ABORTUS – RECHT OF ONRECHT?

Randy Alcorn

Het is nauwelijks te geloven, maar sommige mensen die ervoor pleiten dat de beslissing voor of tegen abortus alleen in de handen van de zwangere vrouw ligt, proberen dit zelfs op grond van de Bijbel te rechtvaardigen. Hun argument is dat de Bijbel geen woord over abortus vuil maakt. Dit is echter wel een enorme vergissing want de Bijbel verbiedt veelvuldig en zeer uitdrukkelijk het doden van onschuldige mensen (Exodus 20:13: “Gij zult niet doodslaan”.). En de Bijbel verklaart met niet te mis te verstane woorden dat ongeboren menselijke wezens zijn die we moeten beschermen (Exodus 21:22-23: “Wanneer mannen vechten en een van hen stoot een zwangere vrouw, zodat haar vrucht afgaat, maar zonder ander letsel, dan zal zeker een boete worden geëist, naardat de man van die vrouw hem oplegt, en hij zal het volgens besluit van de rechters geven. Maar indien er een ander letsel is, zult gij geven leven voor leven”)

Job beschrijft op zeer indrukwekkende wijze hoe God hem in het lichaam van zijn moeder geschapen en gevormd heeft (zie Job 10:8-12: “Uw handen hebben mij gewrocht en gevormd,
geheel en volledig; en wilt Gij mij in het verderf storten?
Bedenk toch, dat Gij mij als leem hebt gevormd, en wilt Gij mij tot stof doen wederkeren? Hebt Gij mij niet als melk uitgegoten, en mij als kaas laten stremmen, met huid en vlees mij bekleed, met beenderen en spieren mij doorweven? Leven en genade hebt Gij mij geschonken, en uw zorg heeft mijn geest bewaakt”
.). Wat zich in de buik van Jobs moeder bevond, was geen klompje cellen of een onpersoonlijk iets waaruit Job eens zou voortkomen, het was Job. Tegen de profeet Jesaja zegt God: “Zo zegt de HEERE, uw Maker en uw Formeerder van de moederschoot af, Die u helpt” (Jesaja 44:2). Dat wat ons mensen maakt, worden we niet op een bepaald tijdstip, we zijn het al in het moederlichaam!

In Psalm 139:13-16 wordt een prachtig beeld geschilderd over hoe God actief is bij de schepping en groei van ons allemaal persoonlijk. Daar lezen we dat God Davids nieren en beenderen, dus zijn lichaam, in de moederschoot gevormd heeft. Geen mens, van welke afkomst dan ook en van welke lichamelijke of geestelijke hoedanigheid dan ook, is een toevallig product maar werd door God persoonlijk uitgedacht, geschapen en gevormd. Ja, zelfs iedere dag van ons leven – ook de toekomstige – is een deel van Gods plan (zie Psalm 139:16: “Uw ogen zagen mijn vormeloos begin; in uw boek waren zij alle opgeschreven,..”).

Meredith Kline stelde vast: “Er is geen gewoon geen Bijbelse onderbouwing voor een abortus. De reden waarom we echter geen verbod in de wetten van Mozes vinden, is dat een abortus voor een Joodse vrouw uit die tijd ondenkbaar was, wat een verbod volkomen overbodig maakte”. Bovendien zegt God heel duidelijk: “U zult niet doden” (Exodus 20:13), wat als gebod geheel voldoende was. Voor iedere Jood was destijds duidelijk dat een ongeboren kind juist ook een mens is en zodoende door deze ene wet beschermd was. En als we heel eerlijk zijn: dat is voor ons net zo duidelijk als voor de mensen in die tijd. We weten allemaal dat een zwangere vrouw een kind bij zich draagt. Ieder kind in de moederschoot is een schepsel van God en een deel van Gods plan.

Het is duidelijk dat de begrippen zuigeling of puber over een menselijk wezen in een bepaald ontwikkelingsstadium spreken, hetzelfde geldt voor embryo’s en foetussen. Het is gewoon wetenschappelijke onzin te beweren dat een menselijk embryo of een foetus niet menselijk zou zijn, alleen omdat ze zich in een vroeger ontwikkelingsstadium bevinden dan een baby. Anders zou je ook kunnen beweren dat een zuigeling geen menselijk wezen is alleen omdat hij nog niet zover ontwikkeld is als een puber. Of worden we misschien steeds menselijker naarmate we opgroeien? Als dat zo zou zijn dan zou een volwassene meer mens zijn dan een kind. Toch: iets dat niet menselijk is wordt ook niet menselijk of menselijker bij het ouder of groter worden. Mensen zijn van begin af aan mensen en hun recht op leven begint niet pas na een zekere leeftijd of een zekere grootte want uiteindelijk hebben kleine kinderen niet minder levenswaarde dan hun ouders.

Als we eerst maar eens accepteren dat ongeborenen volwaardige mensen zijn, dan kun je de vraag naar hun recht op leven eigenlijk al niet meer stellen – op welke manier ze ook verwekt werden! Daaruit volgt dat het onrecht is om een moeder toe te staan over het voortbestaan van haar kind te beslissen. Tegenwoordig is de belangrijkste reden voor een abortus dat het kind niet bij de levensstijl van de moeder past. Zou het echter niet het enig juiste zijn om van een volwassene te verwachten zijn levensstijl te veranderen en zich tijdelijk beperkingen op te leggen dan te bepleiten dat het enige alternatief het doden van een kind zou zijn?

Voorstanders van abortus gebruiken in 99 % van de gevallen verkrachting als argument ter rechtvaardiging van een abortus en ze krijgen daarmee de goedkeuring van de maatschappij. Ze doen het voorkomen dat aan praktisch iedere abortus een verkrachting is voorafgegaan. Maar ook al zou dit zo zijn dan is een kind nog geen verfoeilijk product van een verkrachting maar een uniek, prachtig door God naar Zijn beeld geschapen wezen. Het eigen kind in haar armen te houden zal voor de ziel van een misbruikte vrouw toch veel gezonder zijn dan de gedachte dat haar kind in haar lichaam moest sterven om haar over een trauma heen te helpen.

Alan Keys, een fervent tegenstander van abortus werd eens tijdens een voordracht op een school door een 13-jarig meisje gevraagd of er dan geen verschil zou zijn of iemand al of niet abortus wilde als gevolg van een verkrachting. Daarop antwoordde hij: “Stel je voor, je vader zou een vrouw verkrachten en wij zouden dit horen. Zou het dan rechtvaardig van ons zijn om te zeggen: ‘Omdat je vader zich schuldig heeft gemaakt aan verkrachting hebben wij nu het recht om je te doden’?” Natuurlijk antwoordde de hele klas dat dit onder geen enkele omstandigheid geoorloofd was. Op de vraag waarom je van een meisje dat zoiets verschrikkelijks als een verkrachting had meegemaakt ook nog moest verlangen dat ze het kind van de verkrachter ter wereld moest brengen, antwoordde Alan Keys met een verhaal:

“Laten we nu eens aannemen dat je 19 bent en je land is in oorlog. En nu ben je verplicht om je land in deze oorlog te verdedigen. Nu heb je geen keuze of je wel of niet ten strijde trekt. Je bent verplicht om te gaan en je leven te riskeren. In het verleden hebben velen hun leven op het slagveld geriskeerd, hebben dag aan dag de strijd opgenomen en uiteindelijk hun leven verloren. Waarom? Wat hebben ze verdedigd? De vrijheid van hun land en de veiligheid van hun families! Daarvoor moesten ze heel veel leed verduren maar ze hebben het plaatsvervangende voor anderen en voor hun vrijheid gedaan.
De basis voor vrijheid is dat we door God gegeven mensenrechten bezitten. Denk je dat het daarom verkeerd is om van sommigen te verwachten dat ze offers brengen om deze door God gegeven rechten te behouden? Het zou echt verkeerd zijn om de pijn die een verkrachting met zich meebrengt nog te verergeren, maar juist dat gebeurt als ik in zo’n geval voor een abortus ben. Ik vererger de pijn van de verkrachting door deze vrouw ook nog met de last van een abortus op te zadelen. Want wat Gods wet eist is in ons hart geschreven, dat betuigt ons geweten (zie Romeinen 2:15: “immer, zij tonen, dat het werk der wet in hun harten is geschreven, terwijl hun geweten medegetuigt en hun gedachten elkander onderling aanklagen of ook verontschuldigen”). En op een dag zal je geweten er onder bezwijken!
Daarom vind ik dat het noch tegenover het kind, noch tegenover de vrouw rechtvaardig is dat het leven  van hen allebei – het fysieke leven van het kind en het psychische van de moeder – daardoor vernield worden. Onze maatschappij begaat een ongelooflijke misdaad tegenover vele moeders en kinderen omdat ze het doden van ongeborenen tolereert”.

(Bron: ProLife Info Digest, februari 2000).

David Reardon, professor bio-ethiek uit Amerika heeft met een paar andere tegenstanders van abortus een boek gepubliceerd met de titel “Victims and Victors” (“Slachtoffers en overwinnaars”). Daarin vertellen ze over 192 vrouwen die door een verkrachting zwanger waren geworden en als gevolg daarvan een abortus lieten uitvoeren. In het boek worden deze slachtoffers persoonlijk over hun standpunt over abortus ondervraagd. Hun antwoorden verrassen want ze zijn heel anders dan de meesten in onze maatschappij zouden verwachten: bijna elk van deze vrouwen zei dat ze er spijt van had haar kind te hebben laten aborteren, ondanks de verschrikkelijke omstandigheden waaronder het verwekt werd. En meer dan 90 % van de ondervraagden verklaarden dat ze andere slachtoffers van seksueel geweld zouden afraden een abortus te plegen. In andere gevallen werden vrouwen ondervraagd die na een verkrachting het kind hadden gehouden en niet een van hen had daar spijt van.
Uiteindelijk is het doden van een onschuldig, ongeboren kind dat door een verkrachting werd verwekt immers geen straf voor de dader en ook geen schadevergoeding voor het slachtoffer van de verkrachting. Door een tweede slachtoffer te maken, wordt het leed van het eerste slachtoffer niet verzacht. Een abortus draagt niet bij aan de psychische en fysieke genezing van het slachtoffer van de verkrachting.
De volgelingen van Jezus hebben niet geweten dat hoe belangrijk kinderen in Gods ogen zijn. Zo lezen we in Lukas 18 dat een paar ouders met hun kinderen bij Jezus kwamen opdat Hij hen zou zegenen, maar de discipelen wilden hen dat beletten. Toen Jezus dit zag , zei Hij tegen de discipelen: “Laat de kleine kinderen tot Mij komen en verhinder hen niet, want voor zulke mensen is het Koninkrijk van God” (vers 16). Hier verklaart Jezus heel duidelijk dat kinderen geen overlast zijn maar een deel van het Goddelijke Koninkrijk.

In Gods ogen zijn kinderen een zegen en een geschenk van God (zie Psalm 127:3-5: “Zie, zonen zijn een erfdeel des Heren, een beloning is de vrucht van de schoot. Als pijlen in de hand van een held, zo zijn de zonen der jeugd. Welzalig de man die zijn pijlkoker met deze heeft gevuld”). In onze Westerse cultuur worden ze echter vaak alleen als een verplichting gezien. We moeten daarom leren de kinderen zo te zien als God hen ziet en hen zo behandelen als God het van ons verwacht. Namelijk door het recht van zwakken en wezen te verdedigen, door voor de armen en weerlozen in te staan en hen uit de macht van de goddelozen te bevrijden (zie Psalm 82:3-4: “Richt de geringe en de wees, doet recht de ellendige en de behoeftige, bevrijdt de geringe en de arme, redt hem uit der goddelozen hand”).

Bron: De Stem, februari 2021

LEVEN vóór de GEBOORTE

 Conceptie. Het leven begint!

Het leven begint bij de conceptie als een unieke, op zichzelf staande, levende cel. Er wordt niets nieuws toegevoegd, behalve zuurstof en voeding. De bevruchting vindt plaats als een zaadcel en een eicel samenkomen en één cel vormen. Deze cel is vol leven en draagt het unieke genetische ontwerp van een mens die nog nooit tevoren heeft bestaan. Het DNA in de 46 chromosomen van die kleine cel bevat alle gegevens over het geslacht, de kleur van de ogen, de grootte van de voeten, de hersencapaciteit en andere lichamelijke kenmerken van deze nieuwe persoon.

 1 week: Implantatie

Op ongeveer de zesde dag hecht de groeiende baby zich aan de baarmoederwand. Die voedselrijke laag verwelkomt het kleine mensje en al gauw geeft het kind het chemische signaal af dat het kan worden waargenomen door een zwangerschapstest die de moeder zelf kan uitvoeren. Voor de tweede week voorbij is, hebben er al verschillende celdelingen plaats gevonden waardoor er ruimte is gekomen voor de hersenen, het zenuwstelsel, de huid, de spijsvertering, spieren, botten en de bloedsomloop.

 3-4 weken: Het hartje klopt!

Het hart van de baby begint al na 18 dagen na de bevruchting te kloppen, vaak al voor de moeder zelfs maar vermoedt dat ze zwanger is. Tussen de derde en vierde week  zijn het hoofd van de baby en de ruggengraat al goed te onderscheiden en verschijnen er armstompjes. Een paar dagen later beginnen de beentjes te verschijnen. De navelstreng wordt gevormd waardoor het kindje zuurstof en voeding kan ontvangen.

6 weken: Hersengolven

De vingers beginnen zich te vormen, en de mond en lippen van het kindje zijn zichtbaar. Het kindje begin voor het eerst te bewegen. Met zes weken heeft de baby hersengolven die met een elektro-encefalogram (E.E.G.) gemeten kunnen worden.

10-11 weken: De organen zijn op hun plaats

De baby heeft oogleden, vingernagels en vingerafdrukken en kan een voorwerp vastgrijpen. De nieren beginne urine af te scheiden. Alle systemen van het lichaam zijn op hun plaats en actief: de baby heeft een skelet, zenuwen en bloedsomloop.

12 weken: Bewegingen en kenmerken

Al is het nog te zwak om door de moeder  gevoeld te worden, toch is de baby in de derde maand al volop in beweging. Het geslacht van de baby kan gezien worden en de ogen, oren en het gezicht van de baby beginnen karakteristieke kenmerken te vertonen.

14 weken: een wonder van ontwikkeling

De wenkbrauwen zijn gevormd, de bewegingen van de ogen kin je zien. De baby heeft nu al een paar weken alle lichaamsdelen waardoor hij pijn kan voelen, inclusief het zenuwstelsel en het ruggenmerg.

16 weken: Hij laat merken: ik ben er!

De baby wordt zoveel groter en actief genoeg om de moeder te kunnen laten voelen dat hij zich beweegt, draait, trapt en buitelingen maakt die af en toe zelfs aan de buitenkant zichtbaar zijn.

20 weken: Moeders stem wordt gehoord

In de vijfde en zesde maand reageert de baby op muziek, plotseling geluid en stemmen, vooral die van zijn of haar moeder. In de komende weken zal de baby zeven keer zo zwaar worden en bijna twee keer zo lang.

23 weken… of eerder: levensvatbaar

De baby is levensvatbaar wanneer hij buiten de baarmoeder kan overleven. Niet zo lang geleden was er levensvatbaarheid vanaf 30weken, daarna 25. Tegenwoordig zijn er baby’s  van 22 of 23 weken in leven gehouden en zelfs enkele nog jongere baby’s hebben het gehaald. Hoe zal de levensvatbaarheid in de toekomst zijn?

Wat niet weet, dat niet deert…?

Maar aan weinig vrouwen die geconfronteerd worden met een ongewenste zwangerschap wordt verteld over de prachtige ontwikkeling van het leven dat in hen groeit. Zonder die informatie lijkt op dat moment abortus de juiste beslissing te zijn. Maar ze worden niet gewaarschuwd voor wat er werkelijk met hun baby zal gebeuren of voor de mogelijke lichamelijke en psychologische gevolgen van abortus die hen de rest van hun leven kan achtervolgen. En hun wordt zelden verteld dat er alternatieven zijn om het leven van het kind te redden.

Sommige artsen zeggen dat ‘abortus’ een routineoperatie is om ‘foetaal’ weefsel te verwijderen. Maar in werkelijkheid is het de vernietiging van een levend mensje. Een jonge vrouw die later spijt had van een abortus zei het zo: “De dokter zei: ‘Een kleine hoeveelheid vloeistof komt eruit en we injecteren een kleine hoeveelheid vloeistof, je krijgt een paar hevige krampen en dan komt de foetus eruit’. Maar zo was het niet. Ik voelde hoe mijn kleine meisje anderhalf uur om zich heen trapte tot ze een langzame dood stierf”.

De moeder wordt ook blootgesteld aan complicaties op langere termijn. Een onvolledige abortus waarbij bloedstolsels, nabloedingen, bloedingen en infecties optreden zijn niet ongewoon. Menstruatie problemen, miskraam, buitenbaarmoederlijke zwangerschap en onvruchtbaarheid zijn allemaal risico’s en kunnen bij meerdere abortussen toenemen. De ‘abortuspil’ en andere abortusopwekkende middelen kunnen bij een kind dat deze behandeling overleeft ernstige geboorteafwijkingen veroorzaken en de moeder kan veel last krijgen van bijwerkingen. Er zijn zelfs sterfgevallen bekend na het gebruik van deze ‘wonderpil’.

Op lange termijn kunnen psychische en geestelijke gevolgen optreden: schuldgevoel, angsten, depressie, boosheid, rouw, nachtmerries, verwrongen zelfbeeld, en zelfs zelfmoord. Als gevolg van afzuiging en curettage kunnen scheuren in de baarmoederhals en perforatie van de baarmoeder optreden. Bij een abortus die door chemische producten wordt opgewekt, wordt ook melding gemaakt van stuiptrekkingen, hevig braken en diarree, evenals van hartstilstand en de dood van de moeder.

Een alternatief dat leven geeft.

Maar er is hoop, zowel voor de moeder als voor het kind. Als je problemen hebt met je zwangerschap, weet dan dat God om je geeft en om het ongeboren kindje dat in je groeit. Voor je geboorte kende Hij je al: “HEERE, U doorgrondt en kent mij… Mijn beenderen waren voor U niet verborgen, toen ik in het verborgene gemaakte ben… Uw ogen hebben mijn ongevormd begin gezien, en zij allen werden in Uw boek geschreven, de dagen dat zij gevormd werden, toen er nog niet één van hen bestond” (Psalm 139).

God wil uit je moeilijke situatie LEVEN voortbrengen, niet de dood. Hij heeft al reddingslijnen voor je klaarliggen. Er is hulp beschikbaar om je te helpen voor je kindje te zorgen of om een kinderloos echtpaar een baby te geven. Financiële hulp, emotionele ondersteuning, medische diensten en het allerbelangrijkste: een hoopvolle toekomst, vrij van schuld ligt voor jou en je ongeboren kindje in het verschiet.

------

 

 

 

 

 

 


Reacties

Populaire posts van deze blog

Inleiding