gaan. Het hele bestaan is
een onmetelijk, groot, onbegrijpelijk raadsel. Hun beschouwing van de
geschiedenis is een filosofie van onwetendheid, frustratie en wanhoop.
Het universum - voor de moderne mens doelloos
In de moderne tijd werd deze filosofie populair door
Jean-Paul Sartre. Hij leerde, dat ieder mens in een waterdichte ruimte leeft
als een geïsoleerd individu in een doelloos universum. Omdat we niet kunnen
weten, wie we zijn, waar we vandaan komen, of waar we heengaan, en omdat we het
verleden niet begrijpen en geen hoop voor de toekomst hebben, is het enige wat
belangrijk is, het leven nú in al zijn hevigheid te beleven. Alleen datgene wat
we op dit moment kunnen verwerkelijken is van belang en heeft betekenis. Een
hoge bestemming in 't verschiet heeft geen zin. Daarom is het opgeven van het
heden te wille van de toekomst onzinnig en dwaas. Uit deze filosofie stamt het
denken van de "Nu-generatie", de generatie die niet kan wachten. Het
genot van het ogenblik is het enig redelijke doel van het bestaan. "Laten we eten en drinken, want morgen sterven
wij" (I Korintiërs 15:32).
Een hele generatie studenten werd doordrenkt met deze
bestaansfilosofie van onbelemmerde vrijheid, doelloosheid en wanhoop. Ze moest
wel komen tot uitbarstingen van revolutionair geweld, brandstichting en
plundering, en zo dood en verderf zaaien in steden, op universiteiten in het
hele land en over de hele wereld. Zomaar ineens kwam er in de samenleving een
explosie van wetteloosheid en misdaad, rellen en doodslag, en de waanzin van de
drug-cultuur. Dit was het resultaat van de filosofie van de zinloosheid van het
verleden en de hopeloosheid van de toekomst. (1)
De Bijbel - de enig betrouwbare bron
De doorsnee-historicus heeft geen sleutel tot de
verklaring van de geschiedenis, omdat hij de enig onfeilbare bron, de Bijbel,
negeert. Voor de meeste mensen, geschiedschrijvers incluis, eist, in welke eeuw
of periode dan ook, die politieke eenheid of staat de meeste aandacht op, die
het grootste aantal inwoners heeft, de grootste oppervlakte beslaat, de beste
materiële hulpbronnen bezit en op de grootste en sterkste militaire macht kan
bogen. Voor de meesten van ons bestaat geschiedkunde uit de beschrijving van de
rol, die de leiders der grootmachten in het verleden gespeeld hebben. Daarom
lijkt het erop, dat mannen als de Farao's, Nebukadnezar, Alexander de Grote,
Caesar, Karel de Grote en Napoleon in werkelijkheid de geschiedenis hebben
gemaakt. Deze stichters van keizerrijken en hun volgelingen beschouwden
zichzelf als de bouwmeesters van de geschiedenis en de beeldhouwers van het lot
der mensheid. Zij geloofden de makers van de geschiedenis te zijn en de loop
van de gebeurtenissen te kunnen bepalen.
Golgotha - het werkelijke middelpunt van de geschiedenis
Maar de wereld in het algemeen en de geschiedkundigen in
het bijzonder, hebben de plank volkomen misgeslagen. Er is namelijk maar één
zinvolle opvatting van de geschiedenis en dat is die van de Bijbel. (2)
Het middelpunt van de geschiedenis wordt niet vastgesteld
door grote keizerrijken zoals Egypte, Babylonië, Griekenland of Rome, noch door
hun moderne tegenhangers zoals Rusland, China, de Verenigde Staten van Amerika
of welke andere toekomstige macht ook. Om de kern van de geschiedenis te
vinden, moet men aan al deze wereldrijken en klinkende namen voorbijgaan en
zijn weg zoeken naar een nietig landje (Israël), dat de navel van de aarde
genoemd wordt; geografisch middelpunt van de aarde. En in dat kleine land ligt
een kleine heuvel, die Golgotha heet, waar 2000 jaar geleden een mens, Jezus
genaamd, aan een kruis werd geslagen om te sterven. Ik wil in alle
bescheidenheid opmerken, dat die kleine heuvel in dat kleine land, het
middelpunt is van de hele geschiedenis, niet alleen van deze wereld, maar ook
van de ontelbare melkwegstelsels in de oneindige kosmos, van eeuwigheid tot
eeuwigheid.
De Gemeente - het centrale onderwerp en doel van de
geschiedenis
De Man, Die bloedend aan het kruis hing, beschimpt en
bespot door de voorbijgangers, was "voor alle
dingen" (Colossenzen 1:17), dat wil zeggen vóórdat de geschiedenis zelf begon. Met Hem
begint de wereldgeschiedenis, want "alle
dingen zijn door Hem geworden, en zonder Hem is geen ding geworden, dat
geworden is" (Johannes 1:3). En de geschiedenis, die met Hem begon,
werd en wordt door Hem gevormd en beheerst. "Hij
beheerst het heelal met Zijn machtig Woord" (Hebreeën 1:3 - HLW).
En zij werd en wordt door Hem gevormd en beheerst met slechts één doel voor
ogen. Dat speciale doel en plan blijkt altijd de centrale en beheersende factor
van de geschiedenis te zijn, onverschillig hoe ver zij daarvan schijnt
verwijderd te zijn. Iedere gebeurtenis in de geschiedenis vindt plaats om dit
ene doel te dienen. Niets, hoe onbetekenend ook, valt daarbuiten. Het
universum, onze planeet incluis, werd voor dit éne doel geschapen: om als
geschikte woonplaats te dienen voor het menselijk geslacht. (3) De mens werd
geschapen naar het beeld en de gelijkenis van God voor dit ene doel: om de Zoon
van God een eeuwige partner te kunnen geven. Na de zondeval en de belofte van
de verlossing door middel van de komende Messias, werd het Messiaanse geslacht
geboren en opgevoed teneinde de Messias
voort te brengen. En de Messias kwam met slechts één bedoeling: de Gemeente in
het leven te roepen, en zo Zijn Bruid te verwerven. De Gemeente, bestaande uit
die mensen, die geroepen en verlost zijn, blijkt het centrale onderwerp, het
doel te zijn, niet alleen van de wereldgeschiedenis, maar ook van alles wat God
gedan heeft in alle rijken in alle eeuwigheden.
Als dat waar is, dan is alle geschiedenis geheiligd. Dan
bestaat er niet zoiets als algemene, wereldse geschiedenis. Dan is geschiedenis
eenvoudig "Zijn verhaal" (history = HIS STORY). Het ganse universum
in zijn totaliteit werkt met God mee om Zijn doel te bereiken, namelijk Zijn
Gemeente als Zijn eeuwige partner uit te kiezen en toe te rusten. Het ganse
universum is voor dit doel geschapen, want alle dingen behoren aan de Gemeente
en zijn er voor haar welzijn (I Korintiërs 3:21-23). Als Heer van de geschiedenis
houdt God elk gebeuren onder Zijn heerschappij, niet alleen op deze aarde, maar
overal ten einde Zijn doel te bereiken, namelijk Zijn Gemeente tot volle
rijpheid te brengen en haar, Zijn uitverkoren Bruid - dus niet de engelen of
aartsengelen - maar háár een plaats te geven op de troon met Zijn Zoon. (4)
Deze heerlijke waarheid werd aan Paulus geopenbaard en hij schreef daarover: "Wij weten, dat alle dingen (de gehele kosmos)
medewerken ten goede voor hen die God liefhebben (de Gemeente), die naar Zijn
voornemen geroepenen zijn (de Bruid)" (Romeinen 8:28).
Een liefdesgeschiedenis in het hart van het universum
Uit dit alles wordt duidelijk, dat het hart van het
universum een romantische liefde is die de sleutel is tot alle bestaan. Van
alle eeuwigheid heeft God bedoeld, dat eens in de toekomst Zijn Zoon een
eeuwige partner zou hebben, zoals Johannes haar in zijn Openbaring beschreef
als "de Bruid, de Vrouw van het Lam" (Openbaring
21:9). Johannes onthulde verder, dat deze eeuwige partner naar Gods eeuwige
bedoeling bestemd is om na het bruiloftsmaal van het Lam de troon met de
Bruidegom te delen (Openbaring 3:21). Hier zien wij het uiteindelijke doel, de
hoogste bestemming van de geschiedenis. Volgens Romeinen 8:28 is uitsluitend
dit het motief van al God scheppend handelen. Dit Bijbelgedeelte leert ons
duidelijk, dat alles wat God van 't begin af aan gedaan heeft, geconcentreerd
was op de Gemeente. Slechts dit en niets anders onthult en verklaart het geheim
van de geschiedenis volkomen. (5) Men kan van geen enkele wereldse
geschiedschrijver verwachten dit te begrijpen. Maar als wij Romeinen 8:28 goed
begrijpen, dan is deze schepping er voor de Gemeente (Psalm 75:7-8, Psalm 105).
Dus niet dankzij hun eigen waardigheid kwamen Farao, Nebukadnezar, Darius,
Sanherib en anderen aan de macht. Dit is wat Jesaja zegt in hoofdstuk 10:5-14.
De betekenis van deze koningen was volkomen afhankelijk van Gods bedoeling met
het Messiaanse volk, waaruit de Messias zou voortkomen. Eens komt de dag, dat
we zullen begrijpen, dat niet alleen deze voorbeelden, die in de Bijbel staan,
maar alle gebeurtenissen in alle eeuwigheden, beschikt en toegeleid werden naar
dit éne doel: het uiteindelijke werven en voorbereiden van de Bruid.
In zijn Bijbelshandboek toont Henry Halley aan, dat "...het Oude Testament
verslag geeft van een volk, maar het Nieuwe Testament van een MENS. Het volk
werd in het leven geroepen door God om deze MENS voort te brengen".
Beperkte aanvaarding van een onbeperkte verzoening
Maar wat was het doel van de komst van deze MENS? Hij
kwam om te sterven - om te sterven én uit de dood op te staan (Johannes 12:27).
En wat was dáárvan dan de bedoeling? Het antwoord luidt gewoonlijk, dat Hij
stierf en uit de dood verrees om de wereld te verlossen. U verbaast zich
misschien als ik beweer, dat naar mijn mening bovenstaand antwoord te eenvoudig
is, omdat het ten enenmale niet alles omvat. Het is wáár, dat Zijn dood en
opstanding de mogelijkheid tot verlossing van de gehele mensheid gaven. Geen
enkel mens uit Adams geslacht werd buitengesloten. "En
Hij is een verzoening voor onze zonden en niet alleen voor de onze, maar ook
voor die der gehele wereld
(I Johannes 2:2). Allen die geboren zijn of nog zullen worden, vanaf de
dageraad der menselijke geschiedenis tot aan het aanbreken van de eeuwigheid,
zijn besloten in Gods alomvattende verlossende liefde. Maar God wist vanaf het
begin, dat slechts een uitverkoren deel dit wereldwijde aanbod zou accepteren.
Dit wordt duidelijk uit de woorden van Jezus Zelf in Mattheüs 7:13-14: "Wijd is de poort en breed de weg die tot het
verderf leidt, en velen zijn er, die daardoor ingaan; want eng is de poort en
smalle weg, die ten leven leidt, en weinigen zijn er, die hem vinden".
Als God reeds van eeuw en her wist, dat het
"netto" resultaat van heel Zijn scheppend handelen, Zijn
verlossingsplan inbegrepen, slechts deze naar verhouding kleine minderheid zou
zijn, dan zouden we kunnen zeggen dat deze kleine groep het doel was van al
Gods eerdere plannen, doelstellingen en scheppingshandelingen. (6) Daaruit
volgt dan dat om deze kleine rest het universum werd voortgebracht. Om hén
werden de bewoners van de ruimte, de onzienlijke wereld, in het leven geroepen
(Hebreeën 1:14). Om hén werd de aarde gemaakt. Met het oog op hen werd Abrahams
geslacht geboren. Om hen te bezitten, trad God Zelf de geschiedenis binnen in
de Vleeswording. En deze kleine groep heet de Gemeente, de Bruid, de Vrouw van
het Lam (Mattheüs 16:18, Openbaring 21:9). (7)
De Bruid – het eindproduct van alle eeuwen
Deze opvatting wordt bekrachtigd door wat men zou kunnen
noemen: “het bewijs van het eindproduct”. (8) Als iemand wil weten, wat de
betekenis en het doel van de geschiedenis is, dan moet hij naar het resultaat,
de “netto”-winst kijken. Omdat profetie “vooraf geschreven geschiedenis” is,
vinden we het laatste hoofdstuk van de geschiedenis in het boek Openbaring. Wat
zien we, als we de laatste bladzijden hiervan opslaan, als eindproduct
tevoorschijn komen? Dit ene slechts: de Eeuwige partner van de Zoon van God.
Het uiteindelijke resultaat en doel van alles wat er is gebeurd van eeuwigheid
tot eeuwigheid, het eindproduct van alle eeuwen is de smetteloze Bruid van
Christus, die met Hem verenigd in huwelijksgeluk het bruiloftsmaal van het Lam
viert en met haar hemelse Bruidegom gezeten is op de troon van het universum:
zij zal met Hem heersen over een steeds groeiend en zich uitbreidend
Koninkrijk. Hij kwam de geschiedenis der mensen slechts hierom binnen: Zich
Zijn Geliefde te verwerven (Openbaring 19:6, 21:7,9, 10).
Dus is de Gemeente, de sleutel voor de verklaring van de geschiedenis. De
Gemeente, gewassen in het Bloed van het Lam en zonder vlek of rimpel, is het
middelpunt, de reden en het doel van Gods geweldige schepping. Daarom is de
geschiedenis alleen maar dienares van de Gemeente en de volkeren der wereld
zijn slechts marionetten, die door God gehanteerd worden ten dienst van de
Gemeente (Handelingen 17:26).
De schepping dient geen ander oogmerk, de geschiedenis geen ander doel.
Vanaf de grondlegging der wereld tot aan het begin der eeuwigheid werkt God
naar deze éne grote gebeurtenis toe, dit éne verheven einddoel: de glorieuze
bruiloft van Zijn Zoon, het bruiloftsmaal van het Lam.
De hemelse bruiloft en de aanvang van Gods handelen in de
eeuwigheid
Net als bij Adam zag God, dat het niet goed was voor zijn
Zoon om alleen te zijn. Vanaf het begin was het naar Gods plan, dat uit de
doorstoken zijde van Zijn Zoon, de eeuwige partner zou voortkomen. Zij zou
naast Hem zitten op de troon van het universum als een betrouwbare deelgenote. “Vrees niet, klein kuddeke, want het heeft uw Vader
behaagd u het Koninkrijk te geven” (Lucas 12:32). “Wie overwint, hem zal Ik geven met Mij te zitten op mijn
troon, gelijk ook Ik heb overwonnen en gezeten ben met mijn Vader op Zijn
troon” (Openbaring 3:21).
Het aanvaarden van een koningschap houdt meer in dan alleen van de principes en
het karakter van een koninkrijk kennis te nemen; dat is slechts een onderdeel
ervan. Een koningschap aanvaarden, houdt in tot koning verheven worden en te
worden bekleed met gezag over een koninkrijk. Dat dit Gods heerlijke doel is
met de Gemeente, wordt bekrachtigd en bevestigd door Paulus in I Korintiërs
6:2-3: “Weet gij niet dat wij over engelen zullen
oordelen”? Toen Jezus zei: “De heerlijkheid,
die Gij Mij gegeven hebt, heb Ik hun gegeven”. (Johannes 17:22),
bedoelde Hij dit als een handgeld voor de Gemeente.
Dit koningschap en deze heerschappij is geen holle frase, iets, wat symbolisch
of zinnebeeldig bedoeld is. Het is geen vrucht van de verbeelding. De Gemeente,
de Bruid, de eeuwige metgezellin zál met Hem op Zijn troon zitten. Als
Zijn troon voor Hem een werkelijkheid is, dan is háár troon net zomin fantasie.
Zij zal aan de heerlijkheid van Christus deel hebben (Romeinen 8:17). We weten
niet waarom het de Vader behaagt om het Koninkrijk aan de kleine kudde te
geven. We weten niet waarom Christus verkozen heeft Zijn troon en heerlijkheid
te delen met de verlosten. Maar we weten dat Hij verkozen heeft dit te doen en
dat het Hem tot vreugde is.
Daarom is alles wat van eeuwigheid aan dit bruiloftsmaal van het Lam vooraf
gegaan is, een inleiding en een voorbereiding. Pas daarna zal Gods programma
voor de eeuwigheid zich beginnen te ontvouwen. God, zal bij wijze van spreken,
niet beginnen Zijn uiteindelijke plannen voor de eeuwen uit te werken, voordat
de Bruid op de troon zit met haar Goddelijke Geliefde en Heer. Tot dan wordt
het ganse universum onder het ganse bestuur en de heerschappij van de Zoon van
God geleid met maar één doel: de voorbereiding en toerusting van de Bruid.
Aantekeningen
(1) Deze filosofie van onwetendheid wat het verleden
betreft en van hopeloosheid ten aanzien van de toekomst wordt beaamd en
bevestigd door de zienswijze van sommige moderne biologen en psychologen. In zijn boek “Chance and Necessity”
beweert Jacques Monod, de Frans kerngeleerde, dat het bestaan van de mens te
danken is aan een toevallige botsing van minuscule deeltjes kernzuur en
eiwitstoffen in de onmetelijke “oer-soep”. Volgens een aanhaling van dr. Francis
Schaeffer in zijn boek “Back to Freedom and Dignity” uit een artikel in
Newsweek Magazine, is Monod van oordeel, dat “alle leven voortkomt uit een
onderlinge wisselwerking van toeval en noodzaak”. Monod komt tot de conclusie,
dat de mens (voor zover het een Opperwezen aangaat) alleen staat in de wrede
onmetelijkheid van het heelal, waaruit hij als bij toeval ontstaan is. Er is
nergens vastgelegd wat zijn bestemming is, noch waaruit zijn verplichtingen
bestaan. Zoals dr. Schaeffer in zijn boek verklaart, is Monod ervan overtuigd,
dat “de mens het product is van het ‘onpersoonlijk’ plus tijd plus toeval”.
Als dit waar is, dan heeft de mens geen persoonlijkheid en dan kan hij ook niet
op een hogere waarde ingeschat worden dan elk andere onderdeel van het
universum ook. Daarom is er, moreel gezien, geen onderscheid tussen het
omhakken van een boom en het vernietigen van een menselijk wezen. Als een
menselijk persoon in wezen niet verschilt van een boom, dan is ook zijn
toekomst niet anders. Het bestaan van een mens heeft dan even weinig betekenis
als dat van een boom, en zo wordt de waarde van de mens tot nul gereduceerd.
Dit denken leidt uiteindelijk tot zinloosheid en wanhoop. Volgens dr. Schaeffer
is het dit, wat de studenten van Berkely tot opstand bracht en zoals men kan
concluderen ook op vele andere universiteiten in ons land en over de hele
wereld. Wanneer de mens God uitrangeert, vernietigt hij zichzelf. ATHEISME
BERGT ZELFMOORD IN ZICH!
(2) Dit
gezichtspunt wordt knap uitgedrukt door Erich Sauer: “Als Schepper van de loop
van de geschiedenis en Bestuurder van hemel en aarde, voert Hij (God) de
heerschappij over de gang van zaken in het heelal. Daarom kan Hij, als Heer van
de geschiedenis, en Hij alleen een verklaring geven van de geschiedenis… daarom
is de Bijbel het “boek der mensheid”, dat wil zeggen de sleutel tot het
wereldgebeuren. Elk begrip van de gang van zaken in de wereld der mensen hangt
af van de houding tegenover dit Boek” (Eternity to Eternity, blz. 97).
“Zonder Christus is de hele geschiedenis volkomen onbegrijpelijk” (Ernest
Renan).
(3) Alle
conservatieve verklaringen zijn het erover eens, dat het Schriftuurlijke
verhaal van de schepping er de nadruk op legt, dat de mens het doel en de kroon
van het scheppingsproces is. Zelfs Nietzsche heeft gezegd; “De mens is de reden
waarom de wereld bestaat” (Erich Sauer in The King of the Earth, blz. 49).
Over het scheppingsverhaal uit Genesis zegt Leonard Verduin: “Het is een
eenvoudige vanzelfsprekende zaak, dat het God er vanaf het allereerste begin om
te doen was het hoogtepunt van de schepping te bereiken in de mens. Alles wat
daaraan vooraf gaat, is een voorbereiding en inleiding op de schepping van de
mens, aan wie de heerschappij werd toevertrouwd. De mens wordt getekend als de
kroon en het sluitstuk van het hele scheppende handelen van de Almachtige God. De
mens is het doel, waarop zich dat hele handelen richtte. Waarlijk, de Bijbel
spreekt niet gering over de mens (Somewhat less than God, blz. 9).
4) Watchman
Nee wijst erop, dat de Gemeente nú het Lichaam van Christus is, maar dat zij ná
het bruiloftsmaal van het Lam Zijn Bruid zal zijn (The Glorious Church, hoofdst.
3, blz 46, uitgave 1968).
(5) De
stelling van dit gedeelte is aangevallen op grond daarvan “dat teveel gebaseerd
is op één tekst, los van de context”.
De schrijver erkent de juistheid van deze kritiek, omdat het woord dat met “alle
dingen” in Romeinen 8:28 wordt vertaald, daar niet in verband staat met het
woord “kosmos” zoals op andere plaatsen.
De bewering dat als sommige dingen medewerken ten goede voor de
Gemeente, dan ook alle dingen in het gehele universum ten goede moeten
medewerken, is een noodzakelijk, onbetwistbaar gevolg van de leer van het
monotheïsme (één godendom).
Indien er één God is en Hij soeverein is, dan zijn al Zijn bedoelingen en
handelingen op één en hetzelfde doel gericht. Slechts als er een gelijkwaardige
tegenkracht is, of verdeeld gezag, zouden andere stromingen of doeleinden Gods
doel kunnen doorkruisen. Hierdoor zou een chaos ontstaan. Daarom, als er één
soevereine God is in het heelal, dan is het universum een kosmos. Als het
universum een kosmos is, een harmonieus en geordend geheel, dan werken alle
omstandigheden en gebeurtenissen naar één en hetzelfde doel toe.
Dat het universum een kosmos is, onder de heerschappij van één soeverein gezag,
wordt ons geleerd o.a. in Psalm 103:19. “De Here
heeft Zijn troon in de hemel gevestigd, Zijn Koningschap heerst over alles”. Deze
waarheid is het onderwerp van vele psalmen en uitspraken van profeten en klinkt
door in heel de Schrift vanaf Genesis tot Openbaring. Dit wijst erop, dat het
universum een geordend geheel is, een harmonieuze eenheid, een kosmos.
In zo’n universum, onder de heerschappij van een centraal absoluut gezag,
zullen ook, indien één gebeurtenis of een reeks gebeurtenissen ten goede medewerken
voor de Gemeente, alle andere dingen hetzelfde doel dienen.
Een duidelijk voorbeeld hoe de kosmos medewerkt om het Messiaanse doel van God,
en daarmee ook Zijn bedoeling met de Gemeente te dienen, vindt men in Richteren
5:20. “Van de hemel streden de sterren, vanuit haar
banen streden zij tegen Sisera”. Vele andere Schriftgedeelten
illustreren ditzelfde punt.
Daarom behelst de uitdrukking “alle dingen” uit Romeinen 8:28 niet slechts bepaalde
bijzondere gebeurtenissen, maar de totaliteit van alles wat in het heelal
plaatsvindt.
(6) De
schrijver gelooft, dat het aantal verloste mensen niet te tellen is (Openbaring
7:9). De uitdrukkingen “kleine groep” en “heel kleine minderheid” worden
gebruikt met betrekking tot hen, die in de genadetijd gebruik gemaakt hebben of
nóg zullen maken van de vrijheid om te kiezen. Als we echter de talloze
miljoenen, die in de kinderjaren of vóór de geboorte streven, meerekenen, zoals
wij geloven, dan is het waar als men zegt, dat “uiteindelijk het aantal van
hen, die verloren gaan tegenover dat van hen, die gered worden in geen groter
verhouding staat dan het getal gedetineerden in de gevangenis tegenover dat van
de mensen in de vrije maatschappij”.
(7) De
schrijver gelooft dat de Gemeente alle verlosten omvat vanaf de schepping tot
aan de voleinding.
(8) De
auto-industrie geeft ons een heldere kijk op wat men noemt “het bewijs van het
eindproduct”. De auto was eerst slechts een ontwerp, een idee, een droom in de
geest van een mens. Maar dat idee gaf de stoot tot een grootse onderneming. Om
de auto te kunnen fabriceren zijn geweldige gebouwencomplexen verrezen, die
duizenden vierkante meters in beslag nemen en enorme sommen geld hebben gekost.
In deze fabrieken worden ingenieuze machines en werktuigen geïnstalleerd, een
uitrusting die enorme kapitalen vergden. De fabricage zelf vereist onmetelijke
hoeveelheden ruw materiaal van velerlei soort vanuit de hele wereld aangevoerd,
in aantallen die onze verbeelding verre te boven gaan. In deze bedrijven werken
miljoenen mannen en vrouwen, van ingenieurs tot arbeiders aan de productielijn.
En dat alles dient slechts dit éne doel: de vervaardiging van een kleine auto.
Wanneer dan het eerste wagentje van de montageband rolt, wordt het doel van
deze enorme industrie duidelijk zichtbaar. Alles wat eraan vooraf gegaan is, de
enorme plannen, de verwerking van het ruwe materiaal met de daaraan verbonden
reusachtige hoeveelheden afval, alles vanaf de tekentafel tot de laatste bout
toe, wordt belicht en verklaard door uitsluitend dit ene: het tot stand komen
van een auto. Die kleine wagen is de sleutel waarmee het geheim van alles wat
eraan vooraf gegaan is, ontsluierd wordt.
(9) De hier bedoelde gelijkheid is een overgedragen gelijkheid. Ofschoon dat het geval is, wordt deze gelijkheid volledig erkend en geëerbiedigd alsof het de oorspronkelijke was. De uitdrukking “mede-erfgenaam” (Romeinen 8:17) draagt onmiskenbaar deze betekenis. Volgens de wet kan een mede-erfgenaam niets alleen doen, niets zonder de ander.
2
GODS DOEL VOOR DE GEMEENTE:
DE HOOGSTE POSITIE
De hoogste positie – de verloste mens
Het zal uit het eerste hoofdstuk duidelijk geworden zijn,
dat de verloste mens een volstrekt unieke plaats inneemt in de rangorde van het
universum. Ik probeer hiermee niet de plaats van de engelen te kleineren of
iets af te doen aan hun stralende heerlijkheid. Zij zijn onbeschrijfelijk
schoon en bezitten een ontegenzeglijke majesteit, een onuitsprekelijke macht en
een bovennatuurlijke intelligentie. Zij heersen over hemelse gewesten van
ongekende uitgestrektheid en onvoorstelbare luister. Hun buitengewone positie
blijkt verder uit het feit, dat zij rondom de troon van de Almachtige (God)
staan en de hofhouding vormen van de Koning der koningen. Maar hoe verheven zij
ook zijn, toch worden de engelen, die de hoogste positie bekleden en rondom de
troon van de Allerhoogste zweven, overtroffen – wonder boven wonder – door het
meest onbetekenende mensenkind, dat wedergeboren en verlost is door het Bloed
van het Lam.
God “liet zich kennen” in de Vleeswording
Oorspronkelijk geschapen naar Gods beeld werd de verloste
mens, door een geboorteproces, zoals God dat alleen heeft kunnen uitdenken
en dat we wedergeboorte noemen, verheven tot de hoogste van alle schepselen. “Want over de engelen ontfermt Hij Zich niet, maar Hij
ontfermt Zich over het nageslacht van Abraham” (Hebreeën 2:16). Hoe Hij
zich ook verder in de natuur manifesteert, God kon geen engelengestalte
aannemen, omdat zij niet zijn geschapen naar Zijn beeld en gelijkenis (1). Geen
ander schepsel heeft bij benadering het vermogen zoals de mens, om “God in zich
te hebben en Zijn beeld te vertonen”. Slechts in de menselijke natuur kon God
vlees worden. God “liet Zichzelf kennen” in de menswording. Hierdoor gaf Hij
eer aan het menselijke geslacht en verhief Hij de verloste mens boven de hoogst
geplaatste engel in het stralende gewelf van het firmament.
De engelen zijn geschapen, niet verwekt
Omdat engelen niet naar het beeld Gods geschapen zijn en
God daarom in hen niet vlees kan worden, kunnen de gevallen engelen ook niet
worden verlost. Geen engel kan ooit (een geboren) lid worden van het huisgein
van God. Zij zijn geschapen wezens, niet verwekt; daarom kan een engel nooit
een “bloed”-eigen zoon van God worden. Zij kunnen nooit de erfelijke aanleg,
het “zaad” van God ontvangen. Zij kunnen nooit deel hebben aan de Goddelijke
natuur.
Geen engel kan ooit behoren tot de Bruidsgemeente. Dit voorrecht geldt alleen
de verloste mens.
Wie van de engelen kent het voorrecht, te kunnen zeggen: “Ziet, welk een liefde ons de Vader gegeven heeft, dat
wij kinderen Gods genoemd worden”? Of “Wanneer
Hij al verschijnen, zullen wij Hem gelijk wezen” (I Johannes
3:1-2)? In Hebreeën 2:11 staat: “Want Hij Die
heiligt en zij die geheiligd worden, zijn alleen uit één; daarom schaamt Hij
Zich niet hen broeders te noemen”. Tot wie van de engelen heeft Hij ooit
gezegd: “Ziedaar, mijn broeder en zuster en
moeder,” d.w.z. “Wij zijn van dezelfde
oorsprong, we zijn uit dezelfde Vader geboren” (Mattheüs 12:48-50).
Heeft Hij ooit over de engelen gesproken, zoals Hij over Zijn discipelen sprak:
“Dat zij allen één zijn, gelijk Gij Vader in Mij en
Ik in U, dat zij ook in Ons zijn, opdat zij één zijn, gelijk Wij één zijn: Ik
in hen en Gij in Mij, dat zij volmaakt zijn tot één…” (Johannes
17:21-23). Heeft Paulus ooit van de engelen gezegd, zoals hij deed van de
Gemeente, dat zij Zijn Lichaam vormen, waarvan Hij het Hoofd is “vervuld met Hem, Die alles in allen volmaakt” (Efeziërs
1:23)? Heeft Paulus tot de engelen gezegd: “Gij
zijt leden van Zijn Lichaam, vlees van Zijn vlees en been van zijn gebeente” (Efeziërs
5:30 S.V.)?
De verlosten zijn toegevoegd aan de Triniteit
Maar dit is niet alles. We gaan verder en lezen met ingehouden adem in I
Korintiërs 6:17 “Hij die zich aan de Here hecht is
één geest met Hem”. Deze eenheid is meer dan alleen een formele,
zakelijke of ideële harmonie of gevoelsband. Het is een organische eenheid, een
“organische relatie tussen personen”. Door wedergeboorte worden we waarachtige
leden van de oorspronkelijke kosmische familie (Efeziërs 3:15), daadwerkelijke
zonen van God (I Johannes 3:2), “deelgenoten van de
Goddelijke natuur” (II Petrus 1:4), door hem verwekt en bevrucht door
het Woord, dat het zaad wordt genoemd (I Johannes 3:9; 5:1, 18, I Petrus 1:3,
23) en dat zijn erfelijke eigenschappen draagt. Zo worden wij door
wedergeboorte – ik spreek met eerbied – de naaste bloedverwanten van de
Drie-eenheid. Dat deze groep wedergeboren mensen boven alle andere schepselen
staat, wordt door Paulus bevestigd door de indringende vragen, die hij stelt in
I Korintiërs 6:2-3: “Of weten jullie niet dat de
Christenen straks over de wereld zullen rechtspreken?...Weten jullie niet, dat
wij straks over engelen zullen oordelen”? (HLW).
Het nieuwe geslacht
Het gaat hier dus over een volkomen nieuw, uniek en
bijzonder soort schepselen, dat men een “nieuw geslacht” zou kunnen noemen. Niets
in alle koninkrijken der oneindigheid is daarmee te vergelijken. Dit is wat
God voor ogen had, toen Hij de wereld tot aanzijn riep. Dit is wat door Paulus
de “nieuwe mens” wordt genoemd (Efeziërs 2:15), de “nieuwe mensheid”, die door
wedergeboorte bestemd is de elite van het universum te zijn. Zij vormt een
nieuwe koninklijke familie, een nieuwe heersende klasse, die tevens de Bruid,
de Vrouw van het Lam is. Dit geslacht is ertoe bestemd om mede te regeren, mede
te heersen en mede te besturen. Op grond van de verlossing en de wettelijke
verbintenis met de Koning der koningen (zie hoofdstuk 1, aantekening 9) de
gelijkwaardige partner op de troon.
Een familie door geboorte
Niets kan ooit het feit verdoezelen, dat de Schepper door
oneindigheid gescheiden is van Zijn schepping. Christus is de eeuwige unieke en
eniggeboren Zoon, “de afstraling va Gods
heerlijkheid” (Hebreeën 1:3). Maar van vóór alle eeuwigheid heeft God
Zich voorgenomen een eigen familiekring te scheppen, van mensen, die
niet alleen geschapen zouden worden, maar ook voort zouden komen uit
Zijn eigen leven. “Al voordat Hij de wereld maakte,
heeft God ons uitgekozen (in erfelijke zin), ons die één met Christus zijn” (Efeziërs
1:4, 5:25-27 – HLW). Om deze persoonlijke familieband te verkrijgen ontwierp
God het grote en oneindig wijze plan van de schepping plus de verlossing
door de wedergeboorte, teneinde “vele zonen tot
heerlijkheid te brengen” (Hebreeën 2:10). En Hij besloot dat ze Zijn
Zoon gelijk zouden zijn…opdat Hij de eerste
en belangrijkste van vele broers zou worden (Romeinen 8:29 – HLW). Met
andere woorden Christus is het voorbeeld, waarnaar alle andere zonen gevormd
worden. Uit Johannes 1:12-13 leren we, dat het verlossingsplan werd ontworpen
als een effectieve en originele methode om “vele zonen” voort te brengen,
die als discipelen een heiligingsproces zouden ondergaan, teneinde hen tot
heerlijkheid te brengen. “Doch allen, die Hem
aangenomen hebben, hun heeft Hij macht gegeven om kinderen Gods te worden, hun
die in Zijn Naam geloven; die niet uit bloed, noch uit de wil des vlezes noch
uit de wil eens man, doch uit God geboren zijn” (Johannes 1:12-13). Hieruit
blijkt duidelijk dat er twee manieren bestaan waarop men geboren kan worden:
een menselijk en een Goddelijke. In en door Christus alleen realiseert en
vervult God zijn vaderlijk verlangen naar een door geboorte ontstane
familierelatie. Zonder dit plan zou Gods familie voor altijd beperkt zijn
gebleven tot Drie.
Prinsen van het Koninkrijk
Degenen, die het werk aan een lopende band kennen, weten
dat een model eerst getekend wordt en met de hand vervaardigd en getest,
voordat het aan de montageband gefabriceerd wordt. Zij weten ook, dat
lopende-band-werk exacte duplicaten, volmaakte kopieën van het origineel maakt.
Dit nu is ook Gods doel met het verlossingsplan: om door wedergeboorte een
geheel nieuw, uniek soort mensen te scheppen, nauwkeurige evenbeelden van Zijn
Zoon, met Wie Hij Zijn glorie en heerschappij wil delen, en die een koninklijk
geslacht zullen zijn dat de regerende en besturende functie in Zijn eeuwig
Koninkrijk zal bekleden.
Hoewel we aan de ene kant het oneindig grote onderscheid tussen de eeuwige Zoon
en de “vele zonen”, die in de familie van God geboren zijn, onderkennen, is aan
de andere kant hun erfenis als gevolg van de wedergeboorte zodanig, dat Hij hen
als waarachtige broeders beschouwt. En volgens I Johannes 3:2 is dat precies
wat zij zijn: echte uit God geboren kinderen, en daardoor “bloedeigen” broeders
van de Zoon. Christus is het Goddelijke model waarnaar de nieuwe mens gevormd
wordt. Zij zullen een kopie zijn van Hem, ware genotypen, volkomen aan Hem
gelijk voor zover dat mogelijk is, als begrensden t.o.v. de Onbegrensde. Als
door Hem verwekte zonen Gods, die in hun wezen en aard de erfelijke
eigenschappen van God dragen, staan zij in rang hoger dan alle andere
schepselen en zijn zij verheven tot de hoogste plaats die maar mogelijk is,
zonder tot de Drie-eenheid zelf te behoren.
Ofschoon Christus de unieke, eniggeboren, eeuwige Zoon is, behoudt Hij toch
Zijn heerlijkheid niet voor Zich, want Hij heeft gezegd: “De heerlijkheid, die Gij Mij gegeven hebt, heb Ik hun
gegeven” (Johannes 17:22). Daarom zullen de verlosten deelhebben aan
Zijn heerlijkheid, Zijn regering en Zijn heerschappij als waarachtige,
verantwoordelijke prinsen van Zijn Koninkrijk.
“Bijna goddelijk” (Psalm 8:6)
Op deze manier heeft God de verloste mens tot zo’n
positie verheven, dat Hij onmogelijk verder gaan kon zonder hem in de cirkel
van de Godheid Zelf binnen te laten. In de Geliefde zijn we aan de boezem van
de Vader toegelaten (Johannes 1:18) en krachtens onze eenheid met Christus zijn
wij op dezelfde voorwaarden aanvaard als Hij (Efeziërs 1:6, Johannes 17:23).
Als waarachtige zonen, verwekt door God Zelf, als echt “bloedeigen” broeders
van de eeuwige Zoon, als leden van Zijn Lichaam, waarvan Hij het Hoofd is, en
als geest van Zijn Geest, is ’t onmogelijk nóg nader te komen! Dit geheimenis
werd door rees Howells zo blij tot uitdrukking gebracht:
“Ik kan niet nader zijn bij God,
zó dicht, zó héél dichtbij,
want in Zijn eigen eeuwige Zoon
ben ik Hem na als Hij.”
Dit stemt overeen met de verheven uitroep in Psalm 8:5-6 “Wat is de mens, dat Gij zijner gedenkt? En het
mensenkind, dat Gij naar hem omziet (in de vleeswording)? Toch hebt Gij hem bijna goddelijk gemaakt”. Dit is volgens erkende bronnen de juiste
vertaling, daar het woord Elohim in het oorspronkelijk Hebreeuws de
eerste naam is, die aan de Godheid gegeven wordt (Genesis 1:1).
Geen grootheidswaan
Deze gedachte voert ons tot zulke duizelingwekkende
hoogten, dat men ons zou kunnen beschuldigen, niet alleen van grootheidswaan en
overdrijving, maar zelfs van godslastering, als deze uitspraken niet waar
zouden zijn.
God heeft de mogelijkheden van de menselijke taal uitgeput om ons de ogen te
openen voor de oneindige grootheid van Zijn plan voor de verloste mens. Wanneer
Zijn woorden geen betekenis zouden hebben, dan zijn de voorafgaande uitspraken
inderdaad overdreven. “Want wat geen oog heeft
gezien en geen oor heeft gehoord, en wat in geen mensenhart is opgekomen, dat
heeft God bereid voor degenen die Hem liefhebben” (I Korintiërs 2:9). Halleluja!
Zó onbeschrijfelijk en verwonderlijk is de grootheid van Gods plan, dat het
Paulus dringt tot de ernstige voorbede voor ons: “Ik
bid dat jullie innerlijk vol van licht zullen zijn, zodat je iets zult zien van
de heerlijke toekomst waarvoor jullie geroepen zijn” (Efeziërs 1:18 – HLW).
Geen fantasie
Ofschoon de geïnspireerde woorden van de Bijbel duidelijk
en ondubbelzinnig zijn, kan ons verstand ze vaak nauwelijks begrijpen en is men
geneigd hun betekenis te miniseren door ze te beschouwen als fantasie, symbolen
of beeldspraak. Op deze manier berooft het ongeloof het Woord van God maar al
te vaak van Zijn kracht. Bij de uitleg van de Bijbel geldt als regel, dat het
Woord letterlijk opgevat moet worden, tenzij er duidelijk van beelden of
symbolen sprake is. Zonder twijfel gaat de werkelijkheid achter de Bijbelse
uitspraken de menselijke verbeelding verre te boven; toch worden deze
uitspraken toegankelijk gemaakt voor ons verstand. Wanneer we ze niet
aanvaarden als een volkomen getrouwe weergave van de hemelse realiteit, beroven
we hen van hun kracht. Ze staan in de Bijbel om te worden aangenomen, niet als
symbool, maar letterlijk. Daarom is de positie van de verloste mens, volgens
Gods eeuwig Woord, letterlijk en waarachtig, “bijna goddelijk”.
Positie in verhouding tot gebed
Misschien vragen sommigen zich af hoe dan de verhouding
is van de verloste mens tot het gebed en de voorbede. Men kan zeggen, dat het
gebed niet in de eerste plaats bedoeld is om dingen van God gedaan te krijgen. Het
is Gods manier om de Gemeente door oefening te leren, hóe zij de legermacht van
Gods vijanden kan overwinnen. Deze wereld is de werkplaats, waar zij, die
voor de troon bestemd zijn, door gericht gebed in de binnenkamer leren, hoe zij
satan en zijn handlangers kunnen overwinnen. God heeft een leerplan van
gebed ontworpen als “stage” voor de eeuwige heerschappij met Christus. Hier
leren wij de “kunst van het vak”: hoe wij de wapens van gebed en geloof moeten
hanteren om te kunnen overwinnen en de duur gekochte zege van Christus met
kracht te kunnen verwerkelijken. Of er vijanden zullen overblijven in de
eeuwigheid weten we niet. Maar het is duidelijk, dat het karakter van de
overwinning, hier gevormd, nodig zal zijn, wanneer wij naast de Bruidegom op de
troon zullen zitten. “Wie overwint, hem zal Ik
geven met Mij te zitten op Mijn troon” (Openbaring3:21). “De kroon is
alleen voor de overwinnaar”. En de overwinnaar behaalt de overwinning binnen
het kader van Gods leerplan van gebed en geloof. De gebedskamer is de arena,
waaruit overwinnaars tevoorschijn komen.
Aantekeningen
(1) Er ligt een duidelijk, overtuigend aspect besloten in
Genesis 1:27, dat seks in zijn geestelijke dimensie een element van het beeld
Gods vormt. In dien seks in zijn geestelijke dimensie een onderdeel is van het
beeld, waar naar de mens geschapen is, dan volgt daaruit dat de engelen niet
naar Gods beeld geschapen zijn, wat zij dan ook verder met de mens gemeen mogen
hebben, zoals een geestelijke natuur, verstandelijke, emotionele en morele
eigenschappen en een heiligheid, die zij vanuit hun bestaan bezitten.
3
HET GEHEIMENIS VAN HET GEBED
“En Ik heb onder hen gezocht naar iemand
die een muur zou kunnen optrekken en voor mijn aangezicht op de bres zou kunnen
staan ten behoeve van het land, zodat Ik het niet zou verwoesten, maar Ik heb
hem niet gevonden. Daarom heb Ik mijn gramschap over hen uitgestort; met het
vuur van Mijn verbolgenheid heb Ik hen verteerd; hun wandel heb Ik op hun hoofd
doen neerkomen, luidt het Woord van den Here HERE” (Ezechiël
22:30-31).
Gebed – een Goddelijke geheimenis
Is het ooit tot u doorgedrongen, dat het principe van
gebed een raadselachtig mysterie is? Waarom bestaat er eigenlijk een systeem of
plan van gebed? Is God niet almachtig? Kan Hij niet soeverein handelen? Zou Hij
hulp van buitenaf nodig hebben? Eén van de eigenschappen, die men God
toeschrijft, is juist, dat Hij geen hulp nodig heeft. Behoeft Hij dan iets
waarin de mens of enig ander schepsel zou kunnen voorzien? Zou niet Hij, Die
door Zijn Woord de werelden tot aanzijn riep en Die hen door datzelfde Woord in
stand houdt, Zijn voornemens tot uitvoer kunnen brengen zonder de hulp van een
nietig mens? Zo ja; waarom heeft Hij dan het gebed gewild?
God doet niets zonder de mens
Het geheimenis van het gebed wordt duidelijk in Ezechiël
22:30-31, wat we bij het begin van hoofdstuk 3 hebben aangehaald.
Hier zien we hoe God een rechtvaardig en verdiend oordeel zoekt te voorkomen.
Hijzelf verlangt ernaar het volk te sparen. Maar, vreemd genoeg, kan Hij het
niet zonder een mens doen, zonder een voorbidder. Als niemand voorbede doet,
kan God het oordeel niet tegenhouden. Waarom zou Hij “afhankelijk” zijn
van de gebeden van een mens om het volk te kunnen sparen voor de oordelen, die
Hijzelf wil tegenhouden? God is immers de Almachtige, de Allerhoogste Heerser
van het universum. Hij is Zelf de opperste Rechter, de Jury en de uitvoerende
macht. Of niet soms? Als het Zijn verlangen zou zijn geweest om het gericht
over Zijn volk tegen te houden, als Hij Zijn volk genadig had willen zijn,
waarom heeft Hij Zijn hoogste gezag dan niet uitgeoefend en Zijn volk
gesppaard, los van welke voorbede dan ook? Gods wil is toch superieur? Waarom
heeft Hij Zichzelf dan “afhankelijk” van mensen gemaakt? Is dit niet een
raadselachtig mysterie?
God dringt er op aan te bidden
Dat God gebed en voorbede zo belangrijk vindt, blijkt uit
Zijn Woord door Zijn vele aandringen op gebed. Hij nodigt niet alleen uit, Hij
dringt erop aan, Hij drukt het ons op het hart, Hij achtervolgt ons ermee, ja,
Hij smeekt ons om van dit voorrecht gebruik te maken. Eén vertaler heeft
Mattheüs 7:7 op de volgende manier weergegeven: “Vraag,
Ik vraag je om te vragen; zoek, Ik dring er bij je op aan te zoeken; klop, Ik
bind je op het hart te kloppen”. Niet alleen nodigt Hij ons uit tot
bidden en spoort Hij ons ertoe aan. Hij gebiedt het ons ook: “Bidt daarom de Heer van de oogst dat Hij arbeiders
uitzende in Zijn oogst” (Mattheüs
9:38). Maar Hij is Zelf de Heer van de oogst! De arbeiders behoren Hem toe.
Waarom zou Hij dan mensen zo dringend aansporen te bidden om arbeiders? Waarom
zendt Hij alleen arbeiders uit als antwoord op de gebeden van hen, die verlost
zijn?
God geeft “onvoorwaardelijke” beloften van gebedsverhoring
De fundamentele betekenis van het gebed blijkt ook
hieruit, dat God Zich verplicht gebeden te verhoren. De beloften, dat God
gebeden beantwoorden wil, zijn zó rijk en zó stellig en bestrijken een zó breed
gebied, dat het erop neerkomt dat ons carte blanche gegeven wordt d.w.z. een
blanco cheque met het gezag van Zijn handtekening erop. Het is alsof God ons
Zijn scepter in handen geeft en ons vraagt daar gebruik van te maken. Hier zijn
enkele voorbeelden: “…en wat gij ook vraagt in
Mijn Naam, Ik zal het doen” (Johannes 14:13-14). “Indien gij in Mij blijft en Mijn woorden in u
blijven, vraagt wat gij maar wilt en het zal u gegeven worden” (Johannes
15:7). “Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u, als gij de
Vader om iets bidt in Mijn Naam, zal Hij het u geven. Tot nu toe hebt gij niet
om iets gebeden in Mijn Naam, bidt en gij zult ontvangen, opdat uw blijdschap
vervuld zij” (Johannes 16:23-24).
Zijn gebedsplan is waterdicht
Ik noem dit “onvoorwaardelijke” beloften, omdat ik van
mening ben, dat er geen voorwaarden aan gesteld worden. En wanneer ik deze term
gebruik, bedoel ik, dat er van Gods kant geen voorwaarden aan verbonden zijn,
die een belemmering zouden kunnen vormen. Anders gezegd: Er zijn geen
voorwaarden, die onmogelijk zijn voor een werkelijk toegewijd kind van God. Het
is voor iedere gewone, serieuze en oprecht wedergeboren gelovige mogelijk aan
deze voorwaarde te voldoen in Hem te blijven en Zijn woorden te bewaren. Als
dat voor zulke Christenen niet mogelijk zou zijn, zou dat betekenen, dat God
het risico, dat gelegen is, in het geven van zulke geweldige beloften probeert
te ontlopen; en dat is bij Hem onmogelijk! Maar als God dus geen voorwaarden
stelt, dan ligt de hele verantwoordelijkheid voor onze gebedsarmoede en
vruchteloze gebeden bij onszelf. En als vragen in de Naam van de Here Jezus
niet iets is wat iedere volkomen toegewijde gelovige normaal kan doen, dan zou
God ook hier voorwaarden stellen. Maar God doet dat niet. Hij is eerlijk in
Zijn manier van handelen. Daarom moet de verantwoordelijkheid voor gebrek aan
gebed of voor onbeantwoorde gebeden bij ons gezocht worden. Het principe van
het gebed is, wat God betreft “waterdicht”. Van Zijn kant is alles gedaan.
Hoewel Zijn beloften van gebedsverhoring niet losstaan van Zijn Wil, is er in
geen enkel opzicht sprake van beperkingen, omdat elk gelovig kind van God
alleen maar begeert Gods wil te doen. Met andere woorden: Er staan geen “kleine
lettertjes” in Gods gebedscontract.
De Gemeente als uitvoerend orgaan van Gods Wil
Als God Zijn scepter aan de verloste mens overhandigt, is
dat daarom een betrouwbaar aanbod. Het is een aanbod in goed vertrouwen. Door
middel van het gebed nodigt God de verloste mens eigenlijk uit tot een volledige
samenwerking met Hem, niet om de Goddelijke besluiten te nemen, maar om die
besluiten in de menselijke samenleving uit te voeren. God is het Die
besluiten neemt, soeverein en naar Zijn Wil, over de gang van zaken op aarde. De
verantwoordelijkheid voor de uitvoering van deze besluiten heeft Hij op de
schouders van Zijn Gemeente gelegd. “Ik zeg
u, dat gij Petrus zijt, en op deze petra zal Ik Mijn Gemeente bouwen en de
poorten der hel zullen haar niet overweldigen. (1) Ik zal u de
sleutels geven van het Koninkrijk der hemelen, en wat gij op aarde binden zult,
zal gebonden zijn in de hemelen, en wat gij op aarde ontbinden zult, zal
ontbonden zijn in de hemelen” (Mattheüs
16:18-19). Deze belofte wordt voor de Gemeente in het algemeen nog eens
herhaald in Mattheüs 18:18.
“Voorwaar, Ik zeg u, al wat gij op aarde bindt,
zal gebonden zijn in de hemel, en al wat gij op aarde ontbindt, zal ontbonden
zijn in de hemel”. “Zie, Ik heb u
volmacht gegeven om op slangen en schorpioenen te treden en tegen de gehele
legermacht van de vijand; en niets zal u enig kwaad doen” (Lucas
10:19). “Gelijk de Vader Mij gezonden heeft,
zend Ik ook u…Wien gij hun zonden kwijtscheldt, dien zijn ze kwijtgescholden” (Johannes 20:21, 23).
De Gemeente heeft de volmacht van God
Dr. Wilbur T. Dayton zegt in zijn commentaar op Johannes
20:21, 23, als onderdeel van de Paasdienst op 14 april 1968: “Nadat Hij
lichamelijk uit hun midden was weggegaan, moesten Zijn volgelingen Zijn
vertegenwoordigers worden, Zijn plaats innemen. Dit is de opdracht voor de
apostelen en evenzeer voor ons. Wij zijn Zijn procuratiehouders met de
autoriteit van een gevolmachtigde om Zijn opdrachten uit te voeren. “Zoals de Vader Mij gezonden heeft, zo zend Ik ook u” kan niets anders betekenen dan dat wij Zijn
afgevaardigden zijn in volle autoriteit om Zijn Goddelijke wil en plannen met
kracht uit te voeren. De afgevaardigde is bekleed met de volmacht van Zijn Chef
en heeft het volle gezag ontvangen om in Zijn plaats op te treden.
Waarom?
Nu is de vraag: waarom verkoos God te handelen binnen het kader van
het gebed? Waarom legde Hij de volle verantwoordelijkheid voor de
handhaving en de uitvoering van Zijn Goddelijke heerschappij op aarde en de
behartiging van Zijn zaken op de schouders van gevallen, maar verloste mensen? Waarom
wil Hij in de samenleving hier op aarde niets doen zonder de medewerking van
Zijn Gemeente? Wij hebben terecht de Roomse opvatting verworpen, dat de paus de
plaatsvervanger van God is op aarde, maar hebben wij dan niet verzuimd te
handelen naar het overweldigende gezag, dat God aan Zijn gehele Lichaam in deze
wereld toevertrouwd heeft? Maar dit gezag om de Wil en de besluiten van God
betreffende de gang van zaken op aarde uit te voeren, kan uitsluitend in
werking treden binnen het kader van het gebed dat God heeft ingesteld. Naar
Gods eigen besluit werkt dit enorme overgedragen gezag volstrekt niet zonder de
gebeden van mensen (Ezechiël 22:20-31). Hoe kan men dit besluit verklaren?
Waarom heeft God dit gedaan?
Gebed is een voorrecht, het kenmerk van de Gemeente
God had iets oneindig groots in gedachten, toen Hij dit
principe van gebed ontwierp. Gods eeuwig doel met de schepping van het
universum en de mensheid was om een eeuwige partner voor Zijn Zoon te
verwerven. Dit feit is een deel van het geheimenis, dat in de brief aan de
Efeziërs geopenbaard is en dat in het vijfde hoofdstuk het duidelijkst naar
voren komt. Hierin wordt de van Godswege geopenbaarde parallel tussen het
menselijk en Goddelijke huwelijk getrokken. Vers 32 maakt het geheimenis
duidelijk, waar Paulus ondubbelzinnig verklaart, dat Christus en Zijn Gemeente
huwelijkspartners zijn (2). Het ligt in Gods bedoeling, dat de Gemeente, als
eeuwige metgezellin van Christus, de hoogste positie in het universum zal
innemen, onderworpen aan de Godheid Zelf. Als Bruid van de eeuwige Zoon, zal
zij met Hem de heerschappij over het heelal delen. “Of
weten jullie niet dat de Christenen straks over wereld zullen
rechtspreken?...Weten jullie niet dat wij straks over engelen zullen oordelen”? (I Korintiërs 6:2a, 3a – HLW). “Indien wij volharden, zullen wij ook met Hem als
koningen heersen” (II Timotheüs
2:12). “En wie overwint, en mijn werken tot het
einde toe bewaart, hem zal Ik macht (volmacht) geven over de heidenen” (Openbaring 2:26). “Wie
overwint, hem zal Ik geven met Mij te zitten op Mijn troon, gelijk ook Ik heb
overwonnen en gezeten ben met Mijn Vader op Zijn troon” (Openbaring
3:21). “En zij zongen een nieuw gezang,
zeggende: Gij zijt waardig de boekrol te nemen en haar zegels te openen; want
Gij zijt geslacht en Gij hebt ons voor onze God gekocht met Uw bloed, uit elke
stam en taal en volk en natie; en Gij hebt ons voor onze God gemaakt tot een
koninkrijk van priesters en wij zullen als koningen heersen op aarde”
(Openbaring 5:9-10 – NBG en SV). Verloste leden van het menselijk geslacht,
het enige geslacht in de hele schepping dat naar Gods beeld gemaakt werd,
zullen de eeuwige metgezellin vormen. Omdat zij de troon delen met hun Geliefde
en Heer, moeten zij geoefend, opgevoed en voorbereid worden voor hun
koninklijke rol.
Gebed – de oefenschool voor het dragen van gezag
Door Zijn gezag te delegeren aan de Gemeente zodat zij op
aarde Zijn besluiten uit kan voeren en Zijn wil met kracht verwerkelijken,
heeft God haar in een leerschool geplaatst om de eeuwige heerschappij met
Christus te leren uitoefenen. Door te bidden in de binnenkamer worden de
beslissingen van God betreffende de gang van zaken in de wereld met kracht
uitgevoerd en loopt de Gemeente “stage” voor haar mede-heerschappij met
Christus over Zijn kosmisch Koninkrijk. Zij moet leren, hoe zij geestelijk
strijd moet voeren, hoe zij de boze machten overwinnen kan als voorbereiding op
de troonsbestijging na de Bruiloft van het Lam. Om haar in staat te stellen
de tactiek van het overwinnen te leren, heeft God het principe van het gebed
ingesteld. Om haar daarin te oefenen, heeft God aan haar het gezag overgedragen
om Zijn Wil hier op aarde met kracht uit te voeren. Om haar in staat te stellen
zich de rol en de “voorschriften” eigen te maken, hetgeen zij nodig heeft als
mede-heerseres, heeft Hij haar de verantwoordelijkheid gegeven om Gods Wil met
kracht te verwerkelijken en Zijn besluiten in aardse aangelegenheden uit te
voeren.
Let eens op, hoe vaak de nadruk wordt gelegd op “aarde” als plaats van
handeling: “Wat gij op aarde binden zult…”; “Wat
gij op aarde ontbinden zult…”; “Als twee van u op de aarde iets eenparig
begeren…” (Mattheüs 16:19, 18:18-19). Deze overdracht van gezag en
bestuurlijke verantwoordelijkheid voor aardse zaken, betekent voor de Gemeente
de hoogste eer en geeft Haar de hoogste positie van alle schepselen. Geen engel
of aartsengel zal ooit deze plaats kunnen innemen, omdat niet de engelen, maar
de verloste mensen alleen van de aanvang af als het beeld en de gelijkenis van
God gerechtigd zijn de Bruid te worden en de troon met de Bruidegom te delen.
Gods oorspronkelijke bedoeling – de hoogste positie voor
de mens
Het mag misschien oneerbiedig klinken, maar het is
niettemin waar, dat God de verloste mensheid in Zijn Goddelijk bestel geen
hogere positie kan geven zonder inbreuk te maken op de Drie-eenheid. Terwijl we
wel moeten inzien, dat de Schepper door de oneindigheid gescheiden is van Zijn
schepping, heeft God toch vanaf het begin het plan in gedachten gehad om deze
kloof in Jezus Christus zó volkomen te overbruggen, dat de verlosten door
geboorte als “bloed”-eigen leden van de familie van God, met Christus op de
troon van het universum terechtkomen, als Zijn Bruid en metgezel. “Wie overwint, hem al Ik geven met Mij te zitten op Mijn
troon” (Openbaring 3:21). Dit is geen later opgekomen gedachte; het
was Gods plan van alle eeuwigheid. “Hij heeft ons
immers in Hem uitverkoren vóór de grondlegging der wereld” (Efeziërs
1:4).
Dit was Gods oorspronkelijke doel met de schepping van
het universum en het menselijk geslacht. En door het gebed wordt de Bruid op
haar toekomstige koninklijke taak voorbereid.
Gebed – de voornaamste taak van de Gemeente
Daarom zei John Wesley: “God zal alleen handelen in antwoord
op gebed”. Daarom zei S.D. Gordon: “Het allervoornaamste wat iemand voor God en
voor mensen kan doen, is bidden”. En verder zei hij: “Je kunt méér doen dan
bidden, nadat je gebeden hebt, maar je kunt niet méér doen dan bidden voordat
je gebeden hebt”. Dit verklaart ook zijn uitspraak: “Gebed is: de winnende slag
toebrengen…Dienen is: de resultaten ervan oogsten”. Eveneens verklaart dit de
opmerking van E.M. Bounds over het gebed: “God regelt de gang van zaken in de
wereld door gebed. Hoe meer er op aarde gebeden wordt, des te beter zal het er
in de wereld aan toegaan, des te krachtiger zal de strijd zijn tegen de machten
der duisternis…De gebeden van Gods heiligen vormen het aandelenkapitaal van de
hemel, waarmee God Zijn grote plannen op aarde volvoert. God stelt zelfs het
bestaan en de oorsprong van Zijn zaak afhankelijk van gebed”. Als deze dingen
inderdaad wáár zijn, dan behoort gebed onze voornaamste taak te zijn.
De Gemeente heeft de sleutel in handen
Sommige bedrijven stellen als eis, dat twee mensen hun
handtekening moeten zetten op hun cheques om deze geldig te maken; één
ondertekening is niet voldoende. Beide partijen moeten tekenen. Dit geeft een
beeld van Gods manier van handelen via de gebeden en het geloof van Zijn
kinderen. Zijn cheques zijn Zijn beloften, ondertekend met Zijn eigen bloed.
Zijn aandeel werd op Golgotha volkomen voldaan. Maar geen belofte wordt geldig
tenzij een gelovige de troonzaal van het universum binnentreedt en in gebed en geloof
zijn naam schrijft naast die van God. Dán, en eerst dán wordt het bedrag van de
cheque uitbetaald. Het is net als bij een safeloket in de kluis van de bank. De
bewaarder heeft een sleutel en u hebt een sleutel. Geen van de beide sleutels
kan alleen de safe openen. Maar als u de bewaarder uw sleutel geeft, steekt hij
beide sleutels in het slot en de deur vliegt open, zodat u over de
schat, die daarin bewaard wordt, kunt beschikken. De sleutel, waarmee de
beslissingen over de gang van zaken op aarde worden genomen, ligt in de hemel,
maar de sleutel, waarmee deze besluiten ten uitvoer gebracht worden, ligt in
onze handen. In dit licht krijgt het gebed een totaal andere dimensie dat
men in ’t algemeen denkt. Gebed is niet het overwinnen van weerstanden bij
God. Het is niet Hem trachten te overtuigen van dingen die Hij niet doen
wil. Het is het “binden op aarde”, wat in de hemel al gebonden is (Mattheüs
16:19). Het is het uitvoeren van Zijn besluiten. Het is het met kracht
volbrengen van Zijn Wil. De inhoud van ieder echt gebed vindt zijn
oorsprong in het hart van God. Hij is het immers, die het gebed in het
menselijk hart legt en de verhoring van ieder door God ingegeven gebed ligt al
klaar, voordat het wordt uitgesproken. Wanneer we hiervan overtuigd zijn, dan is
geloof in gebedsverhoring véél gemakkelijker dan het anders zou kunnen zijn.
Te druk om te bidden
Geen engel werd ooit genodigd in dit bijzondere voorrecht
te delen. Geen aartsengel werd ooit uitgenodigd om daartoe de troonzaal van het
universum binnen te treden. Dit is alleen de verlosten voorbehouden. En velen
van ons hebben het te druk, met kijken naar de T.V., met sport bedrijven,
jagen, vissen, zwemmen en zeilen, werken op de boerderij, zaken doen,
enzovoort. We zijn zo druk bezig met de zorgen en genoegens van het leven, we
zijn er zo op uit om gelijke tred te houden met de wereld in haar begeerte naar
nieuwe auto’s, nieuwe huizen, nieuwe apparaten, nieuwe meubelen, enzovoort, dat
we geen tijd hebben om te bidden.
Iemand heeft een moderne Amerikaan eens beschreven als iemand, die in een door
de bank gefinancierde auto over een met een lening gefinancierde autoweg rijdt,
op benzine die met een kredietkaart gekocht is, om een rekening in een
warenhuis te gaan openen, zodat hij zijn met hypotheek gekochte huis kan vullen
met op afbetaling gekochte meubelen. Is dat niet ook een beschrijving van
velen, die zich Christenen noemen? En zou dat niet één van de redenen zijn,
waarom moderne Christenen zo weinig tijd hebben om te bidden? Misschien denken
sommige mensen: “Zouden we dan helemaal niets voor onszelf mogen hebben”? Het
antwoord is: Neen! Christus moet alles in allen zijn. U behoort uzelf
niet toe. U bent duur gekocht (I Korintiërs 6:19b-20). “Of gij dus eet of drinkt, of wat gij ook doet, doet het
alles te ere Gods” (I Korintiërs 10:31). Als u die nieuwe auto, dat
nieuwe huis, nieuwe meubelen en apparaten wilt kopen, een bijbaantje wilt
aanhouden, alles ter ere van God, uitstekend! Maar als we niet persé zo’n hoge
levensstandaard zouden willen hebben, hielden wij dan niet meer tijd voor gebed
over? Als we niet zo “bezeten” waren van reizen, plezier, vakanties en
recreatie, zouden we dan niet meer tijd voor gebed overhouden? We hebben meer
vrije tijd dan ooit tevoren, maar minder tijd om te bidden. We houden niet
alleen God en de wereld voor de gek, maar ook onszelf. Door ons gebrek aan
gebed, werken we Gods doel tegen. We beroven de wereld van het beste wat God
voor haar uitgedacht heeft en beperken daardoor onze positie in de eeuwigheid.
“En Ik heb onder hen gezocht naar iemand, maar
Ik heb hem niet gevonden” (Ezechiël
22:30).
Aantekeningen
(1) Twee gelijke, maar toch verschillende Griekse woorden
worden in dit tekstgedeelte gebruikt, namelijk petros, een mannelijk
zelfstandig naamwoord, dat vertaald wordt met “Petrus”, en petra, een
vrouwelijk zelfstandig naamwoord, vertaald met “rots”. Volgens Thayers Griekse
woordenboek betekent petra “een massieve, levende, niet uitgegraven rots”,
zoals Gibraltar, terwijl petros betekent een “losgeraakt, maar groot
stuk rotssteen”. Hier bedoelt Jezus, dat Hij Zijn Gemeente niet op het kleinere
losse stuk rotssteen (petros) wil bouwen, maar op de kolossale rots (petra),
die natuurlijk Jezus zelf is. Daarna stelt Hij vast, dat de poorten der hel
haar niet zullen overweldigen.
In het Oosten was in die dagen de stadpoort de zetel van het stadsbestuur, waar
rechtszittingen werden gehouden en besluiten werden genomen. Hier werd overleg
gepleegd, de strategie uitgestippeld en de planning vastgelegd. Vandaar dar
Jezus zegt, dat al de strategie en offensieve plannen, die de hel beramen zal,
niets tegen de Gemeente zullen kunnen uitrichten.
Voor een oppervlakkige waarnemer lijkt dit vergeefs, omdat het schijnt, dat
satan eigenlijk met succes bezig is het Koninkrijk Gods te ondermijnen. Als de
strijd tussen God en satan dan ook ging om de loyaliteit van het grootste deel
van het menselijk geslacht, dan is satan duidelijk de overwinnaar. Maar als het
Gods eigenlijke bedoeling is om een uitgelezen groep mensen te roepen, die de
Gemeente genoemd wordt, en die voorbereid en bekwaam gemaakt wordt om te
heersen in Zijn eeuwig kosmisch Koninkrijk, dan zullen, als Christus met succes
Zijn Gemeente verwerft en traint, de poorten van de hel haar niet kunnen
overweldigen. Als satan erin zou kunnen slagen de roeping der Gemeente te
verhinderen dan zouden de poorten der hel Haar dus overweldigen. Maar vanaf de
geboorte der Gemeente tot aan deze hevig bewogen tijd toe, is satan nooit bij
machte geweest de roeping van de Gemeente tegen te houden. Door tegenstand,
vervolging en martelaarschap heen, heeft de Gemeente steeds haar weg vervolgd.
Noch lijden, noch droefenis, noch verdrukking, noch rampen, noch smart, vervolging
of honger, noch gebrek, gevaar, noch het vuur of het zwaard, niets van dit
alles heeft de voortgang van de gemeente kunnen verhinderen. Dáárom hebben de
poorten van de hel de Gemeente dus niet kunnen overweldigen.
(2) Het geheimenis van Gods hemels huwelijk wordt nog
verdiept door het begrip “Bruidsgemeente”: “samengestelde bruid”. Voor velen
lijkt dit ongepast, omdat we bij een aards huwelijk aan een bruid in het
enkelvoud denken. Deze moeilijkheid verdwijnt, wanneer we ons Paulus’ opvatting
van de Gemeente als een organisch lichaam eigen maken.
“Want gelijk het lichaam één is en vele leden heeft,
en al de leden van het lichaam, hoe vele ook, één lichaam vormen, zo ook
Christus…Want het lichaam bestaat ook niet uit één lid, maar uit vele leden”
(I Korintiërs 12:12, 14).
We beschouwen het menselijk lichaam als één geheel, omdat het één wordt gemaakt
door één bewustzijn. Toch legt Paulus er de nadruk op, dat er niet één lid,
maar vele leden zijn. Zo ook wordt in het visioen van Johannes de Heilige stad,
die de hemelse Bruid vormt, niet door één enkeling maar door een reusachtige
menigte bewoond. Toch zal het, omdat zij één zal zijn in denken en één enkel
harmonieus geheel zal vormen, te vergelijken zijn met de eenheid van het menselijk
lichaam. Dit is der eenheid, waarheen de Gemeente in de loop der tijden op weg
is, en die tot een absolute volmaaktheid verwerkelijkt zal worden door de
Bruidsgemeente in de hemelse stad, het Nieuwe Jeruzalem; dat Johannes uit de
hemel van God zag neerdalen. Die stad zal bewoond worden door een ontelbare
menigte, die door een heilige liefde voor de hemelse Bruidegom zo volmaakt tot
één denken zal zijn samengevoegd, dat zij een enkelvoudig organisme zal vormen.
Zou dit de reden zijn, waarom God zozeer verlangt naar de eenheid onder Zijn
volk en waarom satan zich daar zo wanhopig tegen verzet?
(3) Ook
Nestle en Marshall’s Interlinear Greek-English New testament geeft deze vertaling.
Bron: Bestemd voor de Troon, Paul E.Billheimer.
Wordt vervolgd
Reacties
Een reactie posten